Lesweek 1 Zelfmanagement en eigen regie:
Lesdoelen:
Je begrijpt de begrippen eigen regie, zelfredzaamheid,
chronisch ziek, persoonsgerichte zorg, samen beslissen en
zelfmanagement.
Je begrijpt de 3 adaptieve opgaven van zelfmanagement.
Je begrijpt de samenhang tussen mantelzorg,
vrijwilligershulp en professionele zorg.
Begrippen:
Eigen regie = dat je zelf over je leven mag beslissen. En de zorg die je daarbij krijgt.
Zelfredzaamheid = dat je zonder hulp van anderen je ADL kan doen.
Chronisch ziek = een aandoening hebben waarbij het bijna 100% zeker is dat het niet
meer helemaal hersteld wordt.
Persoonsgerichte zorg = dat je de zorg richt op de patiënt en dat het beste is voor de
patiënt.
Samen beslissen = samen overleggen en kijken naar wat het beste is voor de patiënt.
Zelfmanagement = het zelf kunnen beslissen en handelen van de patiënt.
3 adaptieve opgaven van zelfmanagent:
Medische management = omgaan met de aandoening en de behandeling
(leefstijlaanpassingen).
Rol management = relatie met naasten en zorgverleners (betekenis geven aan het
leven en diverse sociale rollen, ADL).
Emotionele management = emotionele balans (omgaan met emotionele gevoelens).
,Samenhang tussen mantelzorg, vrijwilligershulp en professionele zorg:
Mantelzorg = onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of
vrienden.
Vrijwilligershulp = werk dat je onbetaald en onverplicht doet
Professionele zorg = de zorg is gebaseerd op professionele richtlijnen en
kwaliteitsstandaarden.
, Lesweek 2 invloed van psychische processen:
Lesdoelen:
Je herkent de begrippen: persoonlijkheid, karakter,
temperament, nurture, nature, BIG 5, Id, superego, ego
en ego-afweermeachnismen.
Je herkent de effecten van sociaal culturele factoren en
onze kijk op persoonlijkheid (diversiteit en
internationalisering).
Je herkent de invloeden van de growth mindset versus
fixed mindset.
Begrippen:
Persoonlijkheid = een verzameling eigenschappen die een zekere continuïteit verleent
aan ons gedrag in verschillende situaties en op verschillende momenten.
Karakter = karakter trekken zijn stabiele persoonlijkheidskenmerken waarvan we
aannemen dat ze zich het individu bevinden en die in verschillende omstandigheden
bepalend zijn voor onze gedachten en handelingen.
Temperament = persoonlijkheidskenmerken, de gebruikelijke houding, stemming of
het gedrag van een persoon of dier.
Nurture = leeraspecten
Nature = aangeboren factoren
Persoonlijkheid als een 3-eenheid:
Id = primitieve deel van onze geest (irrationeel,impulsief) het werkt volgens het lust
principe (aangeboren).
Ego = rationeel en bewust (praktisch, probleemoplossend) het werkt volgens het
realiteitsprincipe (opvoeding en waar we opgroeien).
Superego = morele kompas (normen, waarden, moraal & ik-ideaal) het werkt volgens
het geweten (opvoeding)
Ego-afweermechanisme/verdedigingsmechanisme: