20.1 De zintuigen
Receptoren liggen meestal in zintuigen. De receptoren ontvangen en vertalen prikkels in impulsen,
zodat ze in de hersenschors verwerkt kunnen worden. De prikkel wordt omgezet in elektriciteit. Een
prikkel wordt pas omgezet in een impuls wanneer de actiepotentiaal bereikt wordt. Wanneer de
prikkelsterkte toeneemt, ontstaan er per tijdseenheid meer impulsen. Op grond van hun specifieke
prikkelgevoeligheid worden vier typen receptoren onderscheiden:
• Chemische receptoren: registreren verandering van chemische samenstelling rondom cellen.
Veroorzaakt door onder andere reukstoffen, smaakstoffen, 𝐶𝑂2 , 𝑂2 en zuren. Bijvoorbeeld in
tong, neus en chemosensoren in de wand van de aorta en de halsslagader.
• Mechanische receptoren: registreert veranderingen van eigen celvorm. De verandering
treedt op onder invloed van mechanische krachten of bewegingen van omringende vloeistof.
Bijvoorbeeld pijn-, tast- en drukzintuigen in je huid, de bloeddruksensoren in de wand van de
aorta en de rekkingssensoren in spieren en pezen.
• Temperatuurreceptoren: registreren temperatuurveranderingen. In de huid bevinden zich
warmte- en koudezintuigen. Ook in het centraal zenuwstelsel liggen temperatuurreceptoren.
• Lichtreceptoren (fotoreceptoren): registreren licht. Dit type komt alleen voor in je ogen
De prikkel waarvoor een receptor gevoelig is, noem je de adequate prikkel. De meeste receptoren
liggen in gespecialiseerde organen voor het opvangen van de adequate prikkels.
De neus
Boven in de linker en rechter neusholte ligt het reukslijmvlies. In het reukslijmvlies zijn chemische
receptoren. De uitlopers van de zintuigcellen lopen in bundeltjes naar de reukzenuw, in de
schedelholte. Stoffen in de ingeademde lucht lossen op in het slijm van het reukslijmvlies. Ze gaan
een chemische binding aan met trilharen van de zintuigcellen. De binding vormt de prikkel die door
zintuigcellen in impulsen wordt omgezet.
Het oor
Het oor is een zintuig met twee typen mechanische receptoren. Het ene type neemt geluidstrillingen
waar. De andere receptoren nemen bewegingen van het hoofd waar. Het buitenoor is het prikkel
opvangende gedeelte. Het bestaat uit de oorschelp, de uitwendige gehoorgang en het trommelvlies.
In het prikkelgeleidende middenoor (trommelholte) is een holte met drie gehoorbeentjes: hamer,
aambeeld en stijgbeugel. Deze zitten met beweeglijke gewrichten aan elkaar vast. De trilling van het
trommelvlies brengt de beentjes in trilling, die wordt twintig keer versterkt. Het middenoor is met de
buitenwereld verbonden via de buis van Eustachius, die uitmondt in de keelholte. De verbinding
zorgt ervoor dat de druk in het middenoor gelijk is aan de buitendruk.
De receptoren bevinden zich in het slakkenhuis in het binnenoor. Het binnenoor staat met een vlies
in contact met het middenoor. Het slakkenhuis is gevuld met vocht, dat de trillingen naar de
zintuigcellen geleidt. Daar worden de trillingen omgezet in impulsen. In het binnenoor bevindt zich
ook het evenwichtszintuig. De receptoren liggen in de drie halve cirkelvormige kanalen. De kanalen
zijn gevuld met vocht en er liggen op bepaalde plaatsen kristallen in; gehoorsteentjes (otolieten).
Wanneer de stand van het hoofd verandert, bewegen de gehoorsteentjes en prikkelen daardoor de
receptoren. Doordat de kanalen in drie onderling loodrechte richtingen staan, kun je alle stand
veranderingen waarnemen. De informatie word je je niet bewust, maar gebruik je voor evenwicht.
