Rechtsfilosofie – Hoorcolleges
Week 1
Rechtsfilosofie gaat om de vraag: wat is recht (in het algemeen als fenomeen). Het gaat dus niet om
wat is de wet. Als je wil weten of iets goed is, is het goed om te weten wat het niet is. Recht staat
bijvoorbeeld tegenover onrecht en rechtvaardigheid tegenover onrechtvaardigheid (maar wat is dat
precies). (Straf)recht gaat over goed en kwaad. Het lijkt op wat we moraal of ethiek noemen. Moord
en diefstal gelden als kwaad en anderen niet vermoorden of niet stelen geldt als goed. Maar dan
ontstaat er een probleem: als recht over goed en kwaad gaat, en moraal ook, wat is dan het verschil
tussen recht en moraal?
Moraal versus recht
Is de conclusie dat recht hetzelfde is als moraal? Moraal is een verzameling normen die goed en
kwaad betreffen. In zekere zin heb je het in het recht over moraal, over goed en kwaad. Maar in de
omgangstaal maak je onderscheid tussen recht en moraal. Dus het is niet helemaal hetzelfde.
Rechtsnormen zijn een deelverzameling/onderdeel van morele normen. Recht is een deel van moraal.
Alle rechtsnormen zijn ook morele normen, maar niet alle morele normen zijn rechtsnormen. Dit kan
visueel uitgebeeld worden door een grote cirkel met het woord moraal erin, en daarin een kleinere
cirkel met het woord recht.
Het recht als speciaal deel van sommige morele normen die zo belangrijk/fundamenteel worden
gevonden dat de kracht en macht van de staat eronder wordt gezet om ze te waarborgen, met juridische
sancties en desnoods met geweld (politie, justitie of het leger) als gevolg. Dan heb je het over moord,
diefstal, onrechtmatige daad en mensenrechten. Op de overtreding van rechtsnormen staan bepaalde
juridische sancties.
Voorbeelden van morele normen die geen rechtsnormen zijn:
- Norm van de beleefdheid/vriendelijkheid: norm die geldt in de meeste maatschappijen. In
onze maatschappij wel minder (anderen vinden Nederlanders onbeleefder of onvriendelijker/
bot). Toch stellen we beleefdheid op prijs, maar als iemand niet vriendelijk is dan stap je niet
naar de politie of de rechter (geen grondrecht op beleefdheid).
Morele normen die geen rechtsnormen zijn kunnen door de maatschappij gesanctioneerd worden
indien deze overtreden worden. Niet door het rechtsbestel, maar de maatschappij en de anderen leggen
je wel sociale sancties op. Sociale sancties zoals iemand schuwen/omgang met je mijden, iemand
bekritiseren of je uitlachen, bijvoorbeeld als iemand niet beleefd is geweest.
Moreel neutrale normen
Er zijn nog meer normen. Dingen die er moreel niet toe doen, die niet goed of kwaad zijn. Belangrijke
normen in het leven, maar geen morele normen. Alles wat buiten de morele normen valt is adiaforum,
moreel neutraal. Daar is geen moreel oordeel aan verbonden.
- Kledingnormen (onderdeel van esthetische normen): je kan je op de goede of verkeerde
manier kleden. Mensen kunnen je ook uitlachen over je kleding. Maar dit lijkt niet hetzelfde
te zijn als de goed en kwaad van net.
- Meetnormen: vierkante meters, hectares etc. Er hangt geen moreel oordeel aan langer zijn dan
1,80.
Er zijn 3 soorten handelingen: morele versus immorele, juridisch geoorloofde versus juridisch
ongeoorloofde of handelingen waar geen notie van moraal op toepasbaar is (indifferentia).
Aard en natuur van het recht.
,Recht is dus een soort deelverzameling van de moraal. Maar wel een probleem, want de grootheid van
het recht en de grootheid van de moraal veranderd voortdurend en het is niet in ieder land hetzelfde.
Wat nu recht is is niet hetzelfde als 50 jaar geleden en wat hier recht is hoeft niet te gelden aan de
andere kant van de wereld. Rechtsnormen komen soms te vervallen en worden afgeschaft of juist
ingevoerd. Afgeschafte rechtsnormen kunnen alsnog als morele normen gelden, maar niet meer door
de staat worden afgedwongen of uiteindelijk kunnen ze zelfs buiten de moraal vallen.
