verslaving: de invloed van drugs op het brein
Naam:
Studentnummer:
Werkgroep:
Hersenen en Gedrag
Docent:
Aantal woorden zonder referentie:
Aantal woorden met referentie:
, De afgelopen vijftig jaar hebben ontwikkelingen op het gebied van verslaving geleidt
tot een toename van kennis over verslaving en effectievere interventies (Van den Brink &
Schippers, 2008). Ondanks deze verbeteringen telt Nederland 1.7 miljoen verslaafden
(Niesink & Van Laar, 2012) en is het aantal gebruikers van medische opioïden tussen 2014 en
2017 verdubbeld (Niesink & Van Laar, 2012). Deze cijfers zijn problematisch omdat gebruik
van medische opioïden gepaard gaat met een risico op verslaving en verslaving negatieve
sociale en psychische gevolgen kan hebben zoals schulden, huiselijk geweld en psychotische
stoornissen. De tegenstrijdige gegevens — meer kennis en meer gebruik en verslaafden —
gaven aanleiding om antwoord te geven op de vraag waarom medicamenteuze en recreatieve
drugs worden gebruikt, ondanks het risico op verslaving.
Er is sprake van verslaving indien een persoon lichamelijk en psychisch afhankelijk is
van een middel, steeds hogere doses nodig heeft op hetzelfde effect te bereiken en
ontwenningsverschijnselen ontstaan die zich lichamelijk en psychisch uiten wanneer de drug
niet wordt gebruikt. (Cacioppo, Kalat, & Freberg, 2018.). Bij verslaving spelen
neurotransmitters een rol. Neurotransmitters zijn stoffen die communicatie tussen
zenuwcellen mogelijk maken in de synaps, het deel waarop twee zenuwcellen communiceren.
Zenuwcellen worden ook wel neuronen genoemd (Cacioppo, Kalat, & Freberg, 2018.). De
neurotransmitter dopamine staat in verband met het beloningssysteem in de hersenen en zorgt
dat een persoon zich beloond voelt (Cacioppo, Kalat, & Freberg, 2018.). In de nucleus
accumbens, een hersengebied dat een rol speelt bij positieve belevingen en betrokken is bij
drugsgebruik, zitten veel dopaminereceptoren. Wanneer drugs worden gebruikt gaat de
hoeveelheid dopamine in de nucleus accumbens omhoog waardoor de effecten van de nucleus
accumbens worden versterkt. Hierdoor worden mensen vrolijker (Cacioppo et al., 2018).
Dopamine speelt een rol bij tolerantie doordat de hersenen minder gevoelig voor dopamine
1