H11
Soms wordt ervoor lokale anesthesie gekozen, omdat het maar een kleine ingreep is. Bij grote ingrepen wordt er
af en toe ook gebruik van gemaakt, bijvoorbeeld bij een groot narcose risico of bij grote landbouw huisdieren.
Algehele anesthesie is voor hun te risico vol in verband met het gewicht van de organen als ze zo lang op hun
rug liggen.
Pijnsignalen
Anatomische 2 onderdelen van zenuwstelsel:
- Centrale zenuwstelsel (hersenen en het ruggenmerg)
- Perifere zenuwstelsel (alle zenuwen die door het lichaam heen lopen)
o Sensibele zenuwen (nemen prikkels op vanuit de omgeving ‘zintuigen’ en sturen dit richting
het ruggenmerg en die weer aan de hersenen waar de ‘pijn’ wordt waargenomen)
o Motorische zenuwen (zijn zenuwen die signalen vanuit de hersenen of het ruggenmerg
versturen naar spieren of klieren)
Neuron- zenuwcel
Neuronen bestaan uit een cellichaam met een kern en een korte uitloper (dendriet) en een lange uitloper
(axonen). Het cellichaam lig in of vlakbij het centrale zenuwstelsel ende axonen hebben synapsen aan het eind.
Hier kunnen signalen worden afgegeven in de vorm van neurotransmitter, die lokaal een effect hebben.
Axonen zijn omhult door een myeline schede, soort wit laagje dat de uitloper isoleert. Er zijn kleine inkepingen
in de schede hierdoor is de axon gevoelig voor prikkels, noem je knopen van Ranvier.
Voor operaties wil je de overdracht van de sensibele zenuwen remmen. De prikkeloverdracht vind
plaats d.m.v. actiepotentialen. Doordat de na-ionen kanalen van het celmembraan sluiten, wordt de
prikkeloverdracht gehinderd.
- Rustpotentiaal van zenuwcel -70 mV. (er is dus een negatieve lading in de cel ten opzichte van
de buitencel)
De grote, negatief geladen organische ionen kunnen niet over de celmembraan naar buiten de cel,
maar de positieve Kalium- en Natrium-ionen kunnen dat wel. Zij doen dat passief, door diffusie via
Na+ en K+ kanalen, maar ook actief transport vindt plaats, via Na+/K+ pompen.
, 1. Depolarisatie: Door instroom van positief geladen natrium de cel in, gaat de elektrische gradiënt van -
70 mV stijgen, tot er een drempelwaarde wordt bereikt, waardoor dit proces versnelt.
2. Repolarisatie: Vervolgens sluiten de natrium kanalen en gaan
de kalium kanalen open. Hierdoor stromen positief geladen
kalium ionen de cel uit, waardoor de elektrische gradiënt
weer negatief wordt.
3. Refractaire periode: De kalium poorten reageren iets trager
dan de natriumpoorten, waardoor de repolarisatie nog even
doorschiet naar omlaag. De zenuwcel is tijdelijk niet gevoelig
voor prikkels.
4. Uiteindelijk hersteld het weer naar -70 mV, rustpotentiaal
Dit alles begint dus met de instroom van natrium de cel in. Het is deze instroom, de natrium-influx, die wordt
geremd door lokaal-anesthetica. Hierdoor wordt de prikkelgeleiding over de zenuw geremd en komt het
signaal niet aan in ruggenmerg en hersenen. Hierdoor ervaart het dier geen pijn.
De zenuwen die sensibele signalen doorgeven zijn over het algemeen dunner dan de motorische zenuwen.
Dunnere zenuwen zijn gevoeliger voor lokaal anesthesie.
Lokaal anesthesie
De middelen die je hiervoor gebruikt kan je indelen in 2 groepen:
- Amides: bijvoorbeeld
o lidocaïne (hond, kat; oogdruppels ook paard),
o bupivacaïne,
o mepivacaïne (paard)
- Esters: bijvoorbeeld
o Procaïne (hond, kat, paard, rund, varken, schaap),
o cocaïne,
o tetracaïne
Het verschil de manier van afbraak:
- esters: snel afgebroken door enzymen in het bloed
- amides: afgebroken door lever en dit duurt langer
Bij het kiezen van een middel houd je hier rekening mee, een dier met leverproblemen geef je geen
amides en hele jongen dieren kunnen esters lastig afbreken.
Invloeden op werkingssnelheid en duur van het middel:
- toevoegen van adrenaline (bijvoorbeeld aan lidocaïne). Adrenaline zorgt voor vasoconstrictie,
hierdoor blijft de lidocaïne langer in het gebied aanwezig. Daarnaast zorgen de vernauwde
bloedvaten voor minder bloedingen.
o Nadeel: vasoconstrictie vertraagd de wond genezing. Lidocaïne vertraagd de wond genezing.
Let er ook op dat wanneer de adrenaline uitwerkt, de vaten weer verwijden en de wond kan
gaan bloeden.