Europees en internationaal samenvatting PowerPoints.
Inhoudsopgave
POWERPOINT 3: DE EUROPESE UNIE, EUROPESE COMMISSIE & EUROPEES PARLEMENT............2
POWERPOINT 4: DE EUROPESE RAAD, DE RAAD VAN MINISTERS EN NEDERLAND....................6
POWERPOINT 5: DE INTERNE MARKT VAN DE EU EN AGENDAVORMING.................................9
POWERPOINT 6: MIGRATIEBELEID EN BESLUITVORMING...................................................13
POWERPOINT 7: EU-LANDBOUW EN MILIEUBELEID & UITVOERING EN HANDHAVING..............16
POWERPOINT 8: BELANGENGROEPEN EN LOBBYEN........................................................19
1
,PowerPoint 3: de Europese unie, Europese commissie & Europees parlement
3. De Europese Unie in vergelijkend perspectief
Kenmerken:
De EU combineert centrale besluitvorming (wetgeving) met gedecentraliseerde uitvoering
(via lidstaten).
De scope en functie van de EU zijn breed: beleid varieert van buitenlandse handel tot
mededinging en landbouw.
Vergelijking met andere organisaties:
ASEAN: Decentrale besluitvorming en uitvoering.
IMO (Internationale Maritieme Organisatie): Specifiek gericht op scheepvaart met
gecentraliseerde besluitvorming.
OPCW (Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens): Focus op operationele
uitvoering en handhaving.
4. De Europese Unie – bevoegdheden
Exclusieve bevoegdheden (alleen EU):
Buitenlandse handel, mededinging, landbouw en de euro.
Gedeelde bevoegdheden:
Milieu, interne markt, arbeidsomstandigheden en transport.
Beperkte EU-invloed:
Buitenlands beleid, defensie, gezondheidszorg en belastingen (voornamelijk bevoegdheden
van lidstaten).
Nationale bevoegdheden:
Onderwijs, huisvesting en cultuur blijven exclusief bij de lidstaten.
2
, 5. De Europese Commissie Organisatie:
College van Commissarissen:
27 commissarissen (1 per lidstaat), inclusief een voorzitter.
Besluitvorming gebeurt bij consensus, en zo nodig bij meerderheid.
Voorzitter:
Coördineert en leidt de vergaderingen.
Voorgedragen door de Europese Raad en goedgekeurd door het Europees Parlement.
Departementen:
50 Directoraten-Generaal (DG’s), vergelijkbaar met ministeries.
Commissarissen zijn verantwoordelijk voor specifieke DG’s, ondersteund door een kabinet
van 6-10 personen.
Taken:
1. Wetgeving:
Monopolie op het initiatief voor EU-wetgeving, met uitzondering van het Gemeenschappelijk
Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB).
2. Uitvoering:
Dagelijkse uitvoering van EU-beleid en beheer van programma’s zoals Erasmus en Horizon.
3. Externe vertegenwoordiging:
Onderhandelingen over handelsakkoorden en met kandidaat-lidstaten.
4. Toezicht en handhaving:
Controle op naleving van EU-wetgeving door lidstaten en bedrijven.
Het kan boetes opleggen of zaken voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.
3
Inhoudsopgave
POWERPOINT 3: DE EUROPESE UNIE, EUROPESE COMMISSIE & EUROPEES PARLEMENT............2
POWERPOINT 4: DE EUROPESE RAAD, DE RAAD VAN MINISTERS EN NEDERLAND....................6
POWERPOINT 5: DE INTERNE MARKT VAN DE EU EN AGENDAVORMING.................................9
POWERPOINT 6: MIGRATIEBELEID EN BESLUITVORMING...................................................13
POWERPOINT 7: EU-LANDBOUW EN MILIEUBELEID & UITVOERING EN HANDHAVING..............16
POWERPOINT 8: BELANGENGROEPEN EN LOBBYEN........................................................19
1
,PowerPoint 3: de Europese unie, Europese commissie & Europees parlement
3. De Europese Unie in vergelijkend perspectief
Kenmerken:
De EU combineert centrale besluitvorming (wetgeving) met gedecentraliseerde uitvoering
(via lidstaten).
De scope en functie van de EU zijn breed: beleid varieert van buitenlandse handel tot
mededinging en landbouw.
Vergelijking met andere organisaties:
ASEAN: Decentrale besluitvorming en uitvoering.
IMO (Internationale Maritieme Organisatie): Specifiek gericht op scheepvaart met
gecentraliseerde besluitvorming.
OPCW (Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens): Focus op operationele
uitvoering en handhaving.
4. De Europese Unie – bevoegdheden
Exclusieve bevoegdheden (alleen EU):
Buitenlandse handel, mededinging, landbouw en de euro.
Gedeelde bevoegdheden:
Milieu, interne markt, arbeidsomstandigheden en transport.
Beperkte EU-invloed:
Buitenlands beleid, defensie, gezondheidszorg en belastingen (voornamelijk bevoegdheden
van lidstaten).
Nationale bevoegdheden:
Onderwijs, huisvesting en cultuur blijven exclusief bij de lidstaten.
2
, 5. De Europese Commissie Organisatie:
College van Commissarissen:
27 commissarissen (1 per lidstaat), inclusief een voorzitter.
Besluitvorming gebeurt bij consensus, en zo nodig bij meerderheid.
Voorzitter:
Coördineert en leidt de vergaderingen.
Voorgedragen door de Europese Raad en goedgekeurd door het Europees Parlement.
Departementen:
50 Directoraten-Generaal (DG’s), vergelijkbaar met ministeries.
Commissarissen zijn verantwoordelijk voor specifieke DG’s, ondersteund door een kabinet
van 6-10 personen.
Taken:
1. Wetgeving:
Monopolie op het initiatief voor EU-wetgeving, met uitzondering van het Gemeenschappelijk
Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB).
2. Uitvoering:
Dagelijkse uitvoering van EU-beleid en beheer van programma’s zoals Erasmus en Horizon.
3. Externe vertegenwoordiging:
Onderhandelingen over handelsakkoorden en met kandidaat-lidstaten.
4. Toezicht en handhaving:
Controle op naleving van EU-wetgeving door lidstaten en bedrijven.
Het kan boetes opleggen of zaken voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.
3