Kennistoets 123
Casus 1:
Goed verplegen:
2.1.4:
- Vanaf kinds af aan leren we waarden, normen, gewoontes die ook plaats in ons handelen
krijgen.
- Aangeleerd: er is expliciet over gesproken en er zijn regels gesteld
Kader 2.1:
- Zorgen voor iemand heeft direct betrekking op die ander: ik zorg voor jou.
- Zorgen dat er iets gebeurd is meer indirect, lijkt op managen of organiseren.
RS virus:
- Voor hun 2e jaar gehad, vaak wintermaanden.
- RS-virus is een virus dat luchtweginfecties veroorzaakt. -> ontsteking kleine luchtwegen of
longontsteking, word benauwd.
- Symptomen: verkouden, hoesten tussen dag 2-8 ziek worden.
- Is besmettelijk.
- Komen antistoffen nirsevimab -> injectie.
Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg:
4.2.9:
- Jong kind alleen gericht op zichzelf en vaste verzorgers, peuter raakt georiënteerd op de
buitenwereld.
- Peuters zijn niet super goed in samen spelen, dat komt pas bij verbalen praten.
4.3.2:
- Ouders merken bij peuterperiode dat zij niet meer alles kunnen bepalen en het kind steeds
zelfstandiger word.
- In koppigheidsfase zoekt de peuter naar de grenzen en mogelijkheden van zijn eigenheid.
- Bij armoede is er sprake van slechtere hersenontwikkeling, met minder witte en grijze stof.
- Peuters maken heel goed ruzies mee tussen ouders tijdens de scheiding, dit kan zorgen
voor een verstoorde thuissituatie voor de peuter.
7.3.1:
- Zieke kinderen zijn hangerig, zeurderig en vertonen lastig gedrag.
- Hebt toegevende ouders en ontwijkende ouders.
7.3.2:
- 1 op de 4 kinderen ontwikkelt of heeft tijdens de kindertijd een chronische ziekte; astma,
chronische bronchitis, taaislijmziekte, diabetes, kanker, hartaandoeningen.
- Ouders zijn vaak belast en hebben weinig zelfzorg.
- Gaan denken over het ‘levend verlies’; rouw die er steeds is en in elke ontwikkelingstap
weer pijn doet.
4.2:
- Soms is er een terugval bij een kind
- Afwijkende lengte kan door hormonale afwijking
- Lagere gewichtscurve kan door nog niet ontdekte lichamelijke ziekte.
- Bij ontwikkeling motoriek spelen de aanleg van het kind en omgevingsfactoren een
belangrijke rol.
- Fonologie: de ontwikkeling van de klanken
- Syntaxis: de zinsbouw
- Semantiek: de betekenis van het gesprokene
- Pragmatiek: taal in de sociale context
, - Cognitie is het opnemen, verwerken en weer opnieuw kunnen gebruiken van informatie en
ervaringen.
- Rond 18 maanden ontstaan er soms angsten van de omgeving.
4.4.1:
- Vaste eetmomenten leren kinderen om niet de hele dag door te eten.
- Max 7 eet en drink momenten per dag.
- In de nacht eten en drinken afgeraden voor de speekselproductie.
- Vitamine D moeten kinderen goed binnen krijgen.
- Ijzer ook belangrijk
- Vetten zijn belangrijk voor een kind.
- Niet meer dan 2 glazen frisdrank met cyclamaat drinken.
Stichting kind en ziekenhuis:
- zieke kinderen hebben veel wilskracht.
- Anatomie en fysiologie van kinderen verschilt wezenlijk van die van volwassenen. ->
kinderen hebben relatief een groter hart met een groter hartminuutvolume.
Flitscollege verpleegkundige visies:
- Diagnosegestuurde, behoeftegestuurde verpleegkundige
- Diagnosegestuurde visie was er eerder
- Gordon systematiek belangrijk bij diagnosegestuurde.
- Rationeel benaderen, problemen staan centraal, verpleegkundige bepaald, evidence based
practise erg belangrijk bij diagnosegestuurde visie.
