Bestudeer de normale bekkenmaten met de vlakken van Hodge en bestudeer de schedel van het
kind. Leer alle namen en afstanden uit je hoofd.
Schedel van het kind
De vijf schedelbeenderen (2 keer os
frontale, 2 keer os parietale, 1 keer os
occipitale) van de foetus zijn nog niet
met elkaar vergroeid, maar van elkaar
gescheiden door naden (suturae) en
fontanellen.
Het schedel van de foetus is
vormbaar: de Ossa Parientalia kan
over de Ossa frontalia en het os
occipitale heen schuiven, dit heet
maulage. Door deze maulage kan het
schedel zich aan het baringskanaal
aanpassen.
bij inwendig onderzoek word
doormiddel van: de kleine frontanel
(driehoek), de pijlnaad en de grote
frontanel (ruitvormig) de positie van
het hoofd in de kleine bekken
bepaald.
,Schedelmaten
De kleinste meting waarmee het kind het bekken kan passeren, is de distantia suboccipitobregmatica
(9,5 cm). De grootste afmeting van het kinderlijk hoofd is de distantia mento-occipitalis (13,5 cm). Bij
de normale achterhoofdsligging passeert het kind met de distantia suboccipitofrontalis (10 cm).
De kleine fontanel is de plaats waar 3 naden samenkomen: de pijlnaad (sutura sagittalis) en de
suturae lambdoideae. De grote fontanel is een nog vliezig deel van de schedel waar 4 naden
samenkomen: de sutura sagittalis, de kroonnaden (suturae coronariae) en de voorhoofdsnaad
(sutura frontalis).
, De normale bekken (maten)
Het baringskanaal bestaat uit:
- Het benige baringskanaal, het kleine bekken
- Het weke baringskanaal, het onderste uterussegment, de cervix, de vulva, de vagina en de
bekkenbodemmusculatuur.
Het benige baringskanaal (de kleine bekken)
Het benige bekken wordt gevormd door de twee ossa coxae (heupbeen), het os sacrum (heiligbeen)
en het os coccygis (staartbeen/stuit).
De ossa coxae bestaan uit het os ilium (darmbeen), het os ischium (zitbeen) en het os pubis
(schaambeen).
Aan de voorzijde zijn de ossa pubis met elkaar verbonden door de symphysis pubica (symfyse). Aan
de achterzijde zijn de ossa ilea door middel van sacro-illicacale gewrichten verbonden met het os
sacrum. Het os sacrum is met het os coccygis verbonden door het sacrococcygeale gewricht.
Tijdens de zwangerschap treedt een geringe, individueel verschillende, relaxatie (verslapping van
weefsels of spieren) op van het bindweefsel van de symfyse en de sacro-iliacale gewrichten. Door
deze relaxatie ontstaat er meer ruimte in het bekken.
De begrenzing van het grote en het kleine bekken wordt gevormd door het vlak van de kleine
bekkeningang. Het kleine bekken heeft op verschillende niveaus verschillende afmetingen. Het vlak
van de bekkeningang heeft een dwars-ovale vorm. Het vlak van de bekkenengte (=relatief nauw deel
van het baringskanaal/ hodge 3), met de spinae ischiadeicae als markeringspunt, heeft de kleinste
afmetingen. Het vlak van de bekkenuitgang heeft een ovale vorm in voorachterwaartse richting.