Werkgroepen – Onderneming en Recht
Week 1
Vraag 1
a) Van belang want als het een onderneming is moet het worden ingeschreven in het
handelsregister. Vereisten staan in art. 2 hrgb 2008
- Voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid: vanaf 2020 is het echt een
georganiseerde eenheid wanneer ze de bankrekening opent. Daarvoor is dat nog minder
duidelijk.
- Van een of meer personen: Rosie doet het alleen
- Voldoende inbreng van arbeid en middelen: Rosie brengt arbeid in en de stallen zijn
middelen
- Ten behoeve van derden: dat doet ze want niet voor zichzelf
- Diensten of goederen: het verzorgen van paarden
- Oogmerk om materieel voordeel te behalen: vanaf 2020 is het heel duidelijk dat ze de
bankrekening wil scheiden van haar levensinkomsten. Het behalen van materieel voordeel
is niet per se winst. Kan ook het beperken van kosten zijn.
Aan alle vereisten is voldaan dus is er sprake van een onderneming vooral vanaf 2020. Gevolg
inschrijving in het handelsregister.
b) Rechtsvormen zijn een bepaalde juridische jas:
-Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, NV, BV, Stichting,
rechtspersonen. Kunnen deelnemen aan het juridische en economische verkeer.
-Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
In de casus gaat het om een eenmanszaak, Rosie ontplooit de activiteiten alleen. Dus Rosie is
als ondernemer ook in privé aansprakelijk.
c) Feiten: familie wil rijlessen organiseren, activiteiten ontplooien. Ze rekenen maandelijks en
per les een bijdrage voor de lessen. De vader heeft ook een bankrekening geopend.
Welke rechtsvorm:
Meeste rechtsvormen worden opgericht bij notariële akte, dus heel veel vormen vallen
eigenlijk af. Een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid die kan ontstaan en niet wordt
opgericht bij notariële akte, dat is de vereniging. Art. 2:26 BW
Stap 1: is er een notariële akte? Nee? Noem dat dan ook, want veel rechtsvormen vallen af.
Stap 2: voldaan aan vereisten at. 2:26 BW:
- Leden: mensen betalen maandelijks contributie
- Doel: het doel is rijlessen in de buitenmanege organiseren
- Meerzijdige rechtshandeling: art. 3:33 bw: rechtshandeling dat een op een rechtsgevolg
gerichte wil heeft. Bijvoorbeeld het oprichten van een vereniging. De gedragingen van
Habab zitten er ook impliciet in. Ze vragen er geld voor, er is een bankrekening, ze
organiseren allerlei dingen en samen kan je dat aanmerken als een meerzijdige
rechtshandeling. Gelet op het Lords Choir arrest.
- Geen winst onder leden verdelen: je mag wel winst maken, maar niet uitkeren. Ook
hieraan is voldaan, want ze keren geen winst uit.
Hof: In Lords Choir ging het om een koor. Het koor had een piano en drumstel (1700
euro) gekocht en dat wilde ze terughebben. Het koor zij dat ze een vereniging waren en
dus procederen en eigenaar zijn van goederen. De tegenpartij zei dat ze dat niet waren. Er
was een bestuur, evenementen, repetities en bepaalde contributies en samen zei het hof dat
het kon worden aangemerkt als een meerzijdige rechtshandeling. Dus werd aangemerkt als
een informele vereniging.
Gedragingen van de groep mensen kan worden aangemerkt als een meerzijdige
rechtshandeling. Dat bleek impliciet uit de gedragingen. r.o. 4.10- 4.11/4.12
Informele vereniging, want hij is ontstaan en komt niet uit een notariële akte (geen
oprichtingshandeling). Sprake van een samenwerkingsverband binnen de familie.
, Informele vereniging: kan geen registergoederen bezitten en geen erfgenaam zijn en een
formele vereniging kan dat wel.
d) Kan je een onderneming overdragen?
Overdracht via art. 3:84 BW: levering, geldige titel en beschikkingsbevoegdheid van een goed
in de zin van art. 3:1 BW. Nee een onderneming is geen goed, dus kan je niet zo overdragen.
