2KLINEBP
samenvatting
Studietaak 1
Wat is onderzoek?
Definitie:
Wetenschap het systematische geordende geheel van het weten en de regels
waarmee verdere kennis verkregen kan worden.
Onderzoeken proberen om iets beter te leren kennen, om er beter inzicht in te
krijgen.
Toegepast/praktijkgericht onderzoek:
Fundamenteel onderzoek (onderzoek aan uni om achtergronden van kennis te ondervinden)
VS toegepast/praktijkgericht onderzoek
Definitie:
‘’praktijkonderzoek is het methodisch beantwoorden van vragen dat leidt tot relevante
kennis voor de beroepspraktijk.’’
Logopedische onderzoeksvraag en onderzoekstypen
Oorzaken van stoornissen: ‘’heeft tijdelijk gehoorverlies door lichte oorontsteking
invloed op de taalontwikkeling?
Onderzoek naar therapie-effect: ‘’gaan afasiepatiënten beter communiceren met hun
partners als die partners leren om een schriftelijk gesprek te voeren?
Evidence based practice:
Combinatie klinische expertise
Wensen patiënt
Beschikbare kennis (evidentie)
Mogelijkheden (context)
= best practice om uitkomst voor patiënt te verbeteren.
Beperkte evidentie werkzaamheid logopedische therapieën
Klinische relevantie vs. Statistische evidentie
Onderzoek laten blijken dat 2 methodes statistisch van elkaar verschillen. De ene
methode is statistisch beter dan de andere methode. Maar het kan zijn dat de statistisch
, betere methode eigenlijk minder klinisch relevant is dan de andere statistisch minder
bekende methode.
Kennisdoelen EBP jaar 2 (Logopedie)
Kennisdoel 1:
Evidence based handelen is gewetensvol, expliciet, en oordeelkundig gebruik van het
huidige beste bewijsmateriaal om beslissingen te nemen voor individuele patiënten.
5 stappen van het Evidence Based Practive (EBP):
1. Het formuleren van een beantwoordbare vraag
2. Het kunnen opzoeken van het beste bewijs om de vraag te beantwoorden
3. Het kritische kunnen beoordelen van het gevonden bewijs
4. Het kunnen toepassen van het gevonden bewijs op de eigen praktijksituatie
5. Het gevonden bewijs kunnen evalueren.
Kennisdoel 2: De student beschrijft het verschil tussen klinische relevantie
versus statistische significantie.
Klinische relevantie De gevonden informatie is relevant om te gebruiken in de
praktijk.
Statistische significantie De kans p dat een conclusie onjuist is en op toeval
berust.
P-waarde (=kans) dat het gevonden resultaat op toeval berust of onjuist is. Hoe
kleiner het getal dus hoe beter.
Veel gebruikte p-waardes zijn 0.05 en 0.01
Kennisdoel 3: De student benoemt de verschillende niveaus van evidentie
(Kalf & de Beer, 2011) met voorbeelden van soorten studies op ieder
niveau (richtlijnen, systematische review, RCT, case-control onderzoek,
case series, kwalitatief onderzoek, fundamenteel onderzoek, expert
opinions).
Evidentie piramide allerlei verschillende manieren waarop onderzoeken opgezet
kunnen zijn.
, Kennisdoel 4: De student kent de evidentie-piramide kan de verschillende
soorten studies uitleggen en beargumenteert de plek op piramide.
Evidence based richtlijnen
Is een richtlijn op basis van wetenschappelijke evidentie is opgebouwd
Wat is er bekend per onderwerp
Komt tot stand?
o Gaat uit van een vraag
o Er wordt systematisch literatuuronderzoek gedaan
o Literatuur wordt beoordeeld op relevantie en daarna op evidentieniveau
Hierna komt de klinische vraag van de experts .
1. Evidence based richtlijnen: Dit zijn samenvattingen van meerdere wetenschappelijke
studies over een bepaald onderwerp, waarbij strenge methoden worden gebruikt om
de beschikbare gegevens te analyseren en conclusies te trekken. Wat is er bekend
over een bepaald onderwerp?
Systematic reviews- metanalysis
Systematic reviews zijn vooral literatuur overzicht
Metanalyse daarnaast wordt er een kwantitatieve samenvatting gemaakt
o Je weet precies met welke zoekvraag er gezocht is en welke zoektermen gebruikt zijn
o Geen verplicht onderdeel, het kan ook zonder.
2. Meta-analyses en systematische reviews: Dit niveau omvat een grondige analyse
van meerdere studies over een bepaald onderwerp. Meta-analyses combineren
resultaten van verschillende onderzoeken om een algeheel effect te beoordelen,
waardoor een sterker bewijsniveau ontstaat dan individuele studies.
samenvatting
Studietaak 1
Wat is onderzoek?