- Prostitutie: dit was eeuwenlang verboden. Er werd op toegezien en als je prostituee of pooier
was dan kon je in de gevangenis komen. 25 jaar geleden is in NL de prostitutie gelegaliseerd,
het heet nu sekswerker. Juridisch gezien is het een baan zoals alle anderen. Dus juridisch
gezien gelijk (beide betalen belasting). Maar als we eerlijk zijn is er toch wel een verschil
tussen sekswerkers en advocaten. Als je kind advocaat wordt dan ben je trots als ouder en
vertel je het tegen anderen met trots. Als je kind besluit om sekswerker te worden wat zeg je
dan als ouder tegen anderen. Dan krijg je een hele andere reactie. Het is dus niet meer
verboden en juridisch hetzelfde, maar betekend niet dat het in de maatschappij als moreel
goed wordt gezien. Er is nog steeds een sociale norm die zegt dat prostitutie niet goed is en
daar rusten sancties op. Daarom schamen mensen zich voor dat beroep. Je ziet hier een
ontwikkeling. Iets wordt gejuridiseerd en als ware naar de moraal geduwd. Het zou zelfs zo
kunnen zijn dat het ooit verschuift buiten de moraal (morele ongemak verdwenen) en dat
mensen hetzelfde praten over een kind die werkt als sekswerker of als advocaat.
- Drugs: hier is al veel in ontwikkeld. Drugs is altijd streng verboden en illegaal geweest
(softdrugs en harddrugs). Softdrugs is in NL inmiddels gelegaliseerd. Dit is bij de oudere
generatie wel moreel bedenkelijk, maar bij de jongere generatie nauwelijks meer.
Drugsgebruik is bijna hetzelfde als een biertje drinken of avondje uitgaan. Hier kleeft bij de
meeste mensen geen afkeuring meer aan.
- Vliegtuig pakken en vlees eten: het kan ook andersom gaan, moralisering. Voor het grootste
deel van de oudere generatie is het pakken van het vliegtuig en het eten van vlees gewoon
iemand zijn voorkeur en dat heeft niks te maken met goed of kwaad. Maar veel mensen
waaronder veel jonge mensen, hebben morele bezwaren tegen het op vakantie gaan met een
vliegtuig en tegen het eten van vlees. Het adiaforum is een morele norm geworden. Het kan in
de toekomst zo zijn dat het vliegen met een vliegtuig of vlees eten verboden wordt of zo duur
dat het onmogelijk wordt en dan wordt het een rechtsnorm.
Iedere maatschappij heeft morele en rechtsnormen die voortdurend veranderen. Kan je nog spreken
over goed en kwaad in een substantiële betekenis. Is goed en kwaad niet gewoon niks anders dan een
vooroordeel dat naar tijd en plaats varieert. Dus goed en kwaad bestaat eigenlijk niet en is subjectief
(cultureel en persoonlijk). Maar als goed en kwaad niet bestaan dan bestaan onrechtvaardigheid en
rechtvaardigheid, die een aspect ervan zijn, ook niet. Dus het bestaat wel maar in de zin van tijdelijk
en plaatselijk vooroordeel. Wat wij nu goed en rechtvaardig vinden, vinden andere mensen kwaad en
onrechtvaardig. Dat is de werkelijkheid. Goed en kwaad bestaan niet de zin dat bomen en planten
bestaan. Rechtvaardigheid is net zoiets als een eenhoorn, je gelooft erin maar iets echts hards is het
niet. Recht en moreel zijn eigenlijk culturele willekeur.
Belangrijkste vraag in de rechtsfilosofie is of goed en kwaad bestaan. Of is dit vooroordeel, bijgeloof
en willekeur? Zijn recht en moraal puur willekeur of zijn er juridische en morele beginselen die
onveranderlijk en absoluut zijn. Dit zet het relativisme ofwel rechtspositivisme (de pure willekeur)
tegenover het absolutisme ofwel natuurrecht (morele beginselen).
, Ingaan op kernbegrippen die recht en moraal ten diepste kleuren, ten grondslag liggen aan en
fundamenteel zorgen voor onze opvattingen, ons huidige recht en moraal (wat goed en kwaad is).
