Vakkenniveau 4/5 vwo/havo
§3.1 De opbouw van de aarde
Aardwetenschappelijk onderzoek
De aardwetenschap = Houdt zich bezig met de processen in en op de
aarde waarbij de hydrosfeer en atmosfeer wordt bestudeerd.
Geomorfologie = wetenschap die de vorming van het landschap
bestudeert en de processen die daarbij een rol spelen.
Geologische tijdschaal = Hierin wordt de totale geschiedenis van de
aarde weergegeven in tijdvakken voor overzicht.
Actualiteitsprincipe = Processen in het verleden zouden hetzelfde
verlopen als de processen tegenwoordig (Processen in het verleden zijn de
sleutel tot de toekomst)
Opbouw van de aarde
Men onderzoekt dit door trillingen te gebruiken die bij elke aardbeving
dwars door de aarde gaan en overal ter wereld kunnen worden
opgevangen en geregistreerd.
1. Aardkern – Binnen-kern: Deze bestaat uit vast gesteente, ijzer en
radioactieve deeltjes die warmte produceren.
Aardkern – Buiten-kern: Deze bestaat uit vloeibaar gesteente, omdat
de druk hier lager is.
2. Aardmantel –
Binnenmantel/ mesosfeer:
Deze bestaat uit vast- en
voornamelijk magnesium
en ijzerrijk gesteente.
Aardmantel –
Buitenmantel/
asthenosfeer: Deze
bestaat voornamelijk uit
plastisch gesteente; is te vergelijken met pindakaas.
3. Aardkorst – Buitenste mantel/ lithosfeer: Deze bestaat uit vast
gesteente.
Oceanische korst: Bestaat uit het gesteente basalt – heeft een hoge
dichtheid en is daarom veel zwaarder dan de gesteenten waaruit
continenten zijn opgebouwd.
Continentale korts: Bestaat uit het gesteente graniet – heeft een
lagere dichtheid en is daardoor minder zwaar.
Midoceanische rug = Een aaneengesloten onderwatergebergte
ontstaan doordat twee platen hier uit elkaar bewegen. De oceaan is hier
een stuk ondieper. Opstijgend magma vormt nieuwe oceanische korst –
basalt.
Troggen = Diepe smalle kloof in de oceaanbodem ontstaan, doordat 2
platen naar elkaar toe bewogen.