- NANDA: is classificaties van diagnoses
- Epidemiologisch bewijs niet altijd nodig voor het handelen.
- Behoeftegestuurde visie (vanaf jaren 90) -> tegengeluid van diagnosegestuurde visie
- Behoeftegestuurde: vraaggerichte en vraaggestuurde visie (client is bepalend)
- Cliententevredenheid word nu ook gemeten.
- Holistische benadering: client word gezien als eenheid van somatisch en psychosociale
eenheid
- Emancipatorische benadering: client wordt gezien als iemand die zelf richting geeft aan zijn
leven, dus ook aan dat deel waarvoor zorg wordt gevraagd.
- Belevingsgerichte visie: levensloop achterhalen met ziekte.
- Geïntegreerde belevingsgerichte visie: dementerend, erkenning afhankelijkheid.
- Presentie visie: er zijn voor iemand. En valideren (waardering tonen, erkenning, goed
gevoel geven) bij iemand.
- Familiezorg visie: voor familie zijn, er bij betrekken. Kijken hoe de familie in elkaar zitten.
- Dementerende client: geïntegreerde belevingsgerichte visie
- Zojuist gevallen client: aanbodgerichte visie
- Verslaafde client: presentie theorie
- Client met 10 jaar COPD: belevingsgerichte/ vraaggerichte theorie
- Client met PGB: vraaggestuurde theorie
- somatische client in verzorgingstehuis: belevingsgerichte/ vraaggerichte theorie
Klinisch redeneren blok C:
- EWS, ABCDE, AMPLE, SCEGS
- De ICF is een internationaal en interprofessioneel model waarmee op holistische wijze,
namelijk vanuit verschillende domeinen, de hulpvraag van de client in kaart wordt
gebracht. Vanuit anatomie en functies, activiteiten, participatie, externe factoren,
persoonlijke factoren.
Pathologie:
8.5.4:
- Een na dodelijkste kankersoort -> longkanker (longcarcinoom)
, - Risicofactoren: roken, meeroken, blootstelling aan schadelijke stoffen en genetische
factoren.
- DNA in de cellen veranderd door het langdurig inademen van carcinogene stoffen, daardoor
ontstaan kankercellen.
- SCLC: kleincellig longcarcinoom bestaat uit kleine cellen die zeer snel delen en zich snel
door het lichaam verspreiden.
- Hemoptoe: bloed ophoesten
Het RS virus bij uw kind op de intensive care:
- Komt vooral in de herfst en wintermaanden
- Bij jongeren kinderen kunnen er longontstekingen ontstaan en bronchiolitis.
- Door aanrakingen overgedragen
- RS sneltest: dun wattenstaafje die in de keel slijm ophaalt, word naar het laboratorium
gestuurd.
- Beademing kan worden toegediend als kinderen op de intensive care liggen.
- Vaak slaapmedicatie om te kinderen te helpen
- Door beademingsbuisje kunnen kinderen niet eten en drinken, daarom krijgen zij een
sonde.
Complicaties:
- Middenoor ontsteking (motitis media): Een bijkomende oorontsteking wordt vaak gezien bij
aandoeningen die
veel snot geven in de neus-/ keelholte en bij infecties. Dit is het gevolg van opstapeling van afvalstoffen en een
verminderde weerstand.
- Longontsteking (Pneumonie) of bacteriële infectie: Door het ziek zijn, de verminderde weerstand en het niet
goed door kunnen ademen is er meer kans op een longontsteking of een andere
bacteriële infectie
Anatomie en fysiologie:
hoofdstuk 10:
- Neusgaten: nares
- Functies neus: opwarmen, filteren en zuivering, bevochtiging
- Nasopharynx: achter de neusholte boven het niveau van het zachte verhemelte.
- Oropharynx: achter de mondholte en loopt van het niveau van het zachte verhemelte tot
het niveau van het bovenste deel van het derde halswervellichaam.