- Vrijheid: vinden wij heel mooi, goed en belangrijk. De tegengestelde onvrijheid is echt
kwaad/slecht. Niemand is voor onvrijheid.
- Gelijkheid: beter kan niet, consensus over. De ongelijkheid is echt heel slecht.
Kern van moderne religie. Waar we allemaal heilig in geloven. Basis van goed en kwaad en
basis van het recht en de moraal zijn deze centrale begrippen.
Wanneer er recht wordt ontdekt waarin niet iedereen gelijk behandeld wordt of volledig vrij is dan
moet de wet veranderd worden. Denk weer aan prostituees die gelijk behandeld moeten worden, want
geen enkele reden om daar een streep te trekken. Je hebt net als bij een advocaat een vrager en
aanbieder die prijs afspreken. Denk weer aan het gebruiken van drugs. Als je het gebruikt en je schaadt
niemand ermee wat is er dan op tegen. Dat moet iemand toch zelf weten. Iedereen is vrij om te doen
en laten wat hij wil. Veel ethische morele discussies gaan over gelijkheid en vrijheid. Seksisme gaat
over ongelijke behandeling van vrouwen, gelijkheid. Recht van mensen om van geslacht te
veranderen, gaat om vrijheid (zelf bepalen wie je bent). Vrijheid moet alleen beperkt worden als het
schade toebrengt aan anderen of aan het milieu.
Deze kernbegrippen hebben grote politieke consequenties gehad (qua politiek systeem). Een
monarchie (koning is de baas) past niet bij de beginselen gelijkheid en vrijheid, want daar gaat het om
hiërarchie, gehoorzaamheid. Als je moet gehoorzamen ben je niet vrij en ook niet gelijk, want je moet
iemand anders gehoorzamen die kennelijk hoger staat dan jij.
Bij een democratie hoort gelijkheid en vrijheid. Het volk beslist zelf via volksvertegenwoordigers,
maar als zij het niet goed doen dan worden ze weggestemd. Alle staatsburgers zijn gelijk. Ook het
Nederlandse staatsbestel is gebaseerd op gelijkheid en vrijheid. Zo belangrijk zijn deze begrippen.
In deze colleges gaan we kijken naar de intellectuelen om een antwoord te vormen. Op het terrein van
democratie en gelijkheid/vrijheid is dat Alexis de Tocqueville (Frans) en zijn boek over de démocratie
in Amerika. Tocqueville is in 1805 (midden in Franse revolutie) geboren en schreef op zijn 35 ste dit
boek. Hij was een genie, maar dit boek is extra belangrijk omdat hij uit een traditionele familie kwam
waar hiërarchie en aristocratie (discipline) heersten. Gelijkheid en vrijheid waren hier niet van
toepassing. Maar hij werd geboren in de tijd dat democratie en gelijkheid in de Franse maatschappij
belangrijk waren. Doordat hij een positie als relatieve buitenstaander had en met zijn voet in twee
werelden stond begreep hij meer dan iemand die in één wereld leeft. Het was voor hem ook
makkelijker om kritiek te leveren, omdat hij de twee werelden kon vergelijken.
Mensen die uit het oosten komen hebben dit ook. Het oosten heeft een cultuur waarbij vrijheid,
gelijkheid en democratie niet zo vanzelfsprekend zijn als in het Westen. Zij komen uit gezinnen waarin
hiërarchie, gehoorzaamheid en discipline centraal staan. Dit is een intellectueel voordeel, want je zit
niet in een bubbel en dit scherpt je verstand en begrip. Een buitenstaander in twee verschillende
werelden begrijpt beide werelden beter. Als westerling kan je kijken of je een andere samenleving die
anders werkt echt kan leren kennen. Daarna terugkijken naar je eigen samenleving die je kan ook beter
begrijpt. Wij groeien zo op met gelijkheid, vrijheid en democratie dat we ons niet meer iets anders
kunnen voorstellen en niet eens doorhebben dat het anders kan.
Het boek stelt de moderne/westerse principes, gelijkheid en vrijheid tegenover traditionele principes
van de aristocratie. Westen tegen het oosten. Hedendaagse westen tegen het vroegere westen. De
moderne beginselen heersen eigenlijk pas een jaar of 50. Vroeger stemde iedereen altijd op dezelfde
partij (je volgt de leider, hiërarchie), maar nu veranderen mensen hun stem als ze niet blij zijn.
