Inhoudsopgave
Verpleegkunde......................................................................................................................................2
De student onderscheidt de canMEDSrollen vanuit het beroepsprofiel BN2020..............................2
De student herkent de landelijke ontwikkelingen op het gebied van publieke gezondheid;.............3
De student herkent de NSM theorie en onderscheidt de bijbehorende begrippen...........................4
De student herkent de preventietheorie en onderscheidt de primaire-, secundaire- en tertiare
preventie...........................................................................................................................................5
De student herkent de stress-copingtheorie binnen het NSM en onderscheidt de verschillende
copingsstijlen.....................................................................................................................................6
De student herkent en onderscheidt de verschillende verpleegkundige theorieen, modellen en
classificatiesystemen.........................................................................................................................6
De student herkent het verpleegproces en het verpleegplan, De student onderscheidt de
verschillende disciplines....................................................................................................................8
De student onderscheidt de begrippen zelfredzaamheid, zelfzorg en zelfzorgtekort......................10
De student herkent de begrippen gezondheid en ziekte volgens WHO, Gordon en NSM...............10
De student herkent het begrip mantelzorg en de knelpunten.........................................................11
De student herkent de financiering van de zorg in de thuisstiuatie.................................................12
De student herkent de begrippen GVO, intervention mapping, ASE model en TPB model.............12
De student herkent wat leefstijl is en het belang van leefstijl voor de gezondheidszorg................13
De student herkent de psychologie in relatie met NSM en verpleegkunde.....................................14
De student herkent de sociologie in relatie met verpleegkunde.....................................................15
De student herkent ontwikkelingen in de zorg met betrekking tot E-health en kan dit toepassen. 15
Gezondheidsrecht................................................................................................................................16
De student herkent de wet- en regelgeving in het domein gezondheidsrecht in het Nederlands
rechtssysteem..................................................................................................................................16
Ethiek...................................................................................................................................................18
De student herkent ethiek binnen de verpleegkunde en onderscheidt de verschillende
stromingen.......................................................................................................................................18
De student herkent zingeving binnen het verpleegkundig competentieprofiel en NSM.................19
SRV.......................................................................................................................................................20
De student herkent communicatie en onderscheidt de verschillende soorten communicatie........20
De student herkent en onderscheidt de begrippen waarnemen en interpreteren.........................20
De student herkent actief luisteren en onderscheidt de verschillende soorten..............................23
De student herkent en onderscheidt gesprekken op inhoud- en betrekkingsniveau......................24
De student herkent de soorten en functies van vragen stellen.......................................................24
, De student herkent feedback en onderscheidt de regels voor feedback.........................................25
De student herkent de afhankelijkheidsrelatie tussen de zorgverlener en zorgontvanger..............26
Verpleegkunde
De student onderscheidt de canMEDSrollen vanuit het
beroepsprofiel BN2020
CanMEDSrollen
, 1. zorgverlener
Dit is de overlappende en meest centrale rol. Je onderzoekt als zorgverlener wat een zorgvrager zelf
kan en welke vragen en problemen hij heeft. Je bent bevoegd om het verpleegkundig proces vorm te
geven en in te richten samen met andere zorgprofessionals.
2. communicator
Communiceren op maat staat centraal, als verpleegkundige houdt je dus rekening met de culturele
achtergrond, taalbeheersing, begripsniveau en draagkracht van de zorgvrager en zijn netwerk. De
zorgverlener moet in staat zijn om goed te kunnen luisteren/inleven en advies geven, knelpunten te
herkennen, voorlichten en motiveren van de zorgvrager. Ook moet de zorgverlener ondersteuning
van de technologie in de communicatie kunnen toepassen, zoals e-health.
3. samenwerkingspartner
Je moet als verpleegkundige in staat zijn om op gelijkwaardig niveau te kunnen samenwerken met
de zorgvrager en zijn netwerk. Ook met andere disciplines als collega’s, artsen etc. en met het
netwerk buiten de eigen organisatie als politie, scholen etc. moet je dit kunnen. Op de juiste manier
is rapporteren is ook erg belangrijk bij deze rol.
4. kenniswerker
Deze rol wordt ook wel de ‘reflectieve EBP-professional’ genoemd. Hierbij ga je als verpleegkundige
op zoek naar de best beschikbare onderbouwing van je handelen: de Evidence-based Practice, en je
past dit toe in de praktijk. Je bevorderd en ontwikkelt de deskundigheid van jezelf en je collega’s
door middel van het doen van onderzoek.
5. gezondheidsbevorderaar
Je zorgt als verpleegkundige voor de bevordering van gezondheid van de zorgvrager en hebt daarbij
respect voor de uniciteit, identiteit en waardigheid van de zorgvrager. Gezondheid bevorderen doet
een zorgverlener bijvoorbeeld door preventie toe te passen of zelfmanagement te bevorderen.
6. organisator
Als verpleegkundige heb je een coördinerende rol in de zorg van zorgvragers die onder jouw zorg
vallen. Je moet als zorgverlener bijvoorbeeld leiderschap kunnen tonen en veiligheid van de
zorgvragers bevorderen. Moedigheid is een erg belangrijke beroeps deugd in je rol als organisator.
7. kwaliteitsbevorderaar
Als verpleegkundige zorg je waar nodig dat de kwaliteit van de zorg verbeterd wordt en je draagt
ook bij aan kwaliteitszorg. Je bent op de hoogte van relevante wet en regelgeving en hebt een
professionele houding. Ook moet je in deze rol op het vlak van verpleegkundige
beroepsverantwoordelijkheid bereidwilligheid en aanspreekbaarheid kunnen tonen.
Beroepsprofiel BN2020
‘bachalor of nursing’ . Opleidingsprofiel voor toekomstige HBO-Verpleegkundigen. HBO niveau 6
niveau.
Verschil MBO-V en HBO-V
HBO: Maakt gebruik van evidence based practice. Is ingedeeld naar de CanMEDS rollen.
MBO: Besteed minder aandacht aan evidence based practice, theorie en probleemanalyses: is meer
praktijkgericht.
De student herkent de landelijke ontwikkelingen op het gebied van
publieke gezondheid;
Publieke gezondheid en landelijke ontwikkelingen
Er zijn 4 gezondheidsvraagstukken uit de Landelijke Nota die richting geven aan de lokale of
regionale nota van het gezondheidsbeleid:
Gezondheid in de sociale en fysieke leefomgeving
Gezondheidsachterstanden verkleinen