, De tong
Je smaakzintuigcellen zijn omgeven door steuncellen. De smaakknoppen
liggen meestal in concentraties bij elkaar. Dat zijn de smaakpapillen.
Smaakzintuigcellen zijn chemische receptoren; ze worden geprikkeld
door stoffen die in de slijmlaag oplossen. De menselijke tong kan vijf
smaken proeven: zout, zoet, bitter, zuur en umami. Je kunt overal in je
mond de vijf smaken proeven. Elke smaakknop heeft receptoren voor
alle vijf de smaken.
Combinaties van voedingsstoffen kunnen de smaak beïnvloeden. Ruiken
speelt een belangrijke rol. Ook de druk-, tast- en temperatuursensoren
van de tong spelen een belangrijke rol. Wat je proeft, wordt namelijk beïnvloed door wat je voelt.
Huidgevoel en pijn
Je huid is eigenlijk één groot zintuigorgaan, op de grens van de buitenwereld en je lichaam, en is
daarom uitermate geschikt als contactmedium. De meeste receptoren liggen in de lederhuid. Vooral
in de huid van je vingertoppen en je gezicht liggen veel zintuigjes; op veel andere plaatsen zijn ze
dunner gezaaid.
Er zijn meerdere typen huidzintuigen:
1. Tastzintuigen: hiermee kun je aanrakingen waarnemen. Het zijn mechanische receptoren.
2. Drukzintuigen: hiermee kun je duwkracht op je huid waarnemen. Het zijn mechanische
receptoren. In combinatie met tastzintuigen kun je ook trillingen waarnemen.
3. Temperatuursveranderingen kun je voelen met de warmte- en koudezintuigen. Behalve in de
huid bevinden zich ook temperatuurreceptoren in het slijmvlies van de mond-, keel- en
neusholte, slokdarm, in de iris en rondom hersenen.
4. Op heel veel plaatsen in je lichaam zitten zenuwuiteinden
en zenuwvezeltjes. Pijnreceptoren die reageren op een
beschadiging van weefsel. Een prikkeling veroorzaakt pijn.
Receptoren liggen meestal in zintuigen. De receptoren ontvangen en vertalen prikkels in impulsen,
zodat ze in de hersenschors verwerkt kunnen worden. De prikkel wordt omgezet in elektriciteit. Een
prikkel wordt pas omgezet in een impuls wanneer de actiepotentiaal bereikt wordt. Wanneer de
prikkelsterkte toeneemt, ontstaan er per tijdseenheid meer impulsen. Op grond van hun specifieke
prikkelgevoeligheid worden vier typen receptoren onderscheiden:
• Chemische receptoren: registreren verandering van chemische samenstelling rondom cellen.
Veroorzaakt door onder andere reukstoffen, smaakstoffen, 𝐶𝑂2 , 𝑂2 en zuren. Bijvoorbeeld in
tong, neus en chemosensoren in de wand van de aorta en de halsslagader.
• Mechanische receptoren: registreert veranderingen van eigen celvorm. De verandering
treedt op onder invloed van mechanische krachten of bewegingen van omringende vloeistof.
Bijvoorbeeld pijn-, tast- en drukzintuigen in je huid, de bloeddruksensoren in de wand van de
aorta en de rekkingssensoren in spieren en pezen.
• Temperatuurreceptoren: registreren temperatuurveranderingen. In de huid bevinden zich
warmte- en koudezintuigen. Ook in het centraal zenuwstelsel liggen temperatuurreceptoren.
• Lichtreceptoren (fotoreceptoren): registreren licht. Dit type komt alleen voor in je ogen
De prikkel waarvoor een receptor gevoelig is, noem je de adequate prikkel. De meeste receptoren
liggen in gespecialiseerde organen voor het opvangen van de adequate prikkels.
De neus
Boven in de linker en rechter neusholte ligt het reukslijmvlies. In het reukslijmvlies zijn chemische
receptoren. De uitlopers van de zintuigcellen lopen in bundeltjes naar de reukzenuw, in de
schedelholte. Stoffen in de ingeademde lucht lossen op in het slijm van het reukslijmvlies. Ze gaan
een chemische binding aan met trilharen van de zintuigcellen. De binding vormt de prikkel die door
zintuigcellen in impulsen wordt omgezet.