Week 1
Rechtsfilosofie gaat om de vraag: wat is recht (in het algemeen als fenomeen). Het gaat dus niet om
wat is de wet. Als je wil weten of iets goed is, is het goed om te weten wat het niet is. Recht staat
bijvoorbeeld tegenover onrecht en rechtvaardigheid tegenover onrechtvaardigheid (maar wat is dat
precies). (Straf)recht gaat over goed en kwaad. Het lijkt op wat we moraal of ethiek noemen. Moord
en diefstal gelden als kwaad en anderen niet vermoorden of niet stelen geldt als goed. Maar dan
ontstaat er een probleem: als recht over goed en kwaad gaat, en moraal ook, wat is dan het verschil
tussen recht en moraal?
Moraal versus recht
Is de conclusie dat recht hetzelfde is als moraal? Moraal is een verzameling normen die goed en
kwaad betreffen. In zekere zin heb je het in het recht over moraal, over goed en kwaad. Maar in de
omgangstaal maak je onderscheid tussen recht en moraal. Dus het is niet helemaal hetzelfde.
Rechtsnormen zijn een deelverzameling/onderdeel van morele normen. Recht is een deel van moraal.
Alle rechtsnormen zijn ook morele normen, maar niet alle morele normen zijn rechtsnormen. Dit kan
visueel uitgebeeld worden door een grote cirkel met het woord moraal erin, en daarin een kleinere
cirkel met het woord recht.
Het recht als speciaal deel van sommige morele normen die zo belangrijk/fundamenteel worden
gevonden dat de kracht en macht van de staat eronder wordt gezet om ze te waarborgen, met juridische
sancties en desnoods met geweld (politie, justitie of het leger) als gevolg. Dan heb je het over moord,
diefstal, onrechtmatige daad en mensenrechten. Op de overtreding van rechtsnormen staan bepaalde
juridische sancties.
Voorbeelden van morele normen die geen rechtsnormen zijn:
- Norm van de beleefdheid/vriendelijkheid: norm die geldt in de meeste maatschappijen. In
onze maatschappij wel minder (anderen vinden Nederlanders onbeleefder of onvriendelijker/
bot). Toch stellen we beleefdheid op prijs, maar als iemand niet vriendelijk is dan stap je niet
naar de politie of de rechter (geen grondrecht op beleefdheid).
Morele normen die geen rechtsnormen zijn kunnen door de maatschappij gesanctioneerd worden
indien deze overtreden worden. Niet door het rechtsbestel, maar de maatschappij en de anderen leggen
je wel sociale sancties op. Sociale sancties zoals iemand schuwen/omgang met je mijden, iemand
bekritiseren of je uitlachen, bijvoorbeeld als iemand niet beleefd is geweest.
Moreel neutrale normen
Er zijn nog meer normen. Dingen die er moreel niet toe doen, die niet goed of kwaad zijn. Belangrijke
normen in het leven, maar geen morele normen. Alles wat buiten de morele normen valt is adiaforum,
moreel neutraal. Daar is geen moreel oordeel aan verbonden.
- Kledingnormen (onderdeel van esthetische normen): je kan je op de goede of verkeerde
manier kleden. Mensen kunnen je ook uitlachen over je kleding. Maar dit lijkt niet hetzelfde
te zijn als de goed en kwaad van net.
- Meetnormen: vierkante meters, hectares etc. Er hangt geen moreel oordeel aan langer zijn dan
1,80.
Er zijn 3 soorten handelingen: morele versus immorele, juridisch geoorloofde versus juridisch
ongeoorloofde of handelingen waar geen notie van moraal op toepasbaar is (indifferentia).
Aard en natuur van het recht.
,Recht is dus een soort deelverzameling van de moraal. Maar wel een probleem, want de grootheid van
het recht en de grootheid van de moraal veranderd voortdurend en het is niet in ieder land hetzelfde.
Wat nu recht is is niet hetzelfde als 50 jaar geleden en wat hier recht is hoeft niet te gelden aan de
andere kant van de wereld. Rechtsnormen komen soms te vervallen en worden afgeschaft of juist
ingevoerd. Afgeschafte rechtsnormen kunnen alsnog als morele normen gelden, maar niet meer door
de staat worden afgedwongen of uiteindelijk kunnen ze zelfs buiten de moraal vallen.