- Pharynx (keel) functies: doorgang van lucht en voedsel, opwarming en bevochtiging,
gehoor, bescherming, spraak
- Larynx (strottenhoofd) functies: geluid produceren, spraak, bescherming tegen onderste
luchtwegen, doorgang voor lucht, bevochtigen, filteren en opwarmen.
- Trachea (luchtpijp) functies: ondersteuning en doorgang, mucociliair transport (synchroon
bewegen van trilharen waar aanhangende deeltjes omhoog hoesten), hoestreflex,
opwarming, bevochtiging en filtering.
- Inspiratie: door gelijktijdige aanspanning van de externe tussenribspieren en het diafragma
wordt de borstkast vergroot.
- Expiratie: ontspanning van de externe tussenribspieren en het diafragma resulteert in een
neerwaartse en inwaartse beweging van de ribbenkast en het elastisch terugveren van de
longen.
- Externe respiratie: uitwisseling van gassen door diffusie over de alveolaire capillaire
membraan, tussen de alveoli en het bloed in de longcapillairen.
- Interne respiratie: gaswisseling door diffusie tussen bloed in de capillairen en de
lichaamscellen.
- Longemfyseem: ontwikkeld als gevolg van chronische ontstekingen of irritaties (roken).
Longen:
- Longen lopen tot diafragma (middenrif).
- Mediastinum: gebied tussen de longen -> hart, bloedvaten, slokdarm, luchtwegen.
- Longhilis: waar bloedvaten en luchtwegen de longen in gaan -> A pulmonalis, bronchus,
v.pulmonales.
- Rechter longen kwabben: lobus superior, lobus medius, lobus inferior
, - Links longen kwabben: lobus superior, lobus inferior (kleinere long)
- Neus -> pharynx -> trachea -> primaire bronchus -> bronchus lobaris -> bronchus
segmentalis -> bronchiolen -> alveolus -> alveoli
- Alveoliwand bestaat maar uit 1 wand, waardoor de zuurstof makkelijk met het bloed kan
mengen.
- Pleura: pleura visceralis (zit aan de long). Pleura parietalis (wand van de thorax)
- Pneumothorax: klaplong.
Druk tijdens de ademhaling:
- Lucht stroomt van hoge druk naar lage druk
- Intrapulmonale druk: druk in de longen -> lager dan de druk buiten (gebeurt door thorax te
vergroten)
- Pleura moet meebewegen met de ademhaling.
- Interpleurale druk (vacuüm) druk tussen de pleura -> daardoor hangen de longen
Gaswisseling:
- CO2 ademen we uit.
- Longen zijn nooit leeg -> gaswisseling gaat altijd door
- Externe respiratie: gaswisseling in de longen -> alveoli. Wand en bloed dicht bij elkaar
waardoor makkelijk te mengen. Zuurstof gaat van alveolaire lucht naar de capillairen.
Daarna weer terug.
- Interne respiratie: van bloed naar cellen -> neemt afvalstof van CO2 weer op.
- Zuurstof bindt aan hemoglobine -> word oxyhemoglobine.
Kanker:
- Carcinogenen kunnen zorgen voor een verkeerde mutatie.
- Apoptose: geprogrammeerde celdood
- Dysplasie -> kan kanker gezwel vormen -> kan verspreiden.
- Dysplasie -> toename cellen (hyperplasie) -> milde dysplasie (wanorde) -> ernstige
dysplasie (meer wanorde) -> invasieve kanker
- Laaggradig: lijken nog op de originele cellen
- Intermediair: lijken al minder op de originele cellen
- Hooggradig: lijken er niet meer op
- Anaplastisch: lijken nergens meer op
- Benigne: goedaardig, geen mestasering. -> kan wel weefsel drukken
- Maligne: kwaadaarig, niet ingekapseld, slecht gedifferentieerd.