Je kan wel alle activa en passiva die in de onderneming zitten overdragen. Losse bestanddelen
overdragen.
Hooi, zadels, allerlei roerende zaken en die kan je overdragen op de wijze zoals art. 3:84 BW.
Stallen zijn onroerend goed en dat moet via de een andere overdracht.
e) Stichting art. 2:285 BW: rechtshandeling in het leven geroepen, opgericht bij notariële akte,
geen leden en beoogd een bepaald doel te hebben (niet het uitkeren van winst).
Dus nee dat kan niet, ze wil maandelijks geld hebben en dat voldoet niet aan het ideële doel
van een stichting. Ze zou wel een BV kunnen oprichten en dan mag je dividend uitkeren.
Een oplossing zou zijn dat uitkeringen wel mogen als ze sociale of ideële strekking of hebben.
Week 2
Vraag 1
a) Art. 3 Hrgb:
Voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid: ja ze opereren samen, hebben een
bankrekening en treden zodanig naar buiten toe. Ze hebben werkzaamheden, hebben arbeid en
treden er mee naar buiten.
Van een of meer personen: ja twee broers
Voldoende inbreng van arbeid of middelen: ja ze verrichten arbeid als elektromonteur.
Ten behoeve van derden: ja de arbeid doet de ene voor particulieren en de ander voor
installatiebedrijven.
Diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht
Met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen: ze willen een omzet van 60.000
genereren
Aan alle 6 de vereisten is voldaan, dus er sprake van een onderneming in de zin van art. 5
Hrgw jo. Art. 2 Hrgb. Dus ze moeten zich allebei apart inschrijven. Sprake van 2
ondernemingen, want ze doen het apart en niet samen.
b) Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid worden opgericht met notariële akte, maar een
rechtsvorm kan bestaan zonder notariële akte. De maatschap kan ontstaan enkel door
samenwerking en gedraging van partijen. Ook geen sprake van een informele vereniging, want
geen leden. Dus toetsen of sprake is van personenvennootschap.
Is er sprake van een maatschap art. 1655 boek 7A.
1. Obligatoir ovk (art. 6:213 BW): hoeft niet schriftelijk te zijn, het kan op grond van een
rechtshandeling dat op een rechtsgevolg gericht is (HR Astense dierenartspraktijk). Er worden
afspraken gemaakt, maar dat kan ook stilzwijgend en dat blijkt uit het arrest.
2. Tussen 2 of meer personen: gaat om 2 mannen
3. Zich verbinden om iets in gemeenschap: de inbreng bestaat uit het gereedschap en dat is op
economische maatstaven.
4. Vermogensrechtelijk voordeel: kostenbesparing
5. Voordeel moet worden gedeeld: ze gaan het gereedschap delen dus beide gebruik van
maken.
6. Gericht op duurzame samenwerking op basis van gelijkheid: volgt impliciet uit het zijn van
een maatschap. Beide zijn gelijk en evenveel inspraak, er is geen hiërarchie.
Er is sprake van een maatschap en dat moeten ze inschrijven in het handelsregister.
Vof-eisen: maatschap, gemeenschappelijke naam en een bedrijf
De 6 vereisten van de maatschap zijn hierboven genoemd en daar is aan voldaan, maar er is
niet voldaan aan de gemeenschappelijke naam en het gaat hier wel om een bedrijf, want een
elektro bedrijf.
Samenwerking kwalificeert als maatschap. Er is geen sprake van een VOF, want geen
gemeenschappelijke naam.
, c) Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid worden opgericht met notariële akte, maar een
rechtsvorm kan bestaan zonder notariële akte. Ook geen sprake van een informele vereniging,
want geen leden. Dus toetsen of sprake is van personenvennootschap.
De 6 vereisten van de maatschap zijn hierboven genoemd en daar is aan voldaan, maar nu
afspraken tussen 3 personen en het voordeel wordt gedeeld, niet precies gelijk, maar dat hoeft
ook niet. Je mag ook afspreken dat je een andere verdeling voor de winst hebt, maar je mag er
niet eentje uitsluiten.
