Fase van revalidatie:
Acute fase: 6 weken (informatie verschaffen)
Revalidatiefase: tot 6 maanden (knallen, behandelen)
Chronische fase: blijvend (omgaan met)
Afasie: stoornis in formuleren van talige boodschappen
- Semantisch systeem, grammaticale encodering, fonologische verwerking
Afasiesyndromen:
Amnestische afasie:
- Woordvindingsproblemen
- Taalproductie: vloeiend, pauzes en omschrijvingen
- Taalbegrip: relatief goed, grammaticaal complexere zinnen lastig
Afasie van Wernicke:
Taalproductie: vloeiend, fonematische parafasieën, neologismen (gebruik nieuwe
woorden of andere woorden).
Taalbegrip: gestoord, zowel op woord als zinsniveau (communicatie lastig)
Afasie van Broca:
Telegramstijl
Taalproductie: niet vloeiend, beperkt tot inhoudswoorden, functiewoorden en
grammaticale morfemen worden weggelaten.
Taalbegrip: relatief goed, problemen met grammaticale complexere zinnen
Globale afasie:
- Niet of nauwelijks spreken, moeite met begrijpen en gesproken taal
- Lezen en schrijven nauwelijks mogelijk
- Taalproductie: beperkt tot losse woorden of stereotype uitdrukkingen
Dysartrie:
Spraakstoornis veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Spieren van het
mondmotoriek werken onvoldoende, problemen bij realiseren van de spraakbeweging.
Therapiedoel: bereiken van optimale manier van communiceren tussen patiënt en zijn
omgeving.
Testen te gebruiken bij dysartrie:
- Radboud oraal onderzoek
- Mondmotorisch onderzoek
- NDOV
Insteek therapie bij dysartrie:
- Reversibel: herstel mogelijk
, - Stationair: aanpassingen leren
- Progressief: vertragen. (Herstellen kan niet)
Revalidatietechnieken bij dysartrie:
- Articulatieoefeningen
- Resultaat merkbaar na langere tijd oefenen.
Compensatietechnieken bij dysartrie:
- Spreektempo
- Resonans
- Intonatie/ prosodie
- Luidheid
- Ademhalingsoefeningen
- Ondersteunende communicatie (alternatieven)
Fonologie: klankleer
Morfologie: opbouw van woorden
Syntaxis: opbouw van zinnen
Pragmatiek: taalgebruik
Semantiek: betekenis van woorden, woordenschat
Spraakapraxie: planning en programmering van de spraakbewegingen
- Buccofaciale apraxie: zoeken naar de spieren
- Commando fluiten kan niet maar uit zichzelf kan de patiënt het wel
Diagnostiek Spraakapraxie:
DIAS (kijken waar het probleem zit). Na acute fase. Mag elke drie maanden herhaald
worden.
Diagnose spraakapraxie
Diagnose buccofaciale apraxie
Bepaling van de ernst
TIAS: therapeutisch instrument: oefeningen op de oriëntatie, oefen, automatisering
en transferfase in de logopedische behandeling van spraakapraxie.
Verschillende therapiemogelijkheden:
Motorisch leren > door te doen
Integrale stimulatie > cues geven. Op basis van imitatie
Articulatorisch- kinetische behandeling > laten zien hoe het moet worden gevormd
(tekening)
PROMPT: door te voelen
Prosodische behandeling: gericht op prosodie of melodie op basis van muziek.
Dysfagie:
Verslikken
Aspiratie: onder stembanden in de longen
Penetratie: bovenop de stembanden
Residu: eten in holtes