- Prostitutie: dit was eeuwenlang verboden. Er werd op toegezien en als je prostituee of pooier
was dan kon je in de gevangenis komen. 25 jaar geleden is in NL de prostitutie gelegaliseerd,
het heet nu sekswerker. Juridisch gezien is het een baan zoals alle anderen. Dus juridisch
gezien gelijk (beide betalen belasting). Maar als we eerlijk zijn is er toch wel een verschil
tussen sekswerkers en advocaten. Als je kind advocaat wordt dan ben je trots als ouder en
vertel je het tegen anderen met trots. Als je kind besluit om sekswerker te worden wat zeg je
dan als ouder tegen anderen. Dan krijg je een hele andere reactie. Het is dus niet meer
verboden en juridisch hetzelfde, maar betekend niet dat het in de maatschappij als moreel
goed wordt gezien. Er is nog steeds een sociale norm die zegt dat prostitutie niet goed is en
daar rusten sancties op. Daarom schamen mensen zich voor dat beroep. Je ziet hier een
ontwikkeling. Iets wordt gejuridiseerd en als ware naar de moraal geduwd. Het zou zelfs zo
kunnen zijn dat het ooit verschuift buiten de moraal (morele ongemak verdwenen) en dat
mensen hetzelfde praten over een kind die werkt als sekswerker of als advocaat.
- Drugs: hier is al veel in ontwikkeld. Drugs is altijd streng verboden en illegaal geweest
(softdrugs en harddrugs). Softdrugs is in NL inmiddels gelegaliseerd. Dit is bij de oudere
generatie wel moreel bedenkelijk, maar bij de jongere generatie nauwelijks meer.
Drugsgebruik is bijna hetzelfde als een biertje drinken of avondje uitgaan. Hier kleeft bij de
meeste mensen geen afkeuring meer aan.
- Vliegtuig pakken en vlees eten: het kan ook andersom gaan, moralisering. Voor het grootste
deel van de oudere generatie is het pakken van het vliegtuig en het eten van vlees gewoon
iemand zijn voorkeur en dat heeft niks te maken met goed of kwaad. Maar veel mensen
waaronder veel jonge mensen, hebben morele bezwaren tegen het op vakantie gaan met een
vliegtuig en tegen het eten van vlees. Het adiaforum is een morele norm geworden. Het kan in
de toekomst zo zijn dat het vliegen met een vliegtuig of vlees eten verboden wordt of zo duur
dat het onmogelijk wordt en dan wordt het een rechtsnorm.
Iedere maatschappij heeft morele en rechtsnormen die voortdurend veranderen. Kan je nog spreken
over goed en kwaad in een substantiële betekenis. Is goed en kwaad niet gewoon niks anders dan een
vooroordeel dat naar tijd en plaats varieert. Dus goed en kwaad bestaat eigenlijk niet en is subjectief
(cultureel en persoonlijk). Maar als goed en kwaad niet bestaan dan bestaan onrechtvaardigheid en
rechtvaardigheid, die een aspect ervan zijn, ook niet. Dus het bestaat wel maar in de zin van tijdelijk
en plaatselijk vooroordeel. Wat wij nu goed en rechtvaardig vinden, vinden andere mensen kwaad en
onrechtvaardig. Dat is de werkelijkheid. Goed en kwaad bestaan niet de zin dat bomen en planten
bestaan. Rechtvaardigheid is net zoiets als een eenhoorn, je gelooft erin maar iets echts hards is het
niet. Recht en moreel zijn eigenlijk culturele willekeur.
Belangrijkste vraag in de rechtsfilosofie is of goed en kwaad bestaan. Of is dit vooroordeel, bijgeloof
en willekeur? Zijn recht en moraal puur willekeur of zijn er juridische en morele beginselen die
onveranderlijk en absoluut zijn. Dit zet het relativisme ofwel rechtspositivisme (de pure willekeur)
tegenover het absolutisme ofwel natuurrecht (morele beginselen).
, Ingaan op kernbegrippen die recht en moraal ten diepste kleuren, ten grondslag liggen aan en
fundamenteel zorgen voor onze opvattingen, ons huidige recht en moraal (wat goed en kwaad is).
- Vrijheid: vinden wij heel mooi, goed en belangrijk. De tegengestelde onvrijheid is echt
kwaad/slecht. Niemand is voor onvrijheid.