- Metastase: uitzaaien. (via hematogeen, lymfogeen, ingroei)
casus 2:
Gezondheidsrecht begrepen:
Hoofdstuk 5:
Casus 1:
Goed verplegen:
2.1.4:
- Vanaf kinds af aan leren we waarden, normen, gewoontes die ook plaats in ons handelen
krijgen.
- Aangeleerd: er is expliciet over gesproken en er zijn regels gesteld
Kader 2.1:
- Zorgen voor iemand heeft direct betrekking op die ander: ik zorg voor jou.
- Zorgen dat er iets gebeurd is meer indirect, lijkt op managen of organiseren.
RS virus:
- Voor hun 2e jaar gehad, vaak wintermaanden.
- RS-virus is een virus dat luchtweginfecties veroorzaakt. -> ontsteking kleine luchtwegen of
longontsteking, word benauwd.
- Symptomen: verkouden, hoesten tussen dag 2-8 ziek worden.
- Is besmettelijk.
- Komen antistoffen nirsevimab -> injectie.
Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg:
4.2.9:
- Jong kind alleen gericht op zichzelf en vaste verzorgers, peuter raakt georiënteerd op de
buitenwereld.
- Peuters zijn niet super goed in samen spelen, dat komt pas bij verbalen praten.
4.3.2:
- Ouders merken bij peuterperiode dat zij niet meer alles kunnen bepalen en het kind steeds
zelfstandiger word.
- In koppigheidsfase zoekt de peuter naar de grenzen en mogelijkheden van zijn eigenheid.
- Bij armoede is er sprake van slechtere hersenontwikkeling, met minder witte en grijze stof.
- Peuters maken heel goed ruzies mee tussen ouders tijdens de scheiding, dit kan zorgen
voor een verstoorde thuissituatie voor de peuter.
7.3.1:
- Zieke kinderen zijn hangerig, zeurderig en vertonen lastig gedrag.
- Hebt toegevende ouders en ontwijkende ouders.
7.3.2:
- 1 op de 4 kinderen ontwikkelt of heeft tijdens de kindertijd een chronische ziekte; astma,
chronische bronchitis, taaislijmziekte, diabetes, kanker, hartaandoeningen.
- Ouders zijn vaak belast en hebben weinig zelfzorg.
- Gaan denken over het ‘levend verlies’; rouw die er steeds is en in elke ontwikkelingstap
weer pijn doet.
4.2:
- Soms is er een terugval bij een kind
- Afwijkende lengte kan door hormonale afwijking
- Lagere gewichtscurve kan door nog niet ontdekte lichamelijke ziekte.
- Bij ontwikkeling motoriek spelen de aanleg van het kind en omgevingsfactoren een
belangrijke rol.
- Fonologie: de ontwikkeling van de klanken
- Syntaxis: de zinsbouw
- Semantiek: de betekenis van het gesprokene
- Pragmatiek: taal in de sociale context
, - Cognitie is het opnemen, verwerken en weer opnieuw kunnen gebruiken van informatie en
ervaringen.
- Rond 18 maanden ontstaan er soms angsten van de omgeving.
4.4.1:
- Vaste eetmomenten leren kinderen om niet de hele dag door te eten.
- Max 7 eet en drink momenten per dag.
- In de nacht eten en drinken afgeraden voor de speekselproductie.
- Vitamine D moeten kinderen goed binnen krijgen.
- Ijzer ook belangrijk
- Vetten zijn belangrijk voor een kind.
- Niet meer dan 2 glazen frisdrank met cyclamaat drinken.
Stichting kind en ziekenhuis:
- zieke kinderen hebben veel wilskracht.
- Anatomie en fysiologie van kinderen verschilt wezenlijk van die van volwassenen. ->
kinderen hebben relatief een groter hart met een groter hartminuutvolume.
Flitscollege verpleegkundige visies:
- Diagnosegestuurde, behoeftegestuurde verpleegkundige
- Diagnosegestuurde visie was er eerder
- Gordon systematiek belangrijk bij diagnosegestuurde.
- Rationeel benaderen, problemen staan centraal, verpleegkundige bepaald, evidence based
practise erg belangrijk bij diagnosegestuurde visie.
