Verbintenissen week 1
Kernbeginselen van verbintenissen
1) Pacta sunt servanda
= afspraken die je maakt, die moeten worden nagekomen. Een uitzondering hierop is redelijkheid
en billijkheid
2) Contractsvrijheid
= Je mag afspreken wat je wil en met wie je dat wil, wel inclusief de grenzen van de wet.
3) Zorgvuldigheidsbeginsel
= Je dient altijd zorgvuldig te handelen bij het sluiten van een overeenkomst.
Als je niet zorgvuldig handelt, dan pleeg je een onrechtmatige daad van 6:162 BW.
Vermogensrecht
Objectief recht Subjectief recht
= Het geldende recht dat bestaat uit alle = De specifieke vermogensrechten
Geschreven en ongeschreven regels die bepaalde personen aan het
vermogensrecht in objectieve zin
Kunnen ontlenen
Relatief recht Absoluut echt
= Recht dat je hebt tegenover = Kan je tegen
Contractspartij. Gaat alleen om iedereen inroepen
personen die een verbintenis Denk aan het
hebben met elkaar Eigendomsrecht
Rechtsfeiten
= Feit waaraan het objectieve recht bepaalde rechtsgevolgen verbindt
Menselijk handelen Blote rechtsfeit
= Er ontstaan rechtsgevolgen, zonder
menselijk handeling. Denk aan 18 jat
Rechtshandelingen Feitelijke handelingen worden of overleden
= Het is een menselijke beoogde = Bij deze handeling is het
rechtshandeling die ewn rechtsgevolg tot rechtsgevolg niet beoogd. Denk
gevolg hebben 3:33 (huwelijk treden) aan een aanrijding. Je wilt het niet
maar er treden toch
rechtsgevolgen in. Geen oogmerk
Meerzijdig Eenzijdig
Ongerichte eenzijdige Gerichte eenzijdige
= Het is niet gericht op iemand. = Voor de geldigheid moet het de ander
Geldigheid hoeft niet aan een bereiken. Denk aan het opzeggen van een
ander kenbaar worden gemaakt. huurovereenkomst.
Er is hier geen sprake van een
ontvanger en dus is er ook geen
acceptatie vereist.
,Bronnen van verbintenissen
Je hebt verbintenissen uit de wet
Onrechtmatige daad 6:162 BW e.v.
Zaakwaarneming 6:198 BW
Onverschuldigde betaling 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking 6:212 BW
Je hebt verbintenissen uit overeenkomsten
Contracten
Hieruit ontstaan verbintenissen door dat je een overeenkomst wil sluiten
Je hebt verbintenissen uit andere bronnen van verbintenissen
Redelijkheid en billijkheid 6:248 BW
Quin te Poel arrest
= Soms is het zo dat je niks hebt afgesproken en het niet voortvloeit uit de wet, maar het is
wel iets waar jij je aan moet houden. Je kan hierbij denken aan een zorgplicht.
= Quin te Poel zegt dat verbintenissen ook ontstaan uit redelijkheid en billijkheid.
Totstandkoming van overeenkomsten
= is er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen?
STAP 1: Aanbod en aanvaarding
6:217 BW
Is er sprake van aanbod en een aanvaarding van dat aanbod.
Zonder 1 van deze 2 is er geen sprake van een overeenkomst.
STAP 2: Wilsverklaring en overeenstemming
3:33 BW
Aanbod en aanvaarding zijn allebei een rechtshandeling, er is een beoogd rechtsgevolg.
Wil en de verklaring van die wil moeten met elkaar overeenstemmen
Komen ze niet met elkaar overeen -> dan is er geen sprake van een overeenkomst.
STAP 3: Ontvangsttheorie
3:37 BW lid 2
Ontvangsttheorie = verklaring heeft pas werking als het persoon heeft bereikt
Let op! -> het geldt alleen voor het ontvangen en niet voor het opmaken of lezen van de brief
E-mail en fax hebben directe werking, die wordt dus direct ontvangen.
STAP 4: Vormvrije verklaring
3:37 BW lid 1
Een verklaring is in beginsel vormvrij en kunnen in iedere vorm geschieden.
Uitzondering staan in 7:2 BW -> een koop van een huis MOET schriftelijk en dat is een eis en dus niet
vormvrij als wat in 3:37 lid 1 BW staat.
, Wilsvertrouwensleer
= je mag rechtvaardig op vertrouwen dat als je wat zegt, dat het ook moet kloppen en je mag er dus
vanuit gaan dat persoon dat ook bedoelde.
6:217 BW
Uitgangspunt -> in beginsel mag je gerechtvaardigd erop vertrouwen dat wil en verklaring
overeenstemmen.
