Ondervoeding...........................................................................3
Typen ondervoeding..................................................................3
Prevalentie............................................................................... 4
Doelgroepen.............................................................................4
Oorzaken.................................................................................. 5
Gevolgen.................................................................................. 6
Screening................................................................................. 7
Diagnose.................................................................................. 8
Nutritional assessment..............................................................8
Behandeldoelen......................................................................13
Evaluatie en monitoring...........................................................16
Afsluiting behandeling.............................................................16
Refeeding-syndroom...............................................................17
Enterale en parenterale voeding..............................................19
Extra bestanden ondervoeding.................................................21
Oncologie...............................................................................22
Medische voeding...................................................................26
Soorten kanker, behandeling en voedingsadviezen....................28
Dikke darm en endeldarmkanker..............................................28
Maagkanker............................................................................31
Slokdarmkanker......................................................................33
Longkanker.............................................................................35
Dieetbehandelrichtijnen en dieetadviezen................................37
Dieetrichtlijnen en adviezen, symptoombeschrijving.................39
Diabetes type 1.......................................................................41
Oorzaak:.................................................................................41
Symptomen:...........................................................................41
Diagnose:...............................................................................41
Behandeling:........................................................................... 41
Soorten diabetes.....................................................................42
Pen vs pomp...........................................................................42
1
,Koolhydraat insuline ratio berekenen.......................................43
Hartfalen................................................................................45
Wat is Hartfalen?..................................................................... 45
Anatomie en Fysiologie............................................................45
Pathologie..............................................................................46
Diagnose................................................................................47
Behandeling...........................................................................48
Prognose................................................................................49
Dieetbehandelrichtlijnen hartfalen...........................................49
Turkse en Marokkaanse eetcultuur...........................................51
Diëten bij mensen met diabetes...............................................52
Drinkvoeding..........................................................................53
2
,Ondervoeding
Ondervoeding = een acute of chronische toestand waarbij een tekort of
disbalans van energie, eiwit en andere voedingsstoffen leidt tot meetbare
nadelige effecten op lichaamssamenstelling, functioneren en klinische
resultaten.
Typen ondervoeding
1. Energetische ondervoeding (zonder ziekte):
- Oorzaken: Onvoldoende inname van calorieën.
- Symptomen: Gewichtsverlies, verminderde vetreserves en spiermassa.
- Voorbeeld: Chronische honger of gebrek aan voedsel.
2. Eiwitondervoeding (ziekte gerelateerd met inflammatie):
- Oorzaken: Onvoldoende inname van eiwitten.
- Symptomen: Verlies van spiermassa, oedeem en afgenomen wondgenezing.
- Voorbeeld: Patiënten met verhoogde eiwitbehoeften (bijv. kanker).
3. Microvoedingstofondervoeding (allebei):
- Oorzaken: Tekort aan vitaminen en mineralen (bijv. ijzer, vitamine D).
- Symptomen: Specifieke tekorten zoals bloedarmoede of osteoporose.
4. Ziektegerelateerde ondervoeding (ziekte gerelateerd met inflammatie):
- Oorzaken: Chronische of acute ziekte (bijv. sepsis, kanker, COPD).
3
, - Symptomen: Combinatie van eiwit- en energietekort door verhoogde metabole
behoeften.
Verwachte typen ondervoeding in ziekenhuizen
1. Ouderen: Veelvoorkomend vanwege een combinatie van ziekte, slechte eetlust en
verlaagde energiebehoeften.
2. Chronisch zieken: Kankerpatiënten, patiënten met orgaanfalen (bijv. hart, longen) of
darmziekten.
3. Postoperatieve patiënten: Door verhoogde energie- en eiwitbehoeften.
Prevalentie
Volgens de Richtlijn Ondervoeding van het Kenniscentrum Ondervoeding varieert de
prevalentie van ondervoeding in verschillende zorgsettings:
Ziekenhuizen: 14-15% bij opname, met variaties per medisch specialisme van 2-
38%.
Verpleeg- en verzorgingshuizen: 15-20%.
Thuiswonende 65-plussers: 8,5%.
Thuiswonende 85-plussers: 19%.
65-plussers met thuiszorg: 16%.
65-plussers met een slechte eetlust: 22%.
65-plussers die alleen wonen: 13,5%.
Verklaring van verschillen:
De variaties in prevalentie kunnen worden verklaard door:
Verschillende meetmethoden: Diverse screeningsinstrumenten en criteria kunnen
tot uiteenlopende resultaten leiden.
Specifieke populaties: Bepaalde groepen, zoals ouderen of chronisch zieken,
hebben een hoger risico op ondervoeding.
Tijdelijke factoren: Seizoensgebonden veranderingen, epidemieën of economische
omstandigheden kunnen de voedingsstatus beïnvloeden.
Regionale verschillen: Variaties in zorgkwaliteit, sociaaleconomische status en
culturele eetgewoonten kunnen de prevalentie beïnvloeden.
Doelgroepen
1. Ouderen (65+)
- Thuiswonende ouderen: 8,5%.
- Ouderen met thuiszorg: 16%.
- Ouderen met een slechte eetlust: 22%.
- Verpleeg- en verzorgingshuizen: 15-20%.
2. Chronisch zieken:
- Patiënten met kanker, COPD, nierfalen, of hartfalen hebben een verhoogd risico.
3. Postoperatieve patiënten:
- Door verhoogde metabole behoeften en mogelijke complicaties.
4. Personen met darmziekten:
- Zoals de ziekte van Crohn of coeliakie.
4