Incasso, schulden en beslag
Schulden
Je hebt verschillende soorten schulden
- Schulden van natuurlijke personen en rechtspersonen
● Vb. vrienden, familie, detailhandel en andere bedrijven
- Schulden van financiële instellingen
● Vb. Hypotheeknemers (banken), kredietverstrekkers (lenen.nl etc…)
- Schulden van de overheid
● Vb. CJIB, belastingdienst, UWV
Al deze verschillende schuldeisers hebben soms ook verschillende posities. Met die posities
bedoel ik verschillende mogelijkheden om de schulden te verhalen. Sommigen kunnen een
schuld eerder verhalen of een groter bedrag verhalen en daarom is het van belang om te
weten welke soorten schulden er zijn.
Grondslagen van deze schulden → BW 3 en 6 (7), invorderingswet 1990 (belastingdienst)
Incassoprocedure
Waarom?
- Bij herhaaldelijk onbetaald laten factuur
Hoe werkt het?
- Dreigen (sommatie c.q. ingebrekestelling)
- Diverse stadia c.q. stappen
Door wie?
- CJIB, (belasting) deurwaarders, incassokantoren
Stel een van de schuldenaren heeft een schuld, kan niet betalen of betaalt niet: je kan dan
(zeker) als instelling een herinnering sturen. Dat wordt ook altijd gedaan, want dit is een
wettelijke plicht. Vervolgens kan een instelling besluiten om het uit handen te geven aan een
incassobureau. Dat doe je dus bij het herhaaldelijk onbetaald laten van een factuur.
Dit werkt als een dreiging, je sommeert om te betalen binnen zoveel werkdagen. Je stuurt
een ingebrekestelling en dat zijn allerlei verschillende stappen. Dat doet het CJIB namens
de overheid, de deurwaarder namens cliënten van bedrijven, de belastingdeurwaarder
namens de belastingdienst en ook incassokantoren die alleen incassopraktijk doen.
Verschil incassopraktijk en deurwaarder: deurwaarder heeft meer bevoegdheden.
Grondslagen → Invorderingswet 1990, BW (6)
,Waarop en hoe schuld verhalen?
Waarop?
- Geld
● Loon, banksaldo
- Goederen
● Roerende goederen en onroerende goederen
Hoe?
- Via de rechter
● Met een uitspraak van de rechter sector Civiel (vonnis of “titel”)
○ Dit betekent dat je een titel moet halen
● Met een vonnis van de voorzieningenrechter
○ Als een voorzieningenrechter inschat op basis van een voorlopig
besluit dat hij stelt dat de schuldeiser naar alle redelijkheid verwacht
dat die schuld opeisbaar is.
- Zonder tussenkomst rechter
● Belastingdienst
○ Die heeft al een titel, we noemen dat een exicatore titel
● Hypotheeknemer (parate executie)
○ Parate executie: hij kan meteen executeren, meteen het geld
vorderen, als aan een aantal voorwaarden zijn voldaan, waaronder
het structureel niet betalen van het maandbedrag, we noemen dat
even de hypotheek in de volksmond.
Grondslagen → BW 3, Rv, Invorderingswet 1990
Dagvaarding!
Acties gemachtigde c.q. advocaat?
● Dagvaarding laten betekenen
○ Oproep verschijnen Rb. (sector civiel of sector kanton)
■ Zie titel 1e boek 2e titel Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
(artikel 78 Rv e.v.)
○ Om de beurt reageren
■ Dagvaarding, conclusie van antwoord, repliek, dupliek, vonnis
● Bij toewijzing eis (in het vonnis)
○ Kan de deurwaarder het vonnis tenuitvoerleggen
Als de schuldeiser een titel nodig heeft om zijn vordering of in dit geval zijn schuld te
verhalen dan gaat een gemachtigde of advocaat aan de slag. Die stuurt een dagvaarding die
hij laat betekenen op je adres. Dat staat in het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Er
wordt dan verzocht dat jij moet verschijnen voor de rechtbank en je moet je verweer kunnen
doen. Dat verweer noemen we een antwoord van conclusie. Als je dat hebt gedaan dan mag
de andere partij reageren (eiser).
,Vervolgens mag jij nog een keer reageren en dat noemen we repliek, dupliek, vonnis. Alle
partijen mogen omstebeurt een keer reageren op elkaars stuk en dan krijg je een vonnis. Bij
zo’n vonnis wordt de eis eventueel toegewezen en dan kan de deurwaarder zijn vordering
gaan verhalen op de goederen, het loon of het banksaldo. Alleen de deurwaarder kan dit en
niet een incassokantoor. Dat zijn de stappen voor het invorderen van een schuld.
Op stimulans staat nog een keer alle beslagen opgesomd met een korte uitleg.