Vof-eisen art. 16 wvk: maatschap, gemeenschappelijke naam en een bedrijf
Aan een maatschap is voldaan. Ook heeft het bedrijf op dit moment een gemeenschappelijke
naam, gemaand direct elektro-installatie. Dus sprake van een vof
Cv vereisten art. 19 wvk: aangegaan tussen personen of tussen meerdere hoofdelijk verbonden
vennoten of een of meer andere personen als geldschieter.
Er is sprake van een vof. Het moet een stille vennoot zijn en zijn naam mag niet gebruikt
worden in de firma en geen daden van beheer, niet bemoeien met de dagelijkse gang van
zaken, geen handelingen naar buiten toe en geen contracten aangaan. De vader mag wel aan de
keukentafel zitten en de strategie bespreken. De vader is dan de geldschieter.
d) Als ze hem in dienst nemen, dan betekent het niet automatisch dat Michel ook een maat is,
want in dienst zijn is een gezagsverhouding en dus niet voldaan aan vereiste op basis van
gelijkheid.
Als ze hem wel als deelnemer opnemen, dan moet hij inbrengen, meedelen in winstpercentage
en geen recht op salaris of vakantiedagen etc. Dan zou je met 4 maten te maken krijgen.
e) De betaling wordt gekwalificeerd als lening. Die personenvennootschap moet 2% terugbetalen
als ze winst maken of verlies. Die vader wil 40% van de winst, dus als er verlies is dan krijgt
de vader niks. Gerard zou niet meedelen in de verliezen. En hij zou het moeten terugbetalen.
Bij een vast bedrag of vast percentage is het eigenlijk altijd een lening!
f) Ja, de gemeenschappelijke personenvennootschap, de afgescheiden vermogensgemeenschap,
is aansprakelijk. Ook een gebonden gemeenschap, dus een van de vennoten kan niet een stukje
eruit halen (HR broeke/van der linde). Ze zijn hoofdelijk aansprakelijk (art. 18 wvk), dus Alec,
Bruno en Michel zijn allemaal aansprakelijk voor de gehele schade. Als een iemand wordt
aangesproken kan hij regres nemen op de andere vennoten voor terugbetaling voor een deel.
De leverancier kan ook de anderen aanspreken.
De Commandiet is aansprakelijk voor hoeveel hij heeft ingebracht, art. 20 lid 3 wvk. Dus de
vader is voor 12.000 aansprakelijk.
g) Het is altijd mogelijk om eruit te stappen. De beëindiging van personenvennootschappen staat
in boek 7a, de algemene bepalingen. De vennootschap moet worden opgezegd op grond van
art. 1683. Je kan ook met elkaar afspreken een voorzettingsbeding en dan gaat de
vennootschap voort met bestaan met de overige maten/vennoten.
Week 3
Vraag 1
a) Het is een maatschap er is voldaan aan de vereisten van art. 7A:1655 BW.
Er is ook een gemeenschappelijke naam. Je kan beide kanten op redeneren over bedrijf, maar
nadruk op vermogensbeheer dus meer bedrijf, maar advies is wel meer sprake van een
vertrouwensband, ereregels en gedragsregels en tuchtspraak (argumenteren waar sprake van
is!). Dus ook voldaan aan vereisten art. 16 WvK. Het is dus ook een VOF
b) Waarschijnlijk voornamelijk arbeid en wellicht nog wat kantoorfaciliteiten.
c) Het gaat om roerende zaken. Art. 7A:1655 en 7A:1669 vennoot kan alleen de ander binnen als
er sprake is van een volmacht. Art 3:166 beide eigenaar geworden van de goederen.
Personenvennootschap heeft afgescheiden vermogen en daar valt het vermogen in. Dus mede-
eigenaar van de goederen.
d) Nee, dat kan niet. 3:166 en 3:191 BW. Er kan sprake zijn van een gebonden gemeenschap
waarover je niet vrij over kan beschikking.
HR Van de Broek/Van De Linde = in een VOF en Maatschap is sprake van een gebonden
gemeenschap en als deelgenoot kan je daar niet vrij over beschikken. Dus je kan niet zomaar
geld eruit halen.