3:33 BW (wil en verklaring) jo 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen)
3:34 BW lid 1
= Hier gaat het om een geestelijke stoornis. De wil stemt hier niet overeen met de verklaring. De
verklaring is onder invloed gedaan van die geestelijke stoornis.
Als er onder een invloed van een geestelijke stoornis een overeenkomst wordt gesloten, dan
stemmen wil en de verklaring sowieso niet met elkaar!
3:34 BW lid 2
= Op grond van deze geestelijke stoornis kan je de overeenkomst vernietigen.
3:35 BW
= De wederpartij kan een beroep doen op het gerechtvaardigd vertrouwen.
3:35 en 3:11 zijn altijd samen en dienen te worden gejunctoted => vertrouwenstoets.
In 3:15 staat dat je gerechtvaardigd mocht vertrouwen
In 3:11 staat dat je van de aanwijzingen niet wist en ook niet behoorde te weten
Indien er wel sprake zijn van aanwijzingen, dan is er geen beroep op 3:35 BW. Dan behoorde hij het
dus wel te weten en wist hij het.
Er dient te worden gekeken naar de omstandigheden van het geval.
De gedragingen dienen objectief bekeken te worden.
Indien er wel een geslaagd beroep was op 3:35, dan is er WEL een overeenkomst tot stand gekomen
Indien er geen beroep kan worden gedaan op 3:35, dan is er GEEN overeenkomst tot stand
gekomen.
Wil en verklaring lopen uit een
Verschrijving en verspreking
= 130 euro voor een nieuwe iPhone in plaats van 1300 euro.
VS
Misverstand
= Verschillende opvattingen door partijen (vanwege dubbelzinnig woordgebruik)
Denk aan het voorbeeld van firstfloor en een begane grond. In Amerika betekend first floor de
begane grond en in Nederland de eerste verdieping. Hij had firstfloor doorgegeven aan de makelaar.
Hier is dus sprake van een misverstand, er waren verschillende opvattingen door partijen.
Verwijzen naar HR Bunde/Erkens bij een misverstand
Is hier een beroep mogelijk op 3:35 BW?
3:37 lid 3 BW
Een gerichte verklaring, moet om haar werking te hebben een persoon hebben bereikt.
= als het is ontvangen, dan heeft de verklaring werking (ontvang theorie).
3:37 lid 5 BW
Intrekking van een gerichte verklaring moet om haar werking te hebben, moet de persoon eerder
dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring hebben bereikt.
Als je dat kan inhalen door een sneller communicatiemiddel, dan kan je het intrekken.
Kernbeginselen van verbintenissen
1) Pacta sunt servanda
= afspraken die je maakt, die moeten worden nagekomen. Een uitzondering hierop is redelijkheid
en billijkheid
2) Contractsvrijheid
= Je mag afspreken wat je wil en met wie je dat wil, wel inclusief de grenzen van de wet.
3) Zorgvuldigheidsbeginsel
= Je dient altijd zorgvuldig te handelen bij het sluiten van een overeenkomst.
Als je niet zorgvuldig handelt, dan pleeg je een onrechtmatige daad van 6:162 BW.
Vermogensrecht
Objectief recht Subjectief recht
= Het geldende recht dat bestaat uit alle = De specifieke vermogensrechten
Geschreven en ongeschreven regels die bepaalde personen aan het
vermogensrecht in objectieve zin
Kunnen ontlenen
Relatief recht Absoluut echt
= Recht dat je hebt tegenover = Kan je tegen
Contractspartij. Gaat alleen om iedereen inroepen
personen die een verbintenis Denk aan het
hebben met elkaar Eigendomsrecht
Rechtsfeiten
= Feit waaraan het objectieve recht bepaalde rechtsgevolgen verbindt
Menselijk handelen Blote rechtsfeit
= Er ontstaan rechtsgevolgen, zonder
menselijk handeling. Denk aan 18 jat
Rechtshandelingen Feitelijke handelingen worden of overleden
= Het is een menselijke beoogde = Bij deze handeling is het
rechtshandeling die ewn rechtsgevolg tot rechtsgevolg niet beoogd. Denk
gevolg hebben 3:33 (huwelijk treden) aan een aanrijding. Je wilt het niet
maar er treden toch
rechtsgevolgen in. Geen oogmerk
Meerzijdig Eenzijdig
Ongerichte eenzijdige Gerichte eenzijdige
= Het is niet gericht op iemand. = Voor de geldigheid moet het de ander
Geldigheid hoeft niet aan een bereiken. Denk aan het opzeggen van een
ander kenbaar worden gemaakt. huurovereenkomst.
Er is hier geen sprake van een
ontvanger en dus is er ook geen
acceptatie vereist.
,Bronnen van verbintenissen
Je hebt verbintenissen uit de wet
Onrechtmatige daad 6:162 BW e.v.