Definitie:
Wetenschap het systematische geordende geheel van het weten en de regels
waarmee verdere kennis verkregen kan worden.
Onderzoeken proberen om iets beter te leren kennen, om er beter inzicht in te
krijgen.
Toegepast/praktijkgericht onderzoek:
Fundamenteel onderzoek (onderzoek aan uni om achtergronden van kennis te ondervinden)
VS toegepast/praktijkgericht onderzoek
Definitie:
‘’praktijkonderzoek is het methodisch beantwoorden van vragen dat leidt tot relevante
kennis voor de beroepspraktijk.’’
Logopedische onderzoeksvraag en onderzoekstypen
Oorzaken van stoornissen: ‘’heeft tijdelijk gehoorverlies door lichte oorontsteking
invloed op de taalontwikkeling?
Onderzoek naar therapie-effect: ‘’gaan afasiepatiënten beter communiceren met hun
partners als die partners leren om een schriftelijk gesprek te voeren?
Evidence based practice:
Combinatie klinische expertise
Wensen patiënt
Beschikbare kennis (evidentie)
Mogelijkheden (context)
= best practice om uitkomst voor patiënt te verbeteren.
Beperkte evidentie werkzaamheid logopedische therapieën
Klinische relevantie vs. Statistische evidentie
Onderzoek laten blijken dat 2 methodes statistisch van elkaar verschillen. De ene
methode is statistisch beter dan de andere methode. Maar het kan zijn dat de statistisch
, betere methode eigenlijk minder klinisch relevant is dan de andere statistisch minder
bekende methode.
Kennisdoelen EBP jaar 2 (Logopedie)
Kennisdoel 1:
Evidence based handelen is gewetensvol, expliciet, en oordeelkundig gebruik van het
huidige beste bewijsmateriaal om beslissingen te nemen voor individuele patiënten.
5 stappen van het Evidence Based Practive (EBP):
1. Het formuleren van een beantwoordbare vraag
2. Het kunnen opzoeken van het beste bewijs om de vraag te beantwoorden
3. Het kritische kunnen beoordelen van het gevonden bewijs
4. Het kunnen toepassen van het gevonden bewijs op de eigen praktijksituatie
5. Het gevonden bewijs kunnen evalueren.
Kennisdoel 2: De student beschrijft het verschil tussen klinische relevantie
versus statistische significantie.
Klinische relevantie De gevonden informatie is relevant om te gebruiken in de
praktijk.
Statistische significantie De kans p dat een conclusie onjuist is en op toeval
berust.
P-waarde (=kans) dat het gevonden resultaat op toeval berust of onjuist is. Hoe
kleiner het getal dus hoe beter.
Veel gebruikte p-waardes zijn 0.05 en 0.01
Kennisdoel 3: De student benoemt de verschillende niveaus van evidentie
(Kalf & de Beer, 2011) met voorbeelden van soorten studies op ieder
niveau (richtlijnen, systematische review, RCT, case-control onderzoek,
case series, kwalitatief onderzoek, fundamenteel onderzoek, expert
opinions).
Evidentie piramide allerlei verschillende manieren waarop onderzoeken opgezet
kunnen zijn.
, Kennisdoel 4: De student kent de evidentie-piramide kan de verschillende
soorten studies uitleggen en beargumenteert de plek op piramide.
Evidence based richtlijnen
Is een richtlijn op basis van wetenschappelijke evidentie is opgebouwd
Wat is er bekend per onderwerp
Komt tot stand?
o Gaat uit van een vraag
o Er wordt systematisch literatuuronderzoek gedaan
o Literatuur wordt beoordeeld op relevantie en daarna op evidentieniveau
Hierna komt de klinische vraag van de experts .
1. Evidence based richtlijnen: Dit zijn samenvattingen van meerdere wetenschappelijke
studies over een bepaald onderwerp, waarbij strenge methoden worden gebruikt om
de beschikbare gegevens te analyseren en conclusies te trekken. Wat is er bekend
over een bepaald onderwerp?
Systematic reviews- metanalysis
Systematic reviews zijn vooral literatuur overzicht
Metanalyse daarnaast wordt er een kwantitatieve samenvatting gemaakt
o Je weet precies met welke zoekvraag er gezocht is en welke zoektermen gebruikt zijn
o Geen verplicht onderdeel, het kan ook zonder.
2. Meta-analyses en systematische reviews: Dit niveau omvat een grondige analyse
van meerdere studies over een bepaald onderwerp. Meta-analyses combineren
resultaten van verschillende onderzoeken om een algeheel effect te beoordelen,
waardoor een sterker bewijsniveau ontstaat dan individuele studies.