HC 1: Acute buikpijn vs de acute buik
Urolithiasis (nierstenen die zich verplaatsen naar ureters, blaas of urethra)
Ongeveer 3 per 1000 patiënten per jaar, meestal tussen de 30-50 jaar
Steensoorten
• Calciumstenen: opgebouwd uit calciumoxalaat en/of
calciumfosfaat.
• Urinezuurstenen: ontstaan wanneer de urine erg zuur is
door bijv. veel rood vlees
• Struvietstenen (magnesiumammoniumfosfaat): Deze
worden veroorzaakt door urineweginfecties en bestaan uit
magnesium-ammonium-fosfaat. Ze groeien vaak snel en
kunnen groot worden, wat leidt tot complexe
nierproblemen (meer bij vrouwen)
• Cystine: deze zijn zeldzaam en komen voort uit een
genetische aandoening genaamd cystinurie. Hierbij lekken
cystine en andere aminozuren in de urine, wat leidt tot de
vorming van stenen
Nierstenen ontstaan door de disbalans tussen de excretie van ionen (omhoog) en water
(omlaag) wat leidt tot kristallisatie tot onoplosbare zouten!
- Toename van ion excretie: als er een overmaat van deze ionen in de urine aanwezig
is, stijgt de concentratie van deze stoffen boven hun oplosbaarheidslimiet, waardoor
ze neigen samen te klonteren
- Afname van water excretie (bijv. door uitdroging of lage vochtinname): urine wordt
meer geconcentreerd en daardoor kunnen de ionen minder goed oplossen
Wanneer de concentratie van ionen te hoog is en de urine te geconcentreerd wordt, treedt
kristallisatie op. Dit gebeurt in drie stappen:
1. Nucleatie: Ionen beginnen samen te klonteren en vormen een kern (nucleus) van een
kristal.
2. Groei van kristallen: Meer ionen binden zich aan de nucleus, waardoor het kristal
groeit.
3. Aggregatie: Verschillende kristallen klonteren samen en vormen grotere onoplosbare
structuren (stenen).
Symptomen van urolithiasis
• Eenzijdige koliekpijn: hevige,
krampende pijn
o Misselijkheid
o Bewegingsdrang
• Hematurie
• Gevoel van aandrang
,Buikonderzoek
Aanwijzingen voor ernstige pathologie:
- Slagpijn nierloges: pijn die wordt gevoeld bij het uitoefenen van lichte druk of
kloppen (percussie) op de gebieden waar de nieren zich bevinden
- Peritoneale betrokkenheid/prikkeling
o Continu gelokaliseerde scherpe pijn
o Voorkeur juist voor stil liggen
o Percussiepijn en loslaatpijn
o Défense musculaire: spieren van de buikwand trekken onwillekeurig samen
als reactie op pijn of irritatie in het buikvlies (peritoneum).
Behandeling
- Pijnstilling (NSAID, opioïden)
- Reduceren koliekfrequentie en bevorderen passage door urinewegen (alfa-blokkers,
tamsulosine)
- Adviezen:
o Normale vochtinname adviseren (2,5L per dag)
o Beperkt dierlijk eiwit en zout
o Minder oxalaatrijke voeding (chocola, noten, thee, cola)
Anamnese, lichamelijk onderzoek (algemene indruk, temperatuur, bloeddruk),
buikonderzoek, aanvullend onderzoek (urine, bloed), behandeling en follow-up (controle na
5-7 dagen)
Acute buikpijn in de huisartspraktijk
Acute buikpijn: acuut ontstane buikpijn die minder dan 5 dagen bestaat
Acute buik: acute buikpijn die binnen 24 uur medische behandeling vereist in het ziekenhuis
om complicaties te voorkomen
10% van alle SEH-patiënten hebben acute buikpijn
Frequente diagnoses in de 1e lijn:
• Prikkelbare darmsyndroom (PDS)
• Obstipatie
• Gastro-enteritis
HC 2: Anatomie zenuwen en pijngeleiding
Centrale zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel: spinale (ontspringen uit ruggenmerg) en craniale zenuwen
(ontspringen uit hersenstam)
Autonome zenuwstelsel: regeling van de onbewuste processen in het lichaam
(onwillekeurig). Het zenuwstelsel bestaat uit:
• Spinale zenuwen – somatisch (voert voornamelijk functies uit met betrokkenheid tot
het somatisch zenuwstelsel → bijv. spierbewegingen)
• Paravertebraal (truncus sympathicus) – sympathisch
• Prevertebraal/preaortaal – sympathisch
, • Nervi vagi – parasympatisch
• Sacraal – parasympathisch
Spinale zenuwen (somatisch)
Uit de spinale
zenuwen van de
thoracale
wervelkolom (12
paar)
ontspringen een dorsale en een ventrale
tak. De nervi intercostales vormen de
ventrale tak!
Uit de plexus lumbalis (verzameling van
alle zenuwen die uit het lumbale
ruggenmerg ontspringen, 5 paar)
ontspringen de nervus iliohypogastricus,
nervus ilioinguinalis, nervus femoralis
N. iliohypogastricus:
suprapubische en gluteale
gebieden
N. ilioinguinalis: liesstreek en
uitwendige geslachtsorganen
N. femoralis: m. quadriceps
femoris (voorkant dijbeen)=
Uit het sacrale ruggenmerg
ontspringen ook 5 paar spinale
zenuwen, namelijk de nervi
sacrales. Deze zijn betrokken bij
functies van het bekken en de
onderste ledematen!
Sympathisch, paravertebraal (truncus
sympathicus)
Truncus sympathicus: lange
zenuwstructuur die bilateraal langs de
wervellichamen loopt, van
schedelbasis tot coccyx (staartbeen).
Beide strengen zijn met elkaar
verbonden door middel van ganglia
, Prevertebraal/preaortale gnagliae & plexi
Prevertebraal: ganglia die zich bevinden voor de
wervelkolom, vaak in de buurt van grote bloedvaten
Preaortaal: ganglia die zich voor de aorta bevinden
Deze ganglia worden vernoemd daar de grote vaten
waar ze bij liggen!
o Ganglia coeliaca
o Ganglia mesenterica superior
o Ganglia aorticorenalia
o Ganglia mesenterica inferior
De plexi zijn gemengd para/symp, maar overwegend
sympathisch
Parasympatisch, nervi vagi
De plexus oesophageus is een netwerk van zenuwen die de slokdarm innerveren, zowel
parasympathisch (via de nervus vagus) als sympathisch
De nervus vagus speelt een belangrijke rol in de motorische en sensorische innervatie van
de slokdarm. Het zorgt voor de parasympathische innervatie die de peristaltiek
(bewegingen van de slokdarm) en de ontspanning van de slokdarmregio’s reguleert, wat
essentieel is voor de voortgang van voedsel naar de maag.