Hoofdstuk 5 - Immateriële vaste activa: niet stoffelijke bezittingen
Na eerste waardering wordt het gewaardeerd tegen:
1. De kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs)
2. De actuele waarde; alleen mogelijk als:
- Het actief vanaf verkrijging tegen kostprijs is opgenomen op de balans
- Er sprake is van een liquide markt: dat er op ieder moment kopers en verkoper zijn die tot
een transactiebereid zijn en de transactieprijzen publiekelijk zijn.
Activeringscriteria: wordt opgenomen als:
- Het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen kunnen worden behaald
- De kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgelegd
Als niet aan de eisen wordt voldaan > uitgaven als kosten opnemen in W&V.
Afschrijving moet stelselmatig plaatsvinden op basis van de geschatte economische levensduur en
vanaf het moment dat het actief gereed is voor gebruik.
Maximaal 20 jaar
a. Kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen: bladzijde 92 + 93
- Maximaal in 5 jaar afgeschreven
- Aan de passivazijde moet voor hetzelfde bedrag een wettelijke reserve worden
opgenomen, ten laste van de overige reserves of van de winstverdeling.
- Vrijval wettelijke reserves: in verband met afschrijvingen vindt plaats ten gunste van de
overige reserves.
Aanbevolen: kosten van oprichting niet activeren maar ten laste van de agioreserve te boeken,
omdat er geen direct verband is tussen de gemaakte kosten en de toekomstige economische
voordelen
b. Kosten van ontwikkeling
- Kosten betrekking hebbende op de onderzoeksfase > mogen niet worden geactiveerd,
kosten voldoen niet aan de activeringseis dat het toekomstige waarschijnlijk economische
voordelen zal opleveren
- Kosten betrekking hebbende op de ontwikkelingsfase > mogen wel geactiveerd worden,
mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
Moet technisch uitvoerbaar zijn om het actief te voltooien
Intentie om het actief te voltooien, te gebruiken of te verkopen
Moet vermogen aanwezig zijn
Waarschijnlijk dat het actief economische voordelen zal genereren
Er zijn technische, financiële en andere middelen aanwezig om te voltooien
Kosten van ontwikkeling kunnen betrouwbaar worden vastgelegd.
- Kosten die in voorgaande verslagperioden als kosten zijn verwerkt, mogen niet alsnog
worden geactiveerd.
- Wettelijke reserve opnemen
- Afschrijving in maximaal 10 jaar
Websitekosten:
Mogen worden geactiveerd als met de website uitsluitend inkomsten worden gegenereerd.
c. Concessies, vergunningen en intellectuele eigendom
,De activering van interne ontwikkelingen (merken, logo’s, uitgaverechten, klantenbestanden) mogen
volgens de Richtlijnen niet worden geactiveerd omdat deze niet goed identificeerbaar zijn.
- Kosten van concessies, vergunningen en intellectuele eigendom (zoals software), die aan
derden zijn betaald, worden wel geactiveerd.
- Software: kan zowel onder immateriële als materiële vaste activa worden opgenomen.
Onlosmakelijk verboden aan materieel vast actief (machines): dan materiële vaste activa
Afzonderlijk worden benoemd: opnemen onder immateriële vaste activa
Geen wettelijke reserve, aangezien er geen sprake is van de activering van ontwikkelingskosten of
oprichtingskosten
d. Goodwill
e. Vooruitbetaald op immateriële vaste activa
Financiële vaste activa
Deelnemingen in groepsmaatschappijen
Vordering op groepsmaatschappijen
Andere deelnemingen
Vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen
Overige effecten (H7)
Overige vorderingen (H7)
a. Deelneming in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen
Deelneming: de aankoop van een kapitaalbelang in een andere vennootschap als wordt voldaan
aan deze drie eisen:
1. Kapitaalbelang;
2. Duurzame verbondenheid;
3. Ten dienste van de eigen werkzaamheid.
Bij een zeggenschapspercentage van meer dan 20% is er een wettelijk vermoeden dat er sprake is van
een deelneming.
Deelneming in een groepsmaatschappij (ook wel het hebben van een feitelijke zeggenschap),
drie eisen:
1. Centrale leiding
2. Economische verbondenheid
3. Organisatorische verbondenheid
Bij een zeggenschapspercentage van meer dan 50% is er een wettelijk vermoeden dat er sprake is van
een groepsmaatschappij.
