Opbouw cursus
Cognitie (verzameling cognitieve capaciteiten) → geest
- Descartes (twijfelen vorm denken: ik denk dus ik ben)
● Signal detectie theorie: beslissen in onderzekerheid: in kaart brengen hoe mensen
beslissingen nemen.
○ dyslexie
● Toegepaste cognitieve psychologie
○ route aanduidingen schiphol
● Neuropsychologie: cognitieve problemen die ontstaan door hersenletsel
○ beroertes
Geschiedenis:
‘Hoe lang duurt een mentaal proces?’’
● Donders (19e eeuw): ‘Hoe lang duurt het om een beslissing te nemen.’’
○ stimulus detectie (er is visuele input)
○ stimuli discrminiatie (appel en een peer)
○ kiezen (ik wil appel)
○ uitvoeren
→ reactietijdtaak (kennisclip BB):
○ simpele RT taak: stimulus detectie + motor respons
○ Go/ no go RT: stimulus detectie + stimulusdiscriminatie + motor
respons
○ keuze RT taak: stimulus detectie + stimulus discriminatie + kiezen +
motor respons
● Weber (19e eeuw):
○ een waarneembaar verschil, bijvoorbeeld tussen twee groottes is niet
absoluut maar relatief. (Weber fractie) Denk aan verschil tussen twee
bollen.
● Introspectie is niet wetenschappelijk, bewustzijn is te vaag
● Behaviorisme: laat het vorige veranderen: naar binnen kijken en dingen over
de geest werd verboden: geest niet observeerbaar → psychologie = gedrag.
En gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-response.
● Skinner (rond 1960) behaviorist: positieve bekrachtiging (zeggen ‘mama’ &
‘papa’) oorzaak aan leren van taal.
● WW II: menselijke fouten niet te verklaren vanuit behaviorisme
● Maar Chomsky vroeg zich af waarom beginnen kinderen hiermee; al voor dat
er een bekrachtiging is geweest. Dus taalvaardigheid is niet alleen respons
, bekrachtiging, maar dus al deels aangeboren. Gaat tegen het behaviorisme
in.
● Conrad Zuse’s ZI (1938): 1ste computer (input → output) kan net als de mens
abstracte niveau van hoeveelheid aangeven. Brein: input → output.
● Helmholtz: stimuleren zenuw kikker.
,HC 3: Waarneming
Sensatie: vroege stadia van verwerking van stimuli (zoet, zuur, hard, rood)
Waarnemen (perception: betekenisvol, georganiseerd (de koffie is heet/zoet)
Zintuigen zijn opgedeeld in eigen gebieden in de hersenen waar naar toe de informatie
wordt vervoerd. Binnen het gebied vaak nog een eigen ‘plekje’.
Zintuigen:
● zien
● horen
● proeven
● ruiken
● voelen
○ evenwicht
Stappen waarneming:
1. Stimuli: energie uit de wereld (trillende deeltjes/ licht)
2. Sensor: ontvanger met en vertaler (transducer); vertaling van fysieke energie naar
neurale activiteit
3. bekabeling voor transporte (neuronen
4. Realy of verdeelstation: thalamus
5. cortex: zet signaal → sensatie → waarneming
Verandering: hersenen zijn meer geïnteresseerd (plaats, tijd) in verandering
● wordt minder gevoelig bij herhaling, want raakt gewend aan sensatie: optimaal
functioneren organisme
Chemische zintuigen
● Smaak
○ smaak: zit in mond (tong), doel is veiligheid (verbranden, bedorven). Het
aantal smaakpapillen verschilt per persoon (super- vs nontaster).
○ Heeft basale smaken (zoet, zout, zuur, bitter, umami) en maakt combinaties.
Receptoren zijn gelijk verdeeld, maar de plaats aspecten worden door het
brein gemaakt.
○ Hypothalamus en amygdala spelen belangrijke rol. Dit zorgt dat in geval van
nood er sneller gereageerd kan worden
○ insula en pariëtale cortex: herkenning van sensatie
● Reuk:
○ Zijn relatief goed in ruiken en geur herkennen. Maar we hechten meer waarde
aan wat ogen en oren ons vertellen.
○ Veel soorten geursensoren: losse zenuwuiteinden, serifomre plaat, in neus.
Meerdere neueren die gebonden zijn aan receptoren.
○ Olfactory bulb (cribriforme plaat) (onderscheidingsvermogen vooral van
gedrag: ‘’ruikt hier naar oma’’)→ hersneen: limbisch systeem (emotie,
motivatie: rhinencephalon: het neus brein)
, ○ Uitzonderlijk is dat het niet eerst naar thalamus gaat, maar direct naar
limbisch systeem
○ Sekse verschillen: vrouwen beter in overige geuren
○ Reuk en smaak: informatie komt binnen via de neus die dus deels
verantwoordelijk is voor proeven, met smaak samen verantwoordelijk voor
psychologische gewaarwording.
○ Feromonen (sekshormonen): minder nodig , want bepaalde periode voor
voortplanten is niet nodig. Toch: vrouwen die cyclus synchroniseren
● Tast en lichaamssensoren:
○
○ Huid heel veel receptoren: meissner, ruffini, merkel: Mechanoreceptoren:
veel celmembranen, met druk, gaan veel ion-kanalen open → depolarisatie
→ activatie cel. Intensiteit hoe cel reageert hangt van cel af: slowly/ rapidly
adapting. Receptoren sturen afzonderlijk van elkaar neuronen/ signalen door
naar het brein. Decoderen hoeft niet meer, want krijgt al vanuit een bepaalde
lijn een signaal: labeld lindes in bijna ieder zintuig systeem (geur/ smaak &
horen/zien)
○ Niciceptor & Thermoreceptor
○ Proprioceptors (muscle spindles):
■ 1. Anterolateral column systeem: in ruggenmerg naar andere kant
van lichaam: pijn, temperatuur (grove) tast
■ 2. Dorsal column mediaal lemniscaal systeem: blijft aan dezelfde
hersenkant: tst, virbratie, armprpioceptie
○ twee punts drempel: two point threshold: er is meer input vanuit duim naar
cortex tov van rug. Het receptieve veld van een sensorisch neuron is dat