Opgave 1
In de figuur hieronder zie je een momentopname van een koord op tijdstip t=1,07 s. Door dit koord
beweegt zich een puls van links naar rechts. Op t=0 is deze gestart aan het linkeruiteinde.
a) Hoe is A zijn beweging begonnen: omhoog of omlaag vanuit de evenwichtsstand?
Licht je antwoord toe. (2p)
Neem aan dat de golf gestart is bij punt A op t=0 seconden.
b) Teken het (u,t)-diagram van punt C tussen 0 en 2 seconden. Tip: bepaal eerst de
trillingstijd. (4p)
Opgave 2
Twee koorden trillen beide in hun grondtoon. Koord 2 is 20 cm langer dan koord 1. De spankracht,
en daarmee de golfsnelheid, is gelijk in beide koorden. De frequentie van koord 2 is de helft van
de frequentie van koord 1. Bereken of beredeneer de golflengte van de golf in koord 1.(3p)
Opgave 3
Een drumstel bestaat onder andere uit trommels en bekkens. Een bekken is
een ronde metalen schijf die in het midden M op een standaard is geklemd.
Zie figuur 1.
Ruud onderzoekt het geluid dat een bekken produceert als hij er zachtjes
met een wollige paukenstok op slaat. Figuur 1
Op 4,5 meter afstand van het bekken zet hij een
microfoon neer die hij verbindt met een
computer. De computer analyseert het ontvangen
signaal en maakt een grafiek van het geluidsniveau
als functie van de ontvangen frequenties.
Zie figuur 2. Figuur 2
, Ruud zoekt een verklaring voor de frequentieverhouding van de laagste vier tonen van figuur 2.
In een boek over muziekinstrumenten vindt hij het plaatje van figuur 3 met enkele
trillingstoestanden van een bekken. De plaatsen van de knopen van de staande golven in het
bekken zijn aangegeven met een letter K; de plaatsen van de buiken met een B.
Figuur 3
a) Toon aan dat de patronen van knopen en buiken in figuur 3 niet overeenstemmen met de
verhoudingen van de frequenties van de drie laagste tonen van figuur 2.(3p)
De grondtoon van het patroon in figuur 3 blijkt overeen te komen met de frequentie met de
hoogste amplitude in figuur 2. De werkelijke diameter van het bekken is 20 inch.
b) Bepaal de golfsnelheid in het bekken. Beschouw het bekken hierbij als een horizontale
platte schijf. (4p)
Opgave 4
Een foton heeft een golflengte van 88 nm.
Bereken de energie van dit foton in eV. (3p)
Opgave 5
Van een patiënt wordt een röntgenfoto van de borstkas gemaakt. Het vermogen per oppervlakte-
eenheid van de röntgenstraling die de borstkas treft, is 0,020 W/m 2. De bundel röntgenstraling
heeft een doorsnede van 10 dm2. De straling wordt gedurende 2,0 s toegediend.
De massa van het bestraalde longweefsel is 9,0 kg.
a) Bereken het opgelopen dosisequivalent. (5p)
Wanneer de laborant bij iemand een röntgenfoto moet maken, gaat hij of zij op het moment van de
foto achter een betonnen muurtje staan met een dikte van 15 cm. De röntgenfotonen hebben een
energie van 50 keV.
b) Bereken hoeveel procent van de straling achter het muurtje nog over is. (3p)