Hoofdstuk 2 | De tijd van Grieken en Romeinen [havo]
2.1 WETENSCHAP EN POLITIEK IN DE GRIEKSE STADSTAAT
BASISKENNIS EN VAARDIGHEDEN
1
Bijvoorbeeld:
- indirecte oorzaak: een bloeiende economie
- direct oorzaak: overbevolking in Griekenland dreigde
- direct gevolg: handel tussen Griekse kolonies en stadstaten nam toe
- indirect gevolg: Athene groeide uit tot een stad met een kwart miljoen inwoners
2
Bijvoorbeeld:
a Hiervan werden de gedachten en vormentaal later zó goed gevonden dat ze werden
nagedaan.
b zuilen, reliëfs langs het dak
c natuurlijke houding, levendige gezichten
3
Bijvoorbeeld:
a - monarchie: staat met één vorst
- aristocratie: regering van een groep aanzienlijke mensen
- oligarchie: regering van een kleine groep
- tirannie: regering van een alleenheerser die met geweld de macht heeft gegrepen
- democratie: volksregering, bestuur waarbij het volk beslist
b - Volgens Plato liet de massa zich leiden door emoties en hebzucht in plaats van verstand
en idealen.
- Volgens Aristoteles hield een goede regering zich aan de wet en stelde het algemeen
belang voorop. De democratie was een slecht systeem als politici en kiezers zich lieten
leiden door eigenbelang en willekeur.
4
Bijvoorbeeld:
a Twee overeenkomsten: 1 De bestuursvorm van beide is een democratie. 2 Bij beide
mogen burgers (inwoners met burgerrecht) stemmen.
Twee verschillen: 1 Athene had een directe democratie, Nederland een indirecte. 2 In
Athene mochten alleen (vrije autochtone) mannen meebeslissen, in Nederland ook vrouwen.
b Eens, Nederlandse burgers zouden net als vroeger de Atheense burgers moeten kunnen
beslissen over maatregelen of wetsvoorstellen, bijvoorbeeld in referenda.
Of: Oneens, Er wonen te veel stemgerechtigden in Nederland. Die kunnen zich niet allemaal
dagelijks met het bestuur bezighouden. Daarom is het goed dat volksvertegenwoordigers
hierover beslissen.
5
Bijvoorbeeld:
a Wetenschappers probeerden door hun rationele manier van denken de wereld beter te
begrijpen. Ze dachten na over abstracte dingen en zochten naar wetmatigheden.
b - Traditioneel werden ziekten toegeschreven aan de goden.
- Nieuw was het zoeken naar oorzaken van ziekten door observeren en redeneren.
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019
, Geschiedeniswerkplaats Tweede Fase havo | antwoorden opdrachtenboek
6
De afbeeldingen passen het beste bij: de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur. Hierin
zijn elementen van de klassiek Griekse bouwkunst (zuilen, reliëfs) en de natuurgetrouwe
weergave van de Griekse beeldhouwkunst (houding, gezicht) goed te herkennen.
EINDOPDRACHTEN
7
3, 1, 4, 2
8
Bijvoorbeeld:
(1) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat:
- gebeurtenis: In Athene in 507 v.C. de democratie ingesteld, waarin alle vrije autochtone
mannen konden meebeslissen. Dit was een ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de
Griekse stadstaat.
- ontwikkeling: De Grieken maakten de wetenschap los van de praktijk. Ze gingen nadenken
over abstracte begrippen en wilden begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Dit was een
ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de Griekse stadstaat.
- verschijnsel: Athene was een directe democratie. De burgers kozen geen
vertegenwoordigers, maar mochten zelf stemmen en spreken in de volksvergadering, die op
een open plek in de stad vergaderde. Dit past bij het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
- handeling van een persoon: Hippocrates schreef ziekten niet toe aan de goden, maar
probeerde door wetenschappelijk denken, observeren en redeneren, de aard en de oorzaak
van ziekten te ontdekken. Dit past bij de ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de
Griekse stadstaat.
- gedachtegang van een persoon: Volgens Aristoteles hield een goede regering zich aan de
wet en stelde het algemeen belang voorop. Hij vond dat alle verstandige burgers deel
moesten kunnen nemen aan de politiek. Dit was een ontwikkeling van wetenschappelijk
denken in de Griekse stadstaat.
(2) De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur:
- gebeurtenis: Het Parthenon werd op de Akropolis gebouwd met bouwvormen die
kenmerkend waren voor de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur, zoals zuilen en
reliëfs.
- ontwikkeling: In de 5e eeuw v.C. kwam de Griekse cultuur tot bloei met een bepaalde
vormentaal in bijvoorbeeld bouwkunst en beeldhouwkunst.
- verschijnsel: Griekse kunstenaars maakten nauwgezet studie van het menselijk lichaam om
beelden te maken die kenmerkend waren voor de vormentaal van de Grieks-Romeinse
cultuur.
- handeling van een persoon: 2.4 De beeldhouwer Phidias maakte reliëfs in het Parthenon
die pasten bij de
de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
- gedachtegang van een persoon: Grieken vereerden goden met tempels en beelden die
gemaakt met vormen die kenmerkend werd voor de Grieks-Romeinse cultuur.
b Ik herken nu vaker elementen van de Griekse kunst in latere bouwkunst en
beeldhouwkunst. Ik begrijp nu beter dat het wetenschappelijk denken van nu gebaseerd zijn
op die van de Grieken.
