Verpleegkunde Viaa jaar 2.
Inhoudsopgave
Blok Langdurige Zorg:............................................................................................................................3
1. De student onderscheidt de geschiedenis, zijn visie en het functioneren van het
classificatiesysteem Omaha en kan dit toepassen op een casus........................................................3
2. De student onderscheidt de diverse aspecten en functies van voeding die het lichaam nodig
heeft wanneer er sprake is van MS en/of een oncologische aandoening en kan dit toepassen op
een casus...........................................................................................................................................5
3. De student onderscheidt de communicatieniveaus behorende bij Totale communicatie en kan
deze toepassen op een casus.............................................................................................................6
4. De student onderscheidt de drie perspectieven op hoop en kan in een casus verpleegkundige
interventies met betrekking tot hoop en troost toepassen...............................................................6
5. De student kan de variabelen, stressoren en hulpbronnen van het NSM onderscheiden en een
PES opstellen naar aanleiding van een casus.....................................................................................7
6. De student onderscheidt wat mantelzorg is en hoe de Caregiver Strain Index en het
draagkracht/draaglast model ingezet kan worden en kan deze toepassen op een casus..................9
7. De student onderscheidt de dilemma’s ten aanzien van de gevolgen voor de zorgvragers met
chronische aandoeningen en kan deze toepassen op een casus.....................................................10
8. De student onderscheidt de domeinen en het meetinstrument van Schalock, de
ervaringsordening (Timmers-Huigens), LACCS en kan dit toepassen op een casus..........................10
9. De student onderscheidt het Sunrise model van Leiniger, het model van Purnell en de
cultuurdimensies van Hofstede en onderscheidt van hieruit handvatten die behulpzaam zijn in
communicatie met een zorgvrager met diverse culturele achtergronden en past dit toe op een
casus................................................................................................................................................13
10. De student onderscheidt de vier dimensies van palliatieve zorg in relatie tot de variabelen van
het NSM en kan deze toepassen op een casus. Spirituele, sociale, psychische, fysieke dimensie. . .16
Blok Intensieve Zorg:............................................................................................................................18
1. De student licht toe welke begeleidingsaspecten passend zijn binnen de Triple C
begeleidingsmethodiek....................................................................................................................18
2. De student kan specifieke aandachtspunten in de voorlichting aan een zorgvrager met een
verstandelijke beperking toepassen op een casus...........................................................................19
3. De student kan vanuit een casus een rapportage schrijven volgens het SOAP-model.................19
4. De student kan verpleegkundige aandachtspunten, begeleidingsaspecten en interventies
onderbouwen vanuit de behandelde ziektebeelden in het blok IZ;.................................................20
,5. De student kan vanuit de meetinstrumenten mbt overbelaste mantelzorger en
voedingstoestand onderbouwen welke verpleegkundige interventies passend zijn binnen een
gestelde casus..................................................................................................................................20
, 6. De student kan begeleidingsaspecten en verpleegkundige aandachtspunten bij een adolescent
verantwoorden vanuit de psychosociale ontwikkeling van een adolescent.....................................21
7. De student kan vanuit een casus met een postoperatieve patiënt beargumenteren welke
verpleegkundige risico’s er zijn en hier onderbouwde interventies bij inzetten..............................22
8. De student kan de invloed op het verpleegkundig handelen in een casus vanuit de fasen en
waarden van het model van Tronto uitleggen.................................................................................23
Combinatie LZ/IZ:.................................................................................................................................24
De student kan vanuit de behandelde onderwerpen in LZ en IZ een verpleegkundige diagnose
formuleren aan de hand van de PES-structuur, een SMART-doel formuleren en passende
verpleegkundige interventies formuleren volgens de richtlijn wie, doet wat, wanneer en hoe......24