- NANDA: is classificaties van diagnoses
- Epidemiologisch bewijs niet altijd nodig voor het handelen.
- Behoeftegestuurde visie (vanaf jaren 90) -> tegengeluid van diagnosegestuurde visie
- Behoeftegestuurde: vraaggerichte en vraaggestuurde visie (client is bepalend)
- Cliententevredenheid word nu ook gemeten.
- Holistische benadering: client word gezien als eenheid van somatisch en psychosociale
eenheid
- Emancipatorische benadering: client wordt gezien als iemand die zelf richting geeft aan zijn
leven, dus ook aan dat deel waarvoor zorg wordt gevraagd.
- Belevingsgerichte visie: levensloop achterhalen met ziekte.
- Geïntegreerde belevingsgerichte visie: dementerend, erkenning afhankelijkheid.
- Presentie visie: er zijn voor iemand. En valideren (waardering tonen, erkenning, goed
gevoel geven) bij iemand.
- Familiezorg visie: voor familie zijn, er bij betrekken. Kijken hoe de familie in elkaar zitten.
- Dementerende client: geïntegreerde belevingsgerichte visie
- Zojuist gevallen client: aanbodgerichte visie
- Verslaafde client: presentie theorie
- Client met 10 jaar COPD: belevingsgerichte/ vraaggerichte theorie
- Client met PGB: vraaggestuurde theorie
- somatische client in verzorgingstehuis: belevingsgerichte/ vraaggerichte theorie
Klinisch redeneren blok C:
- EWS, ABCDE, AMPLE, SCEGS
- De ICF is een internationaal en interprofessioneel model waarmee op holistische wijze,
namelijk vanuit verschillende domeinen, de hulpvraag van de client in kaart wordt
gebracht. Vanuit anatomie en functies, activiteiten, participatie, externe factoren,
persoonlijke factoren.
Pathologie:
8.5.4:
- Een na dodelijkste kankersoort -> longkanker (longcarcinoom)
, - Risicofactoren: roken, meeroken, blootstelling aan schadelijke stoffen en genetische
factoren.
- DNA in de cellen veranderd door het langdurig inademen van carcinogene stoffen, daardoor
ontstaan kankercellen.
- SCLC: kleincellig longcarcinoom bestaat uit kleine cellen die zeer snel delen en zich snel
door het lichaam verspreiden.
- Hemoptoe: bloed ophoesten
Het RS virus bij uw kind op de intensive care:
- Komt vooral in de herfst en wintermaanden
- Bij jongeren kinderen kunnen er longontstekingen ontstaan en bronchiolitis.
- Door aanrakingen overgedragen
- RS sneltest: dun wattenstaafje die in de keel slijm ophaalt, word naar het laboratorium
gestuurd.
- Beademing kan worden toegediend als kinderen op de intensive care liggen.
- Vaak slaapmedicatie om te kinderen te helpen
- Door beademingsbuisje kunnen kinderen niet eten en drinken, daarom krijgen zij een
sonde.
Complicaties:
- Middenoor ontsteking (motitis media): Een bijkomende oorontsteking wordt vaak gezien bij
aandoeningen die
veel snot geven in de neus-/ keelholte en bij infecties. Dit is het gevolg van opstapeling van afvalstoffen en een
verminderde weerstand.
- Longontsteking (Pneumonie) of bacteriële infectie: Door het ziek zijn, de verminderde weerstand en het niet
goed door kunnen ademen is er meer kans op een longontsteking of een andere
bacteriële infectie
Anatomie en fysiologie:
hoofdstuk 10:
- Neusgaten: nares
- Functies neus: opwarmen, filteren en zuivering, bevochtiging
- Nasopharynx: achter de neusholte boven het niveau van het zachte verhemelte.
- Oropharynx: achter de mondholte en loopt van het niveau van het zachte verhemelte tot
het niveau van het bovenste deel van het derde halswervellichaam.