Zaakwaarneming 6:198 BW
Onverschuldigde betaling 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking 6:212 BW
Je hebt verbintenissen uit overeenkomsten
Contracten
Hieruit ontstaan verbintenissen door dat je een overeenkomst wil sluiten
Je hebt verbintenissen uit andere bronnen van verbintenissen
Redelijkheid en billijkheid 6:248 BW
Quin te Poel arrest
= Soms is het zo dat je niks hebt afgesproken en het niet voortvloeit uit de wet, maar het is
wel iets waar jij je aan moet houden. Je kan hierbij denken aan een zorgplicht.
= Quin te Poel zegt dat verbintenissen ook ontstaan uit redelijkheid en billijkheid.
Totstandkoming van overeenkomsten
= is er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen?
STAP 1: Aanbod en aanvaarding
6:217 BW
Is er sprake van aanbod en een aanvaarding van dat aanbod.
Zonder 1 van deze 2 is er geen sprake van een overeenkomst.
STAP 2: Wilsverklaring en overeenstemming
3:33 BW
Aanbod en aanvaarding zijn allebei een rechtshandeling, er is een beoogd rechtsgevolg.
Wil en de verklaring van die wil moeten met elkaar overeenstemmen
Komen ze niet met elkaar overeen -> dan is er geen sprake van een overeenkomst.
STAP 3: Ontvangsttheorie
3:37 BW lid 2
Ontvangsttheorie = verklaring heeft pas werking als het persoon heeft bereikt
Let op! -> het geldt alleen voor het ontvangen en niet voor het opmaken of lezen van de brief
E-mail en fax hebben directe werking, die wordt dus direct ontvangen.
STAP 4: Vormvrije verklaring
3:37 BW lid 1
Een verklaring is in beginsel vormvrij en kunnen in iedere vorm geschieden.
Uitzondering staan in 7:2 BW -> een koop van een huis MOET schriftelijk en dat is een eis en dus niet
vormvrij als wat in 3:37 lid 1 BW staat.
, Wilsvertrouwensleer
= je mag rechtvaardig op vertrouwen dat als je wat zegt, dat het ook moet kloppen en je mag er dus
vanuit gaan dat persoon dat ook bedoelde.
6:217 BW
Uitgangspunt -> in beginsel mag je gerechtvaardigd erop vertrouwen dat wil en verklaring
overeenstemmen.
3:33 BW (wil en verklaring) jo 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen)
3:34 BW lid 1
= Hier gaat het om een geestelijke stoornis. De wil stemt hier niet overeen met de verklaring. De
verklaring is onder invloed gedaan van die geestelijke stoornis.
Als er onder een invloed van een geestelijke stoornis een overeenkomst wordt gesloten, dan
stemmen wil en de verklaring sowieso niet met elkaar!
3:34 BW lid 2
= Op grond van deze geestelijke stoornis kan je de overeenkomst vernietigen.
3:35 BW
= De wederpartij kan een beroep doen op het gerechtvaardigd vertrouwen.
3:35 en 3:11 zijn altijd samen en dienen te worden gejunctoted => vertrouwenstoets.
In 3:15 staat dat je gerechtvaardigd mocht vertrouwen
In 3:11 staat dat je van de aanwijzingen niet wist en ook niet behoorde te weten
Indien er wel sprake zijn van aanwijzingen, dan is er geen beroep op 3:35 BW. Dan behoorde hij het
dus wel te weten en wist hij het.
Er dient te worden gekeken naar de omstandigheden van het geval.
De gedragingen dienen objectief bekeken te worden.
Indien er wel een geslaagd beroep was op 3:35, dan is er WEL een overeenkomst tot stand gekomen
Indien er geen beroep kan worden gedaan op 3:35, dan is er GEEN overeenkomst tot stand
gekomen.
Wil en verklaring lopen uit een
Verschrijving en verspreking
= 130 euro voor een nieuwe iPhone in plaats van 1300 euro.
VS
Misverstand
= Verschillende opvattingen door partijen (vanwege dubbelzinnig woordgebruik)
Denk aan het voorbeeld van firstfloor en een begane grond. In Amerika betekend first floor de
begane grond en in Nederland de eerste verdieping. Hij had firstfloor doorgegeven aan de makelaar.
Hier is dus sprake van een misverstand, er waren verschillende opvattingen door partijen.
Verwijzen naar HR Bunde/Erkens bij een misverstand
Is hier een beroep mogelijk op 3:35 BW?
3:37 lid 3 BW
Een gerichte verklaring, moet om haar werking te hebben een persoon hebben bereikt.
= als het is ontvangen, dan heeft de verklaring werking (ontvang theorie).
3:37 lid 5 BW
Intrekking van een gerichte verklaring moet om haar werking te hebben, moet de persoon eerder
dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring hebben bereikt.
Als je dat kan inhalen door een sneller communicatiemiddel, dan kan je het intrekken.