Waarderingsgrondslag:
Bij invloed van betekenis: nettovermogenswaarde
Bij geen invloed van betekenis: de kostprijs of de actuele waarde
Bij een zeggenschapspercentage van meer dan 20% is er een wettelijk vermoeden dat er sprake is van
invloed van betekenis.
Waardering deelneming tegen de nettovermogenswaarde: bladzijde 99 t/m 103
,Bij invloed van betekenis
Bij aankoop wordt de deelneming in de balans opgenomen tegen de reële waarde van de activa en
de passiva.
Het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs en de reële waarde van de activa en de passiva wordt
als goodwill opgenomen onder immateriële vaste activa.
Contante aankoop:
051 deelneming in groepsmaatschappij of 052 overige deelnemingen
096 Goodwill
A/ 110 Rabobank
Goodwill:
Wordt gedurende de verwachte gebruiksduur afgeschreven, als deze niet betrouwbaar kan worden
ingeschat wordt de goodwill in maximaal 10 jaar afgeschreven.
Verloopoverzicht deelneming:
Stand per 1 januari €
Bij: investeringen €
Bij: aandeel in het resultaat van de deelneming €
Af: boekwaarde desinvestering €
Af: dividenduitkeringen €
Stand per 31 december €
Aandeel in het resultaat van deelneming: commerciële jaarrekening
051 deelneming in groepsmaatschappij of 052 overige deelnemingen
A/ 991 aandeel resultaat in deelnemingen
Besluit tot dividenduitkering:
153 te vorderen dividend of 151 nog te ontvangen bedragen
A/ 051 deelneming in groepsmaatschappij of 052 overige deelnemingen
Voor minderheidsdeelnemingen (aandeelhouder minder dan 50%) wordt een wettelijke reserve
ingehouden winst deelneming aangehouden. Aan deze reserve wordt het saldo van het aandeel in
het resultaat van de deelnemingen en de dividenduitkering toegevoegd:
092 algemene reserve
A/ 094 wettelijke reserve
Zie voorbeeld 5.4 bladzijde 101 en 102
Waardering deelneming tegen de kostprijs of de actuele waarde:
Eerste verwerking aankoop: opnemen tegen de verkrijgingsprijs
052 overige deelneming
A/ 110 Rabobank
Ontvangst dividend: mutaties in EV na eerste verwerking worden niet verwerkt in 092 overige
deelnemingen.
110 Bank
A/ 992 dividendopbrengsten
, Als voor de vervolgverwerking wordt gekozen voor de actuele waarde, wordt van de waardestijging
de volgende journaalpost gemaakt:
052 overige deelnemingen
A/ 091 herwaarderingsreserve
Zie voorbeeld 5.5 bladzijde 104 + 105
Hoofdstuk 6 - Materiële vaste activa
- Bedrijfsgebouwen en -terreinen
- Machines en installaties
- Andere vaste bedrijfsmiddelen
- Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetalingen op MVA
- Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbare MVA
Wel het economische eigendom, maar niet het juridische eigendom:
- Financial leaseobjecten
- Gebouwen op erfpachtgrond
Eerste verwerking MVA: tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs)
Verkrijgingsprijs: de inkoopprijs plus bijkomende kosten of rechtstreeks toerekenbare kosten.
Rechtstreeks toerekenbare kosten:
- Kosten van het geschikt maken van een terrein;
- Leverings- en afhandelingskosten
- Invoerrechten en overdrachtsbelasting
- Installatie- en montagekosten
Vervaardigingsprijs:
- De aanschafkosten van grond- en hulpstoffen
- Overige kosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend
- Een redelijk deel van de indirecte kosten
- Rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden
toegerekend.
Kosten die niet geactiveerd morgen worden:
- De openingskosten van een nieuwe vestiging
- Opleidingskosten
- Exploitatieverliezen
- Administratie- en andere algemene overheadkosten
Vervolgverwerking MVA:
Elke categorie moet tegen dezelfde waarderingsgrondslag worden opgenomen.
a. De kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere
waarderingsverminderingsverliezen.
Afschrijvingsmethoden:
- Lineaire afschrijving
- Degressieve afschrijving (afschrijving over de boekwaarde en de sum-of-year-digits-
methode
- Afschrijving op basis van verbruikte eenheden