- Pharynx (keel) functies: doorgang van lucht en voedsel, opwarming en bevochtiging,
gehoor, bescherming, spraak
- Larynx (strottenhoofd) functies: geluid produceren, spraak, bescherming tegen onderste
luchtwegen, doorgang voor lucht, bevochtigen, filteren en opwarmen.
- Trachea (luchtpijp) functies: ondersteuning en doorgang, mucociliair transport (synchroon
bewegen van trilharen waar aanhangende deeltjes omhoog hoesten), hoestreflex,
opwarming, bevochtiging en filtering.
- Inspiratie: door gelijktijdige aanspanning van de externe tussenribspieren en het diafragma
wordt de borstkast vergroot.
- Expiratie: ontspanning van de externe tussenribspieren en het diafragma resulteert in een
neerwaartse en inwaartse beweging van de ribbenkast en het elastisch terugveren van de
longen.
- Externe respiratie: uitwisseling van gassen door diffusie over de alveolaire capillaire
membraan, tussen de alveoli en het bloed in de longcapillairen.
- Interne respiratie: gaswisseling door diffusie tussen bloed in de capillairen en de
lichaamscellen.
- Longemfyseem: ontwikkeld als gevolg van chronische ontstekingen of irritaties (roken).
Longen:
- Longen lopen tot diafragma (middenrif).
- Mediastinum: gebied tussen de longen -> hart, bloedvaten, slokdarm, luchtwegen.
- Longhilis: waar bloedvaten en luchtwegen de longen in gaan -> A pulmonalis, bronchus,
v.pulmonales.
- Rechter longen kwabben: lobus superior, lobus medius, lobus inferior
, - Links longen kwabben: lobus superior, lobus inferior (kleinere long)
- Neus -> pharynx -> trachea -> primaire bronchus -> bronchus lobaris -> bronchus
segmentalis -> bronchiolen -> alveolus -> alveoli
- Alveoliwand bestaat maar uit 1 wand, waardoor de zuurstof makkelijk met het bloed kan
mengen.
- Pleura: pleura visceralis (zit aan de long). Pleura parietalis (wand van de thorax)
- Pneumothorax: klaplong.
Druk tijdens de ademhaling:
- Lucht stroomt van hoge druk naar lage druk
- Intrapulmonale druk: druk in de longen -> lager dan de druk buiten (gebeurt door thorax te
vergroten)
- Pleura moet meebewegen met de ademhaling.
- Interpleurale druk (vacuüm) druk tussen de pleura -> daardoor hangen de longen
Gaswisseling:
- CO2 ademen we uit.
- Longen zijn nooit leeg -> gaswisseling gaat altijd door
- Externe respiratie: gaswisseling in de longen -> alveoli. Wand en bloed dicht bij elkaar
waardoor makkelijk te mengen. Zuurstof gaat van alveolaire lucht naar de capillairen.
Daarna weer terug.
- Interne respiratie: van bloed naar cellen -> neemt afvalstof van CO2 weer op.
- Zuurstof bindt aan hemoglobine -> word oxyhemoglobine.
Kanker:
- Carcinogenen kunnen zorgen voor een verkeerde mutatie.
- Apoptose: geprogrammeerde celdood
- Dysplasie -> kan kanker gezwel vormen -> kan verspreiden.
- Dysplasie -> toename cellen (hyperplasie) -> milde dysplasie (wanorde) -> ernstige
dysplasie (meer wanorde) -> invasieve kanker
- Laaggradig: lijken nog op de originele cellen
- Intermediair: lijken al minder op de originele cellen
- Hooggradig: lijken er niet meer op
- Anaplastisch: lijken nergens meer op
- Benigne: goedaardig, geen mestasering. -> kan wel weefsel drukken
- Maligne: kwaadaarig, niet ingekapseld, slecht gedifferentieerd.
- Metastase: uitzaaien. (via hematogeen, lymfogeen, ingroei)
casus 2:
Gezondheidsrecht begrepen:
Hoofdstuk 5: