,Hoofdstuk 1: Kennismaking met duurzame
ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling heeft te maken met de verdeling van welvaart
tussen de verschillende delen van de wereld en generaties.
1.1 Mens en natuur
Oorzaken van rivieroverstromingen:
- Rivieren zijn gekanaliseerd (meanders zijn eruit gehaald). water
stroomt sneller en rivieren hebben minder volume.
- Door ontbossing en opkomst steden neemt de grond minder water
op, waardoor alles gelijk de rivieren in stroomt.
- Meer regen door broeikaseffect
Mensen kunnen ten behoeve van hun winst, veiligheid of welzijn
aanpassingen doen aan de natuur. Daarbij moeten belangen wel worden
afgewogen, anders kan het rebound effect (het succes van een bepaalde
actie roept onbedoelde neveneffecten op die de gunstige gevolgen van de
actie verminderen of in het tegendeel doen omslaan) ontstaan.
Na de overstromingen van 1995 werd duidelijk dat we niet met eigen
krachten de rivier moesten aanpassen, maar de krachten van de rivier
aanpassen Ruimte voor de rivier. Voorbeelden van maatregelen zijn
het aanleggen van oorspronkelijke meanders, nevengeulen en
kribverlaging.
Ecologische hoofdstructuur: een samenhangend netwerk van
bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden, gericht op herstel van
de biodiversiteit en van de veerkracht van de natuur.
Omslag in het denken: Beheersing adaptatie. Dit zijn voorbeelden
van paradigma’s: in een woord een manier van denken weergegeven.
Paradigmaverschuiving als het gaat om duurzame ontwikkeling.
Transitie: de fundamentele verandering die deze verschuiving
teweegbrengt. Eerst bevatte het systeem een weeffout.
1.2 Rijk en arm
Genetische modificatie van bijvoorbeeld gewassen moet vanuit de
rijken komen maar heeft een grote invloed op het leven van de armen
(bijvoorbeeld gouden rijst). Biotechnologie. Greenpeace is tegen GM
omdat dit:
2
, - Onbewuste gevolgen kan meebrengen, zoals ongewilde spreiding
van genen, verstoring natuurlijk evenwicht.
- De oorzaak van het probleem (namelijk ongelijke
welvaartsverdeling) niet oplost.
1.3 Problemen en successen
Veel problemen in de wereld hangen op een ingewikkelde manier met
elkaar samen. Wicked problems. Vaak ontstaat het probleem door een
teveel of een tekort. Bijvoorbeeld kinderarbeid door teveel welvaart rijke
landen. Toch zijn er zichtbare verbeteringen bij bv. Armoede, economie,
milieu en gezondheid.
Duurzaam: geschikt om lang te blijven bestaan. Hier wordt wat anders
mee bedoeld dan ‘star’, want nieuwe duurzame oplossing leiden tot
nieuwe problemen. Daarom bestaat duurzame samenleving eigenlijk niet
maar kan je beter spreken van duurzame ontwikkeling. Interdisciplinaire
aanpak is noodzakelijk.
1.4 Hier en daar, nu en later
Duurzame ontwikkeling heeft effecten op plaats (spreiding van hier naar
daar) en tijd (nu en later). Duurzame ontwikkeling heeft dus als effect een
behoorlijk leven voor een steeds groter deel van de mensen dat
nog lang in stand zal blijven.
1.5 Duurzame Ontwikkeling
Brundtland-commissie: ingesteld door VN (milieu en ontwikkeling):
duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften
van de huidige generatie, zonder het vermogen van toekomstige
generaties aan te tasten om in hun eigen behoeften te voorzien.
Tegenovergestelde is onduurzaam.
3
, Multifunctioneel ruimtegebruik is een oplossing van het groeiende
ruimtegebrek in Nederland (verdeeld onder de 7 functies) maar brengt
nieuwe problemen met zich mee.
1.6 Triple P
Of; triple bottom line: People, Planet, Profit (of prosperity; verwijst
naar welvaart in bredere zin dan winst).
1.7 Top-down en Bottom-up
Verwijderingsbijdrage: consumenten kunnen oude (grijsgoed)
producten inleveren en zien deze kosten terug in nieuwe producten van de
producent die inneemt.
Recycling: het terugwinnen van materialen uit afgedankte producten om
die te gebruiken als grondstof voor nieuwe producten (grijsgoed)
Hergebruik: het terugwinnen van complete materialen uit afgedankte
producten om opnieuw te gebruiken. (kleding, marktplaats)
Top-down: maatregelen en besluiten vinden op hoog niveau plaats en
hebben gevolgen voor veel mensen
Bottom-up: lokaal, individuele besluiten vinden plaats en hebben kleine
of grote gevolgen. Bijvoorbeeld burgerinitiatieven.
4