Week 1
Vraag 1
a) Van belang want als het een onderneming is moet het worden ingeschreven in het
handelsregister. Vereisten staan in art. 2 hrgb 2008
- Voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid: vanaf 2020 is het echt een
georganiseerde eenheid wanneer ze de bankrekening opent. Daarvoor is dat nog minder
duidelijk.
- Van een of meer personen: Rosie doet het alleen
- Voldoende inbreng van arbeid en middelen: Rosie brengt arbeid in en de stallen zijn
middelen
- Ten behoeve van derden: dat doet ze want niet voor zichzelf
- Diensten of goederen: het verzorgen van paarden
- Oogmerk om materieel voordeel te behalen: vanaf 2020 is het heel duidelijk dat ze de
bankrekening wil scheiden van haar levensinkomsten. Het behalen van materieel voordeel
is niet per se winst. Kan ook het beperken van kosten zijn.
Aan alle vereisten is voldaan dus is er sprake van een onderneming vooral vanaf 2020. Gevolg
inschrijving in het handelsregister.
b) Rechtsvormen zijn een bepaalde juridische jas:
-Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, NV, BV, Stichting,
rechtspersonen. Kunnen deelnemen aan het juridische en economische verkeer.
-Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
In de casus gaat het om een eenmanszaak, Rosie ontplooit de activiteiten alleen. Dus Rosie is
als ondernemer ook in privé aansprakelijk.
c) Feiten: familie wil rijlessen organiseren, activiteiten ontplooien. Ze rekenen maandelijks en
per les een bijdrage voor de lessen. De vader heeft ook een bankrekening geopend.
Welke rechtsvorm:
Meeste rechtsvormen worden opgericht bij notariële akte, dus heel veel vormen vallen
eigenlijk af. Een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid die kan ontstaan en niet wordt
opgericht bij notariële akte, dat is de vereniging. Art. 2:26 BW
Stap 1: is er een notariële akte? Nee? Noem dat dan ook, want veel rechtsvormen vallen af.
Stap 2: voldaan aan vereisten at. 2:26 BW:
- Leden: mensen betalen maandelijks contributie
- Doel: het doel is rijlessen in de buitenmanege organiseren
- Meerzijdige rechtshandeling: art. 3:33 bw: rechtshandeling dat een op een rechtsgevolg
gerichte wil heeft. Bijvoorbeeld het oprichten van een vereniging. De gedragingen van
Habab zitten er ook impliciet in. Ze vragen er geld voor, er is een bankrekening, ze
organiseren allerlei dingen en samen kan je dat aanmerken als een meerzijdige
rechtshandeling. Gelet op het Lords Choir arrest.
- Geen winst onder leden verdelen: je mag wel winst maken, maar niet uitkeren. Ook
hieraan is voldaan, want ze keren geen winst uit.
Hof: In Lords Choir ging het om een koor. Het koor had een piano en drumstel (1700
euro) gekocht en dat wilde ze terughebben. Het koor zij dat ze een vereniging waren en
dus procederen en eigenaar zijn van goederen. De tegenpartij zei dat ze dat niet waren. Er
was een bestuur, evenementen, repetities en bepaalde contributies en samen zei het hof dat
het kon worden aangemerkt als een meerzijdige rechtshandeling. Dus werd aangemerkt als
een informele vereniging.
Gedragingen van de groep mensen kan worden aangemerkt als een meerzijdige
rechtshandeling. Dat bleek impliciet uit de gedragingen. r.o. 4.10- 4.11/4.12
Informele vereniging, want hij is ontstaan en komt niet uit een notariële akte (geen
oprichtingshandeling). Sprake van een samenwerkingsverband binnen de familie.
, Informele vereniging: kan geen registergoederen bezitten en geen erfgenaam zijn en een
formele vereniging kan dat wel.
d) Kan je een onderneming overdragen?
Overdracht via art. 3:84 BW: levering, geldige titel en beschikkingsbevoegdheid van een goed
in de zin van art. 3:1 BW. Nee een onderneming is geen goed, dus kan je niet zo overdragen.