Week 2
Positie schuldeisers en beslagvrije voet
Rangorde crediteuren (schuldeisers)
● Concurrente crediteuren
● Preferente crediteuren
● Crediteuren met voorrang
● Crediteuren met zekerheden
● Belangrijke artikelen 3:276 BW e.v.
○ 3:276 BW: verhaalsrecht op alle goederen
○ 3:277 BW: gelijkheid, tenzij…..
○ 3:278 BW: voorrang bij verhaalsrecht
○ 3:279 BW: pand en hypotheek
○ 3:280 BW: voorrechten op bepaalde goederen
○ 3:288 BW: bevoorrechte vorderingen
○ Artikelen 19, 21 Invorderingswet 1990
Er is een bepaalde rangorde van schuldeisers of crediteuren. Ik heb dat in vieren gedeeld.
Je hebt concurrente crediteuren, preferente crediteuren, crediteuren met voorrang en
crediteuren met zekerheden. De preferente crediteuren worden ook wel de publiekrechtelijke
crediteuren of de publiekrechtelijke preferente crediteuren genoemd.
Belangrijke artikelen: als we het hebben over de positie van concurrenten crediteuren, de
crediteuren met voorrang en de crediteuren met zekerheden dan is artikel 3:276 BW tot en
met 3:279 BW van toepassing. Dit zijn artikelen waar hun positie staat.
In artikel 3:276 BW staat het verhaalsrecht op alle goederen. In artikel 3:277 BW staat een
soortgelijkheid, tenzij…. die tenzij is dus dat er crediteuren zijn met een bijzondere voorrang
of crediteuren met zekerheden. In artikel 3:278 BW wordt ook aangegeven dat er een
voorrang is bij verhaalsrechten en zo’n voorrang is bijvoorbeeld een pand of een hypotheek
en dat staat in artikel 3:279 BW
, Dan zijn er nog bepaalde crediteuren die voorrechten hebben op bepaalde goederen of
bevoorrechten goederen in boek 3. Dit zijn hele kleine voorbeelden, in die zin dat het niet
veel vaak voorkomende crediteuren zijn. Die laatste twee dus die voorrechten op bepaalde
goederen en bevoorrechte vorderingen die komen dus niet vaak voor, maar ik wil ze wel
even aanstippen. De preferente crediteur of de publiekrechtelijk preferente crediteur dat
staat in de artikel 19 en 21 Invorderingswet 1990.
Feitelijke voorrang
Buiten het systeem van 3:276 om.
Eigendomsvoorbehoud (3:92 BW e.v.)
Retentierecht (3:292 e.v.)
Verrekening (6:127 BW)
Er is ook nog een feitelijke voorrang en deze voorrang gaat buiten het systeem om van wat
ik net verteld heb. We hebben het dan over eigendomsvoorbehoud, over retentierecht en
over verrekening.
De eigendomsvoorbehoud is een voorbehoud dat de eigenaar kan stellen. Hij kan stellen
in een overeenkomst dat als hij jou een goed levert en je nog niet betaald hebt dat je dan
niet de eigenaar bent van dat goed. Dat betekent dat als jij geen eigenaar bent dat er ook
nog geen beslag op kan worden gelegd. Als de schuldeisers dus beslag leggen op goederen
van een schuldenaar en de schuldeiser heeft geleverd onder eigendomsvoorbehoud dan
kan het beslag daar niet op bekleven. Het beslag zal dan geen stand houden en de
schuldeiser kan gewoon zijn goed weer terughalen.
Retentierecht is iets wat heel veel voorkomt. Dat wordt gebruikt door boekhouders, maar
ook door bijvoorbeeld schoenmakers, garagebedrijven, fietsenwinkel etc. Als jij een bedrijf
hebt en je levert je administratie in bij de boekhouder, de boekhouder heeft een vordering op
jou en je betaalt niet. De boekhouder kan dan stellen dat hij retentierecht heeft. Hij kan dan
zeggen dat hij de administratie net zolang onder zich houdt totdat jij met je bedrijf betaalt. Je
kan dan niet je eigendom opeisen, maar je zal eerst moeten betalen voordat je het terug kan
krijgen. Dit is een heel sterk recht.
Verrekening is als een schuldeiser een vordering heeft op de schuldenaar, maar de
schuldenaar ook de schuldeiser is op de andere partij. De schuldeiser en schuldenaar zijn
ook elkaars schuldeiser en schuldenaar. Je kan dan soms de schulden met elkaar
verrekenen. Dit gaat ook om het hele systeem heen.
Rangorde
0. FEITELIJKE VOORRANG
1. Executiekosten (3:277 lid 1 BW)... na voldoening van de kosten van executie…
2. Hypotheek en Pand (3:278 lid 1 jo 3:279 BW) “Parate Executie”
3. Fiscus (3:278 lid 1 jo 3:279 BW jo 21 Inv. 1990) “Wet bepaalt niet anders”
2 gaat boven 3
● 3:280 BW voorrechten op bepaalde goederen