Het oor
Het oor is een zintuig met twee typen mechanische receptoren. Het ene type neemt geluidstrillingen
waar. De andere receptoren nemen bewegingen van het hoofd waar. Het buitenoor is het prikkel
opvangende gedeelte. Het bestaat uit de oorschelp, de uitwendige gehoorgang en het trommelvlies.
In het prikkelgeleidende middenoor (trommelholte) is een holte met drie gehoorbeentjes: hamer,
aambeeld en stijgbeugel. Deze zitten met beweeglijke gewrichten aan elkaar vast. De trilling van het
trommelvlies brengt de beentjes in trilling, die wordt twintig keer versterkt. Het middenoor is met de
buitenwereld verbonden via de buis van Eustachius, die uitmondt in de keelholte. De verbinding
zorgt ervoor dat de druk in het middenoor gelijk is aan de buitendruk.
De receptoren bevinden zich in het slakkenhuis in het binnenoor. Het binnenoor staat met een vlies
in contact met het middenoor. Het slakkenhuis is gevuld met vocht, dat de trillingen naar de
zintuigcellen geleidt. Daar worden de trillingen omgezet in impulsen. In het binnenoor bevindt zich
ook het evenwichtszintuig. De receptoren liggen in de drie halve cirkelvormige kanalen. De kanalen
zijn gevuld met vocht en er liggen op bepaalde plaatsen kristallen in; gehoorsteentjes (otolieten).
Wanneer de stand van het hoofd verandert, bewegen de gehoorsteentjes en prikkelen daardoor de
receptoren. Doordat de kanalen in drie onderling loodrechte richtingen staan, kun je alle stand
veranderingen waarnemen. De informatie word je je niet bewust, maar gebruik je voor evenwicht.
, De tong
Je smaakzintuigcellen zijn omgeven door steuncellen. De smaakknoppen
liggen meestal in concentraties bij elkaar. Dat zijn de smaakpapillen.
Smaakzintuigcellen zijn chemische receptoren; ze worden geprikkeld
door stoffen die in de slijmlaag oplossen. De menselijke tong kan vijf
smaken proeven: zout, zoet, bitter, zuur en umami. Je kunt overal in je
mond de vijf smaken proeven. Elke smaakknop heeft receptoren voor
alle vijf de smaken.
Combinaties van voedingsstoffen kunnen de smaak beïnvloeden. Ruiken
speelt een belangrijke rol. Ook de druk-, tast- en temperatuursensoren
van de tong spelen een belangrijke rol. Wat je proeft, wordt namelijk beïnvloed door wat je voelt.
Huidgevoel en pijn
Je huid is eigenlijk één groot zintuigorgaan, op de grens van de buitenwereld en je lichaam, en is
daarom uitermate geschikt als contactmedium. De meeste receptoren liggen in de lederhuid. Vooral
in de huid van je vingertoppen en je gezicht liggen veel zintuigjes; op veel andere plaatsen zijn ze
dunner gezaaid.
Er zijn meerdere typen huidzintuigen:
1. Tastzintuigen: hiermee kun je aanrakingen waarnemen. Het zijn mechanische receptoren.
2. Drukzintuigen: hiermee kun je duwkracht op je huid waarnemen. Het zijn mechanische
receptoren. In combinatie met tastzintuigen kun je ook trillingen waarnemen.
3. Temperatuursveranderingen kun je voelen met de warmte- en koudezintuigen. Behalve in de
huid bevinden zich ook temperatuurreceptoren in het slijmvlies van de mond-, keel- en
neusholte, slokdarm, in de iris en rondom hersenen.
4. Op heel veel plaatsen in je lichaam zitten zenuwuiteinden
en zenuwvezeltjes. Pijnreceptoren die reageren op een
beschadiging van weefsel. Een prikkeling veroorzaakt pijn.