SAMENVATTING OUDERENPSYCHOLOGIE
(ALLE BENODIGDE STOF)
1. Gaat de 'Fluid intelligence' achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Fluid intelligence, gerelateerd aan logisch redeneren en probleemoplossing
in nieuwe situaties, neemt af met de leeftijd door veranderingen in de hersenstructuur
en -functie.
2. Gaat de 'Crystallized intelligence' achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
o Rationale: Crystallized intelligence, gebaseerd op opgedane kennis en ervaring, blijft
stabiel of verbetert zelfs met de leeftijd.
3. Gaat de snelheid van informatieverwerking achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: De snelheid waarmee informatie wordt verwerkt, neemt af door veroudering
van het zenuwstelsel.
4. Gaat de volgehouden aandacht achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
,estudyr
o Rationale: Volgehouden aandacht blijft relatief stabiel bij gezond ouder worden.
5. Gaat de selectieve aandacht achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Selectieve aandacht, het vermogen om zich op specifieke stimuli te
concentreren, neemt af door veranderingen in de frontale hersenkwabben.
6. Gaat de verdeelde aandacht achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Verdeelde aandacht, het vermogen om meerdere taken tegelijk uit te
voeren, wordt moeilijker met de leeftijd.
7. Gaat het verleggen van de aandacht achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Het vermogen om snel tussen taken te schakelen, neemt af door
verminderde cognitieve flexibiliteit.
8. Gaat het werkgeheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Het werkgeheugen, essentieel voor het vasthouden en manipuleren van
informatie, neemt af met de leeftijd.
9. Gaat het kortetermijngeheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
, estudyr
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
o Rationale: Kortetermijngeheugen blijft relatief stabiel, hoewel het ophalen van
informatie langzamer kan worden.
10. Gaat het impliciete geheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
o Rationale: Impliciet geheugen, zoals vaardigheden en gewoonten, blijft goed behouden.
11. Gaat het procedurele geheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
o Rationale: Procedureel geheugen, gerelateerd aan motorische vaardigheden, blijft
intact.
12. Gaat het semantische geheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: B) Nee
o Rationale: Semantisch geheugen, zoals feitenkennis, blijft stabiel of verbetert zelfs.
13. Gaat het prospectieve geheugen achteruit bij het ouder worden?
o A) Ja
o B) Nee
o Antwoord: A) Ja
o Rationale: Prospectief geheugen, het onthouden van toekomstige taken, neemt af door
verminderde frontale hersenfuncties.
14. Gaat het brongeheugen (source memory) achteruit bij het ouder worden?