Leereenheid 9: Immateriële schadevergoeding en de
positie van derden
Leerdoelen
Uitleggen in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanspraak kan worden
gemaakt op immateriële schadevergoeding.
Immateriële schadevergoeding (smartengeld)
2 functies:
1. Compensatie
2. Genoegdoening
Immateriële schade komt alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer
de wet daar expliciet recht op geeft.
6:106 vormt de belangrijkste wettelijke regeling die een grondslag geeft
voor vergoeding daarvan. Het artikel geeft een opsomming van gevallen
waarin een recht bestaat op vergoeding van immateriële schade:
a) Indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig
nadeel toe te brengen.
Het oogmerk moet gericht zijn op het toebrengen van
immaterieel nadeel.
Telefoonterreur, het opgeven van een fictief overlijdensbericht
en opzettelijke beschadiging van zaken met louter affectieve
waarde zoals een familieportret.
b) Indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in
zijn eer of goede naam is geschaad of op een andere wijze in
zijn persoon is aangetast.
Dit betreft een open norm welke invulling heeft gekregen in
de rechtspraak v.d. HR.
Geestelijk letsel wordt niet zelfstandig genoemd. Dit valt
onder ‘andere wijze’.
Aantasting in de persoon kan onder eer betrekking hebben op
een inbreuk op fundamentele rechten zoals het
zelfbeschikkingsrecht.
c) Indien het nadeel is gelegen in aantasting v.d.
nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de
niet van tafel en bed geschieden echtgenoot, de
geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede
graad v.d. overledene ware hij nog in leven geweest, recht
zou hebben op schadevergoeding wegens het schade van
zijn eer of goede naam.
,Uitleggen op welke wijze de omvang van de immateriële schadevergoeding moet
worden bepaald.
Omvang v.d. immateriële schadevergoeding
De vergoeding moet naar billijkheid worden vastgesteld 6:106.
De rechter heeft een discretionaire bevoegdheid m.b.t. het bepalen v.d.
omvang v.d. vergoeding: hij mag met alle omstandigheden v.h. geval
rekening houden bij begroting v.d. schade en heeft ook de bevoegdheid
om, wanneer hem dat aangewezen lijkt, geen schadevergoeding toe te
kennen.
De rechter dient bij zijn begroting te letten op de bedragen die door
Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend overigens
met inachtneming v.d. sinds deze uitspraken opgetreden geld ontwaarding.
Smartengeldgids v.d. ANWB is een belangrijke bron.
Bij zijn billijkheidsoordeel mag de rechter acht slaan op alle
omstandigheden v.h. geval. De HR heeft een aantal van deze
omstandigheden in het bijzonder genoemd:
1. De aard v.d. aansprakelijkheid.
2. De aard, duur en intensiteit v.d. pijn.
3. Het verdriet en de gederfde levensvreugde die het gevolg zijn v.d.
betrokken gebeurtenis.
, Uitleggen onder welke voorwaarden derden aanspraak kunnen maken op
schadevergoeding.
In beginsel kan alleen de benadeelde zelf schadevergoeding vorderen maar er
zijn uitzonderingen hierop te vinden in de wet en in de rechtspraak. Art. 6:107-
108 geven een speciale regeling met betrekking tot schadevergoeding aan
derden bij letsel of overlijden. Daarnaast komen onder bepaalde voorwaarden
schok- en affectieschade voor vergoeding in aanmerking.
Verplaatste schade
In beginsel heeft alleen de gekwetste zelf recht op vergoeding. Dat
betekent niet dat derden geen schade kunnen lijden. Art. 6:107 geeft voor
bepaalde schade wel recht op een vergoeding.
Het gaat bij de verplaatste schade om schade of kosten die normaal
gesproken voor rekening v.d. gelaedeerde zouden komen en uiteraard door
hem op de laedens zouden kunnen worden verhaald, docht nu om de een
of andere reden voor rekening van een derde zijn gekomen.
Denk bijv. aan de ziektekosten die de werkgever voor zijn kosten neemt
omdat de gelaedeerde niet in staat is ze te betalen.
De schade is als het ware verplaatst v.d. gelaedeerde naar de derde. Dit
soort kosten, die de derde t.b.v. de gelaedeerde maakt, kan hij verhalen op
de laedens. Voor de laedens leidt een en ander ook niet tot een hogere
schadelast: had de gelaedeerde de kosten wel zelf gemaakt dan had de
laedens deze uiteraard aan hem moeten vergoeden.
6:107 ziet echter niet meer alleen op verplaatste schade, maar met het recht op
vergoeding van affectieschade ook op een recht op vergoeding van een
rechtstreeks geleden schadepost voor een aantal in het nieuwe lid 2 nader
aangeduide naasten. Dit recht op vergoeding is te vinden in 6:107 lid 1 onder b.
positie van derden
Leerdoelen
Uitleggen in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanspraak kan worden
gemaakt op immateriële schadevergoeding.
