Leereenheid 8: remedies, schadevergoeding en verjaring
Leerdoelen
Uitleggen wat het verschil is tussen materiële en immateriële schade, en in een
casus deze schaposten herkennen.
Immateriële schade
6:95 noemt vermogensschade en ander nadeel. Met ander nadeel wordt
de immateriële schade bedoeld.
Op vergoeding van immateriële schade, smartengeld, heeft men recht
naar billijkheid 6:106.
Dit wordt als uitzondering gezien op het beginsel van volledige vergoeding:
vermogensschade wordt in beginsel volledig vergoed, immateriële schade
slechts naar billijkheid.
Vermogensschade
6:96: geleden verlies en gederfde winst. Dus niet alleen een
vermogensdaling, maar ook vermogensstijging die het slachtoffer als
gevolg v.d. gebeurtenis moet ondergaan, moet worden vergoed.
,Uitleggen wat het schadebegrip inhoudt en door welke beginselen het
schadevergoedingsrecht wordt beheerst.
Belangrijk uitgangspunt in het schadevergoedingsrecht: dat de schade van de
benadeelde volledig moet worden vergoed. De benadeelde moet d.m.v.
schadevergoeding zoveel mogelijk worden teruggebracht in de toestand die
bestond voordat de schade werd veroorzaakt. Dit betekent dat een vergelijking
moet worden gemaakt tussen twee situaties: de werkelijke situatie (die waarin de
schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaats gevonden) en de fictieve situatie
die zou hebben bestaan als de schadeveroorzakende situatie niet zou hebben
plaats gevonden.
Leidend beginsel binnen het schadevergoedingsrecht: de schade die het
slachtoffer als gevolg van een bepaalde gebeurtenis heeft geleden, dient volledig
vergoed te worden. Maar, uitzonderingen:
1. Niet alle door de laedens veroorzaakte schade wordt vergoed, doch slechts
die schade die in een voldoende causaal verband staat met de gebeurtenis
6:98.
2. Bepaalde opgekomen voordelen op de schadevergoeding dienen in
mindering te worden gebracht 6:100.
3. De matigingsbevoegdheid van de rechter 6:109.
, Uitleggen in hoeverre vergeefs gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking
komen.
Het vaststellen v.d. omvang v.d. schade geschiedt veelal door waardering. Het
slachtoffer moet stellen en zo nodig bewijzen dat de schuldenaar door zijn OD of
wanprestatie schade heeft veroorzaakt.
De begroting v.d. schade is geregeld in 6:97. Volgens deze bepaling begroot de
rechter de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in
overeenstemming is. HR: Wrongful life
Kan de omvang v.d. schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt deze
geschat 6:97. De rechter kan wanneer schade aannemelijk is, de vordering dus
niet afwijzen omdat hij onvoldoende gegevens heeft om de omvang v.d. schade
vast te stellen.
De rechter heeft een grote vrijheid bij begroting v.d. schade:
De keuze welke wijze van begroting plaatsvindt;
De vraag of de schade nauwkeurig kan worden vastgesteld;
De schatting.
Deze vrijheid heeft betrekking op het bepalen v.d. volledige schadevergoeding.
Het gaat dus niet om een matigingsbevoegdheid.
De rechter is wel gevonden aan de gewone regels van stelplicht en bewijslast.
Leerdoelen
Uitleggen wat het verschil is tussen materiële en immateriële schade, en in een
casus deze schaposten herkennen.
Immateriële schade
6:95 noemt vermogensschade en ander nadeel. Met ander nadeel wordt
de immateriële schade bedoeld.
Op vergoeding van immateriële schade, smartengeld, heeft men recht
naar billijkheid 6:106.
Dit wordt als uitzondering gezien op het beginsel van volledige vergoeding:
vermogensschade wordt in beginsel volledig vergoed, immateriële schade
slechts naar billijkheid.
Vermogensschade
6:96: geleden verlies en gederfde winst. Dus niet alleen een
vermogensdaling, maar ook vermogensstijging die het slachtoffer als
gevolg v.d. gebeurtenis moet ondergaan, moet worden vergoed.
,Uitleggen wat het schadebegrip inhoudt en door welke beginselen het
schadevergoedingsrecht wordt beheerst.
Belangrijk uitgangspunt in het schadevergoedingsrecht: dat de schade van de
benadeelde volledig moet worden vergoed. De benadeelde moet d.m.v.
schadevergoeding zoveel mogelijk worden teruggebracht in de toestand die
bestond voordat de schade werd veroorzaakt. Dit betekent dat een vergelijking
moet worden gemaakt tussen twee situaties: de werkelijke situatie (die waarin de
schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaats gevonden) en de fictieve situatie
die zou hebben bestaan als de schadeveroorzakende situatie niet zou hebben
plaats gevonden.
Leidend beginsel binnen het schadevergoedingsrecht: de schade die het
slachtoffer als gevolg van een bepaalde gebeurtenis heeft geleden, dient volledig
vergoed te worden. Maar, uitzonderingen:
1. Niet alle door de laedens veroorzaakte schade wordt vergoed, doch slechts
die schade die in een voldoende causaal verband staat met de gebeurtenis
6:98.
2. Bepaalde opgekomen voordelen op de schadevergoeding dienen in
mindering te worden gebracht 6:100.
3. De matigingsbevoegdheid van de rechter 6:109.
, Uitleggen in hoeverre vergeefs gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking
komen.
Het vaststellen v.d. omvang v.d. schade geschiedt veelal door waardering. Het
slachtoffer moet stellen en zo nodig bewijzen dat de schuldenaar door zijn OD of
wanprestatie schade heeft veroorzaakt.
De begroting v.d. schade is geregeld in 6:97. Volgens deze bepaling begroot de
rechter de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in
overeenstemming is. HR: Wrongful life
Kan de omvang v.d. schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt deze
geschat 6:97. De rechter kan wanneer schade aannemelijk is, de vordering dus
niet afwijzen omdat hij onvoldoende gegevens heeft om de omvang v.d. schade
vast te stellen.
De rechter heeft een grote vrijheid bij begroting v.d. schade:
De keuze welke wijze van begroting plaatsvindt;
De vraag of de schade nauwkeurig kan worden vastgesteld;
De schatting.
Deze vrijheid heeft betrekking op het bepalen v.d. volledige schadevergoeding.
Het gaat dus niet om een matigingsbevoegdheid.
De rechter is wel gevonden aan de gewone regels van stelplicht en bewijslast.