Je kan wel alle activa en passiva die in de onderneming zitten overdragen. Losse bestanddelen
overdragen.
Hooi, zadels, allerlei roerende zaken en die kan je overdragen op de wijze zoals art. 3:84 BW.
Stallen zijn onroerend goed en dat moet via de een andere overdracht.
e) Stichting art. 2:285 BW: rechtshandeling in het leven geroepen, opgericht bij notariële akte,
geen leden en beoogd een bepaald doel te hebben (niet het uitkeren van winst).
Dus nee dat kan niet, ze wil maandelijks geld hebben en dat voldoet niet aan het ideële doel
van een stichting. Ze zou wel een BV kunnen oprichten en dan mag je dividend uitkeren.
Een oplossing zou zijn dat uitkeringen wel mogen als ze sociale of ideële strekking of hebben.
Week 2
Vraag 1
a) Art. 3 Hrgb:
Voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid: ja ze opereren samen, hebben een
bankrekening en treden zodanig naar buiten toe. Ze hebben werkzaamheden, hebben arbeid en
treden er mee naar buiten.
Van een of meer personen: ja twee broers
Voldoende inbreng van arbeid of middelen: ja ze verrichten arbeid als elektromonteur.
Ten behoeve van derden: ja de arbeid doet de ene voor particulieren en de ander voor
installatiebedrijven.
Diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht
Met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen: ze willen een omzet van 60.000
genereren
Aan alle 6 de vereisten is voldaan, dus er sprake van een onderneming in de zin van art. 5
Hrgw jo. Art. 2 Hrgb. Dus ze moeten zich allebei apart inschrijven. Sprake van 2
ondernemingen, want ze doen het apart en niet samen.
b) Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid worden opgericht met notariële akte, maar een
rechtsvorm kan bestaan zonder notariële akte. De maatschap kan ontstaan enkel door
samenwerking en gedraging van partijen. Ook geen sprake van een informele vereniging, want
geen leden. Dus toetsen of sprake is van personenvennootschap.
Is er sprake van een maatschap art. 1655 boek 7A.
1. Obligatoir ovk (art. 6:213 BW): hoeft niet schriftelijk te zijn, het kan op grond van een
rechtshandeling dat op een rechtsgevolg gericht is (HR Astense dierenartspraktijk). Er worden
afspraken gemaakt, maar dat kan ook stilzwijgend en dat blijkt uit het arrest.
2. Tussen 2 of meer personen: gaat om 2 mannen
3. Zich verbinden om iets in gemeenschap: de inbreng bestaat uit het gereedschap en dat is op
economische maatstaven.
4. Vermogensrechtelijk voordeel: kostenbesparing
5. Voordeel moet worden gedeeld: ze gaan het gereedschap delen dus beide gebruik van
maken.
6. Gericht op duurzame samenwerking op basis van gelijkheid: volgt impliciet uit het zijn van
een maatschap. Beide zijn gelijk en evenveel inspraak, er is geen hiërarchie.
Er is sprake van een maatschap en dat moeten ze inschrijven in het handelsregister.
Vof-eisen: maatschap, gemeenschappelijke naam en een bedrijf
De 6 vereisten van de maatschap zijn hierboven genoemd en daar is aan voldaan, maar er is
niet voldaan aan de gemeenschappelijke naam en het gaat hier wel om een bedrijf, want een
elektro bedrijf.
Samenwerking kwalificeert als maatschap. Er is geen sprake van een VOF, want geen
gemeenschappelijke naam.
, c) Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid worden opgericht met notariële akte, maar een
rechtsvorm kan bestaan zonder notariële akte. Ook geen sprake van een informele vereniging,
want geen leden. Dus toetsen of sprake is van personenvennootschap.
De 6 vereisten van de maatschap zijn hierboven genoemd en daar is aan voldaan, maar nu
afspraken tussen 3 personen en het voordeel wordt gedeeld, niet precies gelijk, maar dat hoeft
ook niet. Je mag ook afspreken dat je een andere verdeling voor de winst hebt, maar je mag er
niet eentje uitsluiten.
