2p Geef de wiskundige namen van de ruimtefiguren hieronder.
a b c d
OPGAVE 2
Zie de kubus hiernaast met ribben van 4 cm. G
H
1p a Welke ribben komen bij elkaar in het hoekpunt G?
1p b Welke ribben zijn korter getekend dan ze in E F
werkelijkheid zijn?
1p c In welke zijvlakken ligt de ribbe AE?
1p d In welke zijvlakken ligt het hoekpunt C? D
2p e Bereken hoeveel cm de totale lengte van alle C
ribben samen is. A B
4 cm
, OPGAVE 3
1p a Teken een rechthoek ABCD met AB = 7 cm en BC = 5 cm.
1p b Teken de diagonalen van de rechthoek. Noem het snijpunt S.
1p c Teken de cirkel met middelpunt B en straal 4 cm.
1p d Teken de cirkel waarvan AC een diameter is.
1p e Teken de grootst mogelijke cirkel met middelpunt S die niet buiten
rechthoek ABCD komt.
, OPGAVE 4
In de figuur hiernaast is het begin getekend van de
balk PQRS TUVW.
3p Maak de balk af.
OPGAVE 5
Beike maakt een rij figuren bestaande uit kleine vierkantjes. Zie hieronder.
Voor de figuur met nummer 4 heeft hij zeven van die vierkantjes nodig.
1 2 3 4 ...
1p a Uit hoeveel kleine vierkantjes bestaat figuur 5?
2p b Uit hoeveel kleine vierkantjes bestaat figuur 12?
2p c Voor een figuur heeft Beike 55 kleine vierkantjes nodig.
Welk nummer heeft die figuur?
OPGAVE 6
Van de vierhoek PQRS is hoek P een rechte hoek.
Verder is PQ = 6 cm, QR = 5 cm, RS = 7 cm en PS = 4 cm.
3p Teken deze vierhoek.
OPGAVE 7
2p a Hoeveel zijvlakken heeft een piramide waarvan het grondvlak een zeshoek is?
2p b Hoeveel zijvlakken heeft een prisma met 16 hoekpunten?
OPGAVE 8
3p Teken een uitslag van piramide T ABC waarvan alle ribben 5 cm lang zijn.
, OPGAVE 1 = OPGAVE 1 UIT OEFENTOETS 1HV
2p Geef de wiskundige namen van de ruimtefiguren hieronder.
a b c d
Antwoorden
a = cilinder, b = prisma, c = kegel, d = piramide
(1.1 theorie A)
OPGAVE 2 = OPGAVE 2 UIT OEFENTOETS 1HV
Zie de kubus hiernaast met ribben van 4 cm. G
H
1p a Welke ribben komen bij elkaar in het hoekpunt G?
1p b Welke ribben zijn korter getekend dan ze in E F
werkelijkheid zijn?
1p c In welke zijvlakken ligt de ribbe AE?
1p d In welke zijvlakken ligt het hoekpunt C? D
2p e Bereken hoeveel cm de totale lengte van alle C
ribben samen is. A B
4 cm
Antwoorden
a de ribben CG, FG en GH
b de ribben AD, BC, FG en EH
c de zijvlakken ABFE en ADHE
d de zijvlakken ABCD, BCGF en DCGH
e totale lengte = 12 × 4 = 48 cm
(1.2 theorie B en opgave 21)