HERHALING
9
A, B
2
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019
2.1 WETENSCHAP EN POLITIEK IN DE GRIEKSE STADSTAAT
BASISKENNIS EN VAARDIGHEDEN
1
Bijvoorbeeld:
- indirecte oorzaak: een bloeiende economie
- direct oorzaak: overbevolking in Griekenland dreigde
- direct gevolg: handel tussen Griekse kolonies en stadstaten nam toe
- indirect gevolg: Athene groeide uit tot een stad met een kwart miljoen inwoners
2
Bijvoorbeeld:
a Hiervan werden de gedachten en vormentaal later zó goed gevonden dat ze werden
nagedaan.
b zuilen, reliëfs langs het dak
c natuurlijke houding, levendige gezichten
3
Bijvoorbeeld:
a - monarchie: staat met één vorst
- aristocratie: regering van een groep aanzienlijke mensen
- oligarchie: regering van een kleine groep
- tirannie: regering van een alleenheerser die met geweld de macht heeft gegrepen
- democratie: volksregering, bestuur waarbij het volk beslist
b - Volgens Plato liet de massa zich leiden door emoties en hebzucht in plaats van verstand
en idealen.
- Volgens Aristoteles hield een goede regering zich aan de wet en stelde het algemeen
belang voorop. De democratie was een slecht systeem als politici en kiezers zich lieten
leiden door eigenbelang en willekeur.
4
Bijvoorbeeld:
a Twee overeenkomsten: 1 De bestuursvorm van beide is een democratie. 2 Bij beide
mogen burgers (inwoners met burgerrecht) stemmen.
Twee verschillen: 1 Athene had een directe democratie, Nederland een indirecte. 2 In
Athene mochten alleen (vrije autochtone) mannen meebeslissen, in Nederland ook vrouwen.
b Eens, Nederlandse burgers zouden net als vroeger de Atheense burgers moeten kunnen
beslissen over maatregelen of wetsvoorstellen, bijvoorbeeld in referenda.
Of: Oneens, Er wonen te veel stemgerechtigden in Nederland. Die kunnen zich niet allemaal
dagelijks met het bestuur bezighouden. Daarom is het goed dat volksvertegenwoordigers
hierover beslissen.
5
Bijvoorbeeld:
a Wetenschappers probeerden door hun rationele manier van denken de wereld beter te
begrijpen. Ze dachten na over abstracte dingen en zochten naar wetmatigheden.
b - Traditioneel werden ziekten toegeschreven aan de goden.
- Nieuw was het zoeken naar oorzaken van ziekten door observeren en redeneren.
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019
, Geschiedeniswerkplaats Tweede Fase havo | antwoorden opdrachtenboek
6
De afbeeldingen passen het beste bij: de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur. Hierin
zijn elementen van de klassiek Griekse bouwkunst (zuilen, reliëfs) en de natuurgetrouwe
weergave van de Griekse beeldhouwkunst (houding, gezicht) goed te herkennen.
EINDOPDRACHTEN
7
3, 1, 4, 2
8
Bijvoorbeeld:
(1) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat:
- gebeurtenis: In Athene in 507 v.C. de democratie ingesteld, waarin alle vrije autochtone
mannen konden meebeslissen. Dit was een ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de
Griekse stadstaat.
- ontwikkeling: De Grieken maakten de wetenschap los van de praktijk. Ze gingen nadenken
over abstracte begrippen en wilden begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Dit was een
ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de Griekse stadstaat.
- verschijnsel: Athene was een directe democratie. De burgers kozen geen
vertegenwoordigers, maar mochten zelf stemmen en spreken in de volksvergadering, die op
een open plek in de stad vergaderde. Dit past bij het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
- handeling van een persoon: Hippocrates schreef ziekten niet toe aan de goden, maar
probeerde door wetenschappelijk denken, observeren en redeneren, de aard en de oorzaak
van ziekten te ontdekken. Dit past bij de ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de
Griekse stadstaat.
- gedachtegang van een persoon: Volgens Aristoteles hield een goede regering zich aan de
wet en stelde het algemeen belang voorop. Hij vond dat alle verstandige burgers deel
moesten kunnen nemen aan de politiek. Dit was een ontwikkeling van wetenschappelijk
denken in de Griekse stadstaat.
(2) De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur:
- gebeurtenis: Het Parthenon werd op de Akropolis gebouwd met bouwvormen die
kenmerkend waren voor de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur, zoals zuilen en
reliëfs.
- ontwikkeling: In de 5e eeuw v.C. kwam de Griekse cultuur tot bloei met een bepaalde
vormentaal in bijvoorbeeld bouwkunst en beeldhouwkunst.
- verschijnsel: Griekse kunstenaars maakten nauwgezet studie van het menselijk lichaam om
beelden te maken die kenmerkend waren voor de vormentaal van de Grieks-Romeinse
cultuur.
- handeling van een persoon: 2.4 De beeldhouwer Phidias maakte reliëfs in het Parthenon
die pasten bij de
de vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
- gedachtegang van een persoon: Grieken vereerden goden met tempels en beelden die
gemaakt met vormen die kenmerkend werd voor de Grieks-Romeinse cultuur.
b Ik herken nu vaker elementen van de Griekse kunst in latere bouwkunst en
beeldhouwkunst. Ik begrijp nu beter dat het wetenschappelijk denken van nu gebaseerd zijn
op die van de Grieken.
HERHALING
9
A, B
2
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019