Vof-eisen art. 16 wvk: maatschap, gemeenschappelijke naam en een bedrijf
Aan een maatschap is voldaan. Ook heeft het bedrijf op dit moment een gemeenschappelijke
naam, gemaand direct elektro-installatie. Dus sprake van een vof
Cv vereisten art. 19 wvk: aangegaan tussen personen of tussen meerdere hoofdelijk verbonden
vennoten of een of meer andere personen als geldschieter.
Er is sprake van een vof. Het moet een stille vennoot zijn en zijn naam mag niet gebruikt
worden in de firma en geen daden van beheer, niet bemoeien met de dagelijkse gang van
zaken, geen handelingen naar buiten toe en geen contracten aangaan. De vader mag wel aan de
keukentafel zitten en de strategie bespreken. De vader is dan de geldschieter.
d) Als ze hem in dienst nemen, dan betekent het niet automatisch dat Michel ook een maat is,
want in dienst zijn is een gezagsverhouding en dus niet voldaan aan vereiste op basis van
gelijkheid.
Als ze hem wel als deelnemer opnemen, dan moet hij inbrengen, meedelen in winstpercentage
en geen recht op salaris of vakantiedagen etc. Dan zou je met 4 maten te maken krijgen.
e) De betaling wordt gekwalificeerd als lening. Die personenvennootschap moet 2% terugbetalen
als ze winst maken of verlies. Die vader wil 40% van de winst, dus als er verlies is dan krijgt
de vader niks. Gerard zou niet meedelen in de verliezen. En hij zou het moeten terugbetalen.
Bij een vast bedrag of vast percentage is het eigenlijk altijd een lening!
f) Ja, de gemeenschappelijke personenvennootschap, de afgescheiden vermogensgemeenschap,
is aansprakelijk. Ook een gebonden gemeenschap, dus een van de vennoten kan niet een stukje
eruit halen (HR broeke/van der linde). Ze zijn hoofdelijk aansprakelijk (art. 18 wvk), dus Alec,
Bruno en Michel zijn allemaal aansprakelijk voor de gehele schade. Als een iemand wordt
aangesproken kan hij regres nemen op de andere vennoten voor terugbetaling voor een deel.
De leverancier kan ook de anderen aanspreken.
De Commandiet is aansprakelijk voor hoeveel hij heeft ingebracht, art. 20 lid 3 wvk. Dus de
vader is voor 12.000 aansprakelijk.
g) Het is altijd mogelijk om eruit te stappen. De beëindiging van personenvennootschappen staat
in boek 7a, de algemene bepalingen. De vennootschap moet worden opgezegd op grond van
art. 1683. Je kan ook met elkaar afspreken een voorzettingsbeding en dan gaat de
vennootschap voort met bestaan met de overige maten/vennoten.
Week 3
Vraag 1
a) Het is een maatschap er is voldaan aan de vereisten van art. 7A:1655 BW.
Er is ook een gemeenschappelijke naam. Je kan beide kanten op redeneren over bedrijf, maar
nadruk op vermogensbeheer dus meer bedrijf, maar advies is wel meer sprake van een
vertrouwensband, ereregels en gedragsregels en tuchtspraak (argumenteren waar sprake van
is!). Dus ook voldaan aan vereisten art. 16 WvK. Het is dus ook een VOF
b) Waarschijnlijk voornamelijk arbeid en wellicht nog wat kantoorfaciliteiten.
c) Het gaat om roerende zaken. Art. 7A:1655 en 7A:1669 vennoot kan alleen de ander binnen als
er sprake is van een volmacht. Art 3:166 beide eigenaar geworden van de goederen.
Personenvennootschap heeft afgescheiden vermogen en daar valt het vermogen in. Dus mede-
eigenaar van de goederen.
d) Nee, dat kan niet. 3:166 en 3:191 BW. Er kan sprake zijn van een gebonden gemeenschap
waarover je niet vrij over kan beschikking.
HR Van de Broek/Van De Linde = in een VOF en Maatschap is sprake van een gebonden
gemeenschap en als deelgenoot kan je daar niet vrij over beschikken. Dus je kan niet zomaar
geld eruit halen.