Immateriële schadevergoeding (smartengeld)
2 functies:
1. Compensatie
2. Genoegdoening
Immateriële schade komt alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer
de wet daar expliciet recht op geeft.
6:106 vormt de belangrijkste wettelijke regeling die een grondslag geeft
voor vergoeding daarvan. Het artikel geeft een opsomming van gevallen
waarin een recht bestaat op vergoeding van immateriële schade:
a) Indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig
nadeel toe te brengen.
Het oogmerk moet gericht zijn op het toebrengen van
immaterieel nadeel.
Telefoonterreur, het opgeven van een fictief overlijdensbericht
en opzettelijke beschadiging van zaken met louter affectieve
waarde zoals een familieportret.
b) Indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in
zijn eer of goede naam is geschaad of op een andere wijze in
zijn persoon is aangetast.
Dit betreft een open norm welke invulling heeft gekregen in
de rechtspraak v.d. HR.
Geestelijk letsel wordt niet zelfstandig genoemd. Dit valt
onder ‘andere wijze’.
Aantasting in de persoon kan onder eer betrekking hebben op
een inbreuk op fundamentele rechten zoals het
zelfbeschikkingsrecht.
c) Indien het nadeel is gelegen in aantasting v.d.
nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de
niet van tafel en bed geschieden echtgenoot, de
geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede
graad v.d. overledene ware hij nog in leven geweest, recht
zou hebben op schadevergoeding wegens het schade van
zijn eer of goede naam.
,Uitleggen op welke wijze de omvang van de immateriële schadevergoeding moet
worden bepaald.
Omvang v.d. immateriële schadevergoeding
De vergoeding moet naar billijkheid worden vastgesteld 6:106.
De rechter heeft een discretionaire bevoegdheid m.b.t. het bepalen v.d.
omvang v.d. vergoeding: hij mag met alle omstandigheden v.h. geval
rekening houden bij begroting v.d. schade en heeft ook de bevoegdheid
om, wanneer hem dat aangewezen lijkt, geen schadevergoeding toe te
kennen.
De rechter dient bij zijn begroting te letten op de bedragen die door
Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend overigens
met inachtneming v.d. sinds deze uitspraken opgetreden geld ontwaarding.
Smartengeldgids v.d. ANWB is een belangrijke bron.
Bij zijn billijkheidsoordeel mag de rechter acht slaan op alle
omstandigheden v.h. geval. De HR heeft een aantal van deze
omstandigheden in het bijzonder genoemd:
1. De aard v.d. aansprakelijkheid.
2. De aard, duur en intensiteit v.d. pijn.
3. Het verdriet en de gederfde levensvreugde die het gevolg zijn v.d.
betrokken gebeurtenis.
, Uitleggen onder welke voorwaarden derden aanspraak kunnen maken op
schadevergoeding.
In beginsel kan alleen de benadeelde zelf schadevergoeding vorderen maar er
zijn uitzonderingen hierop te vinden in de wet en in de rechtspraak. Art. 6:107-
108 geven een speciale regeling met betrekking tot schadevergoeding aan
derden bij letsel of overlijden. Daarnaast komen onder bepaalde voorwaarden
schok- en affectieschade voor vergoeding in aanmerking.
Verplaatste schade
In beginsel heeft alleen de gekwetste zelf recht op vergoeding. Dat
betekent niet dat derden geen schade kunnen lijden. Art. 6:107 geeft voor
bepaalde schade wel recht op een vergoeding.
Het gaat bij de verplaatste schade om schade of kosten die normaal
gesproken voor rekening v.d. gelaedeerde zouden komen en uiteraard door
hem op de laedens zouden kunnen worden verhaald, docht nu om de een
of andere reden voor rekening van een derde zijn gekomen.
Denk bijv. aan de ziektekosten die de werkgever voor zijn kosten neemt
omdat de gelaedeerde niet in staat is ze te betalen.
De schade is als het ware verplaatst v.d. gelaedeerde naar de derde. Dit
soort kosten, die de derde t.b.v. de gelaedeerde maakt, kan hij verhalen op
de laedens. Voor de laedens leidt een en ander ook niet tot een hogere
schadelast: had de gelaedeerde de kosten wel zelf gemaakt dan had de
laedens deze uiteraard aan hem moeten vergoeden.
6:107 ziet echter niet meer alleen op verplaatste schade, maar met het recht op
vergoeding van affectieschade ook op een recht op vergoeding van een
rechtstreeks geleden schadepost voor een aantal in het nieuwe lid 2 nader
aangeduide naasten. Dit recht op vergoeding is te vinden in 6:107 lid 1 onder b.