- Gelijkheid: beter kan niet, consensus over. De ongelijkheid is echt heel slecht.
Kern van moderne religie. Waar we allemaal heilig in geloven. Basis van goed en kwaad en
basis van het recht en de moraal zijn deze centrale begrippen.
Wanneer er recht wordt ontdekt waarin niet iedereen gelijk behandeld wordt of volledig vrij is dan
moet de wet veranderd worden. Denk weer aan prostituees die gelijk behandeld moeten worden, want
geen enkele reden om daar een streep te trekken. Je hebt net als bij een advocaat een vrager en
aanbieder die prijs afspreken. Denk weer aan het gebruiken van drugs. Als je het gebruikt en je schaadt
niemand ermee wat is er dan op tegen. Dat moet iemand toch zelf weten. Iedereen is vrij om te doen
en laten wat hij wil. Veel ethische morele discussies gaan over gelijkheid en vrijheid. Seksisme gaat
over ongelijke behandeling van vrouwen, gelijkheid. Recht van mensen om van geslacht te
veranderen, gaat om vrijheid (zelf bepalen wie je bent). Vrijheid moet alleen beperkt worden als het
schade toebrengt aan anderen of aan het milieu.
Deze kernbegrippen hebben grote politieke consequenties gehad (qua politiek systeem). Een
monarchie (koning is de baas) past niet bij de beginselen gelijkheid en vrijheid, want daar gaat het om
hiërarchie, gehoorzaamheid. Als je moet gehoorzamen ben je niet vrij en ook niet gelijk, want je moet
iemand anders gehoorzamen die kennelijk hoger staat dan jij.
Bij een democratie hoort gelijkheid en vrijheid. Het volk beslist zelf via volksvertegenwoordigers,
maar als zij het niet goed doen dan worden ze weggestemd. Alle staatsburgers zijn gelijk. Ook het
Nederlandse staatsbestel is gebaseerd op gelijkheid en vrijheid. Zo belangrijk zijn deze begrippen.
In deze colleges gaan we kijken naar de intellectuelen om een antwoord te vormen. Op het terrein van
democratie en gelijkheid/vrijheid is dat Alexis de Tocqueville (Frans) en zijn boek over de démocratie
in Amerika. Tocqueville is in 1805 (midden in Franse revolutie) geboren en schreef op zijn 35 ste dit
boek. Hij was een genie, maar dit boek is extra belangrijk omdat hij uit een traditionele familie kwam
waar hiërarchie en aristocratie (discipline) heersten. Gelijkheid en vrijheid waren hier niet van
toepassing. Maar hij werd geboren in de tijd dat democratie en gelijkheid in de Franse maatschappij
belangrijk waren. Doordat hij een positie als relatieve buitenstaander had en met zijn voet in twee
werelden stond begreep hij meer dan iemand die in één wereld leeft. Het was voor hem ook
makkelijker om kritiek te leveren, omdat hij de twee werelden kon vergelijken.
Mensen die uit het oosten komen hebben dit ook. Het oosten heeft een cultuur waarbij vrijheid,
gelijkheid en democratie niet zo vanzelfsprekend zijn als in het Westen. Zij komen uit gezinnen waarin
hiërarchie, gehoorzaamheid en discipline centraal staan. Dit is een intellectueel voordeel, want je zit
niet in een bubbel en dit scherpt je verstand en begrip. Een buitenstaander in twee verschillende
werelden begrijpt beide werelden beter. Als westerling kan je kijken of je een andere samenleving die
anders werkt echt kan leren kennen. Daarna terugkijken naar je eigen samenleving die je kan ook beter
begrijpt. Wij groeien zo op met gelijkheid, vrijheid en democratie dat we ons niet meer iets anders
kunnen voorstellen en niet eens doorhebben dat het anders kan.
Het boek stelt de moderne/westerse principes, gelijkheid en vrijheid tegenover traditionele principes
van de aristocratie. Westen tegen het oosten. Hedendaagse westen tegen het vroegere westen. De
moderne beginselen heersen eigenlijk pas een jaar of 50. Vroeger stemde iedereen altijd op dezelfde
partij (je volgt de leider, hiërarchie), maar nu veranderen mensen hun stem als ze niet blij zijn.