50% van alle mensen heeft ooit last van mentale gezondheidsklachten.
Aan het eind van de cursus zijn er een aantal vragen die beantwoord zullen worden:
- welk gedrag is normaal of afwijkend? Wanneer voldoe je aan kenmerken
ontwikkelingsstoornis? Sprake van continuüm. Iedereen kan wel symptomen laten
zien die lijken op ontwikkelingsstoornis.
- hoe hangen problemen met elkaar samen? Hoe komt het dat sommige factoren
kunnen escaleren?
- hoe kan depressie voorkomen worden?
- welke behandelingen zijn er bekend en werkzaam? Welke voor- en nadelen zitten er
aan bepaalde behandelingen?
3 typen van leerdoelen:
- algemene framework
- specifieke ontwikkelingsstoornissen
- kritische evaluatie van empirische kennis
Leerdoelen deze week:
- wat is normaal?
- wat is een stoornis?
- algemene kader
- 5 modellen van kinderpsychopathologie
- ontwikkelingspsychophatologie als academische discipline
Wat is normaal?
- Leeftijd is een heel belangrijk criterium als je kijkt naar normaal gedrag.
- Cultuur / sociale context belangrijk.
Bepaald gedrag wel of niet geaccepteerd of als afwijkend beschouwt. Bv. ADHD-achtig
gedrag in bepaalde cultuur wel geaccepteerd. Niet geaccepteerd in culturen met strenge
discipline en regelmaat.
- Afhankelijk van de tijdsgeest
,Bv. ADHD > tegenwoordig veel meer classificaties dan voorheen. Alles wat in de DSM-5
staat is erg tijdgebonden.
Ontwikkelingsstoornis
“Psychopathology is behavior that once was, but no longer can be, considered appropriate
to the child’s level of development”.
Prevalentie: 15-20% (APA, 2007) sprake van ontwikkelingsstoornis.
10% serieus, 10% mild.
Definiëren van abnormaal:
Ab (afwijkend van gemiddeld)
Wanneer kan een kind afwijken van norm:
- verslechtering
- vertraging/achterstand
- extreem laag/hoge frequentie / intensiteit
- gedragsmoeilijkheden die blijven voortduren (afhankelijk leeftijd)
- gedrag dat niet past bij situatie
- abrupte veranderingen in gedrag
- verschillende problematische gedragingen bij elkaar
- gedrag kwalitatief anders dan normaal
Normen die van belang zijn:
- cultuur/etniciteit
- geslacht (jongens: externaliserend, meisjes: internaliserend)
- leeftijd (autisme > ADHD > leerprobleem > conduct disorder > drug abuse/
eetstoornis / schizofrenie) (van vroeg naar laat)
- sociale factoren (hogere verwachtingen, familiescheiding)
- verandering levensstijl (focus op lichaamsgrootte, meer drugsmisbruik)
- perspectief van volwassenen wat normaal/afwijkend is (steeds meer overbezorgde
ouders)
Ontwikkelingspsychopathologie
Studie van al die ontwikkelingsprocessen die bijdragen aan psychopathologie. Dat zijn er
nogal wat. Heel divers gebied. Individu bekijken.
Waarom interessant?
- etiologie en pathofysiologie nog steeds onbekend
- therapeutische interventies alleen deels effectief (verschilt per stoornis). Vaak slechts
symptoombestrijding. Vaak geen complete behandeling. Een groot cijfer en wijde
diversiteit van behandelingen bestaan, maar veel zijn duur en worden niet
ondersteund door wetenschappelijke data
Algemene ontwikkelingskader
Vijf contexten die bij iedere individu meegenomen moeten worden.
- biologisch
, - individueel
- gezin / familie
- sociale
- culturele
Ecological & transactionele modellen (Bronfenbrenner / Sameroff).
Vijf contexten in meegenomen:
Chronosysteem: levensloop.
micro - meso - exo - macro
Ecologische theorie:
- risicofactoren in verschillende contexten / levels: proximale factoren dicht bij de kern.
Distale factoren verder weg van de kern.
- transactioneel / interactie
- levensloop.
5 modellen van kinderpsychopathologie
- medisch
Psychopathologie is het gevolg van organisch disfunctioneren. Problemen zijn individueel.
Classificeren van psychopathologisch gedrag > diagnose. ICD-10 en DSM.
- gedrag
Individuen worden niet met bepaald gedrag geboren. Al het gedrag is aangeleerd.
Conditioneren, imitatie of sociaal leren. Gedrag komt tot stand in interactie met de omgeving.
Bv. klassieke conditionering: Pavlov. Voedsel: ongeconditioneerde stimulus. Neutrale
stimulus: bel. Tijdens conditioneren: bel en voedsel samen. Later ging de hond alleen al
bijlen bij de bel: geconditioneerde respons.
Bv. Watson: behaviorisme.
Bv. Skinner: operante conditionering. Leren gebeurt vooral door straffen/belonen.
- reinforcement (positief/negatief) > bekrachtiging
- extinction (uitdoven) > beloning verwijderd
- straf (bv. elektriciteit)
- generalisatie/discriminatie/shaping
- avoidance learning: vermijden van wat je ziek maakt
Bv. imitatie / observationeel leren. Antisociaal gedrag wordt vaak gezien als iets wat
aangeleerd is.
, Bv. sociaal leren (Bandura). Hij voegde de cognitieve processen toe aan de imitatie.
Gedrag is het resultaat van leerprincipes.
- cognitief
Piaget: vaste volgorde volgens een vast schema van fases.
Vier fases: sensorimotorisch (0-2 jr). Motoriek/geheugen/zintuigen.
Pre-operationele fase (2-7 jr): spreken/verfijning motoriek / eerste ego
Concreet operationele fase (6/7-12 jr): cognitie ontwikkelt zich snel. Lengte/hoeveelheid
vergelijken. Ordenen/tellen.
Formeel operationele fase: ruimtelijk denken / hypothese formuleren
Assimilatie / accommodatie:
- psychoanalytisch
Grondlegger: Freud. Structureel model (id (driften), ego (ik), superego (geweten)).
Psychoseksuele stages (fixatie, regressie)
Egopsychologie (Erikson): ontwikkeling loopt volgens acht fasen. Grondlegger van het
begrip identiteit.
Object relatie theorie (Bowlby & Mahler): hechtingstheorie (experiment met aapje). Aapje
kiest voor veiligheid/warmte. Vervolg op hechtingstheorie (Ainsworth): veilig / onveilig
(vermijdend / ambivalent / gedesorganiseerd). Emotionele reactiviteit en regulatie is cruciaal
voor (mal)adaptieve ontwikkeling).
Bv. kritiek op Freud. Complexe theorie. Gebaseerd op observaties, niet op objectieve data.
Assumpties moeilijk te testen. Desondanks invloedrijke theorie, die altijd nieuwe vragen
oproept.
- familiesysteem