Aansprakelijkheidsrecht leereenheid 7: causaliteit
Leerdoelen
Beschrijven welke instrumenten het aansprakelijkheidsrecht biedt om de omvang
van de aansprakelijkheid te begrenzen.
1. Causaliteit
2. Voordeelstoerekening
3. Eigen schuld
,Uitleggen wat wordt verstaan onder de leer van de redelijke toerekening en deze
toepassen op een concrete casus.
6:98: de leer v.d. toerekening naar redelijkheid: tweede causaliteitstoets
Opvolger v.d. adequatieleer
Multifactorbenadering: factor genoemd in de wet, maar ook andere
factoren spelen een rol.
Factoren uit de wet:
- aard v.d. aansprakelijkheid: ruimere toerekening bij
schuldaansprakelijkheid dan bij risicoaansprakelijkheid.
- aard v.d. schade: ruimere toerekening bij personenschade dan bij
zaakschade en zuivere vermogensschade.
Deelregels van Brunner (leer v.d. toerekening naar redelijkheid).
In de benadering van Brunner is toerekening eerder gerechtvaardigd:
1. Naarmate het gevolg naar ervaringsregels waarschijnlijker is;
- is het een waarschijnlijk gevolg?
2. Naarmate het gevolg minder verwijderd is v.d. OD;
- toerekening is eerder gerechtvaardigd wanneer het minder verwijderd
is v.d. OD. Dus als het veel later gebeurt, kan dat minder zijn voor de
benadeelde.
3. Als het gaat om schending van een verkeers- en veiligheidsnormen
- zie HR: De Heel/Korver
4. Naarmate de schuld aan het schadeveroorzakend gebeuren groter is;
5. bij personenschade (eerder dan bij zaakschade, en bij zaakschade
eerder dan bij zuivere vermogensschade)
- Zie HR: Schietincident Alphen aan den Rijn.
6. als de schade is toegebracht door een ondernemingsactiviteit (eerder
dan bij een activiteit van een beroepsoefenaar of particulier)
Bovenstaande factoren moet je afwegen.
Dus: bij het toetsen v.d. leer v.d. toerekening naar redelijkheid:
1. De 2 vw uit 6:98
2. De deelregels van Brunner
Let op: De toerekening van de schade aan de aansprakelijkheid vestigende
gebeurtenis (art. 6:98 BW) moet worden onderscheiden van de toerekening van
art. 6:162 lid 3 BW waarbij het gaat om de toerekening van de daad aan de
dader.
, Toelichten wat het verschil is tussen het condicio sine qua non verband en de
toerekening naar redelijkheid.
Als correctie op de ruime causaliteitstoets in de vestigingsfase wordt in de fase
van de omvang van aansprakelijkheid een tweede causaliteitstoets verricht.
Hiermee wordt de schadevergoedingsverplichting beperkt tot die schade die naar
redelijkheid aan de onrechtmatige gedraging is toe te rekenen (‘toerekening naar
redelijkheid’; art. 6:98 BW).
Causaliteit wordt dus getoetst in zowel de vestigings- als de omvangsfase van
aansprakelijkheid. In de vestigingsfase gaat het om de ‘condicio sine qua non’
toets en in de omvangsfase om de ‘toerekening naar redelijkheid’ toets. In de
eerste fase gaat het om de vraag of er aansprakelijkheid is, terwijl het in de
tweede fase gaat om de vraag hoever die aansprakelijkheid strekt.
Leerdoelen
Beschrijven welke instrumenten het aansprakelijkheidsrecht biedt om de omvang
van de aansprakelijkheid te begrenzen.
1. Causaliteit
2. Voordeelstoerekening
3. Eigen schuld
,Uitleggen wat wordt verstaan onder de leer van de redelijke toerekening en deze
toepassen op een concrete casus.
6:98: de leer v.d. toerekening naar redelijkheid: tweede causaliteitstoets
Opvolger v.d. adequatieleer
Multifactorbenadering: factor genoemd in de wet, maar ook andere
factoren spelen een rol.
Factoren uit de wet:
- aard v.d. aansprakelijkheid: ruimere toerekening bij
schuldaansprakelijkheid dan bij risicoaansprakelijkheid.
- aard v.d. schade: ruimere toerekening bij personenschade dan bij
zaakschade en zuivere vermogensschade.
Deelregels van Brunner (leer v.d. toerekening naar redelijkheid).
In de benadering van Brunner is toerekening eerder gerechtvaardigd:
1. Naarmate het gevolg naar ervaringsregels waarschijnlijker is;
- is het een waarschijnlijk gevolg?
2. Naarmate het gevolg minder verwijderd is v.d. OD;
- toerekening is eerder gerechtvaardigd wanneer het minder verwijderd
is v.d. OD. Dus als het veel later gebeurt, kan dat minder zijn voor de
benadeelde.
3. Als het gaat om schending van een verkeers- en veiligheidsnormen
- zie HR: De Heel/Korver
4. Naarmate de schuld aan het schadeveroorzakend gebeuren groter is;
5. bij personenschade (eerder dan bij zaakschade, en bij zaakschade
eerder dan bij zuivere vermogensschade)
- Zie HR: Schietincident Alphen aan den Rijn.
6. als de schade is toegebracht door een ondernemingsactiviteit (eerder
dan bij een activiteit van een beroepsoefenaar of particulier)
Bovenstaande factoren moet je afwegen.
Dus: bij het toetsen v.d. leer v.d. toerekening naar redelijkheid:
1. De 2 vw uit 6:98
2. De deelregels van Brunner
Let op: De toerekening van de schade aan de aansprakelijkheid vestigende
gebeurtenis (art. 6:98 BW) moet worden onderscheiden van de toerekening van
art. 6:162 lid 3 BW waarbij het gaat om de toerekening van de daad aan de
dader.
, Toelichten wat het verschil is tussen het condicio sine qua non verband en de
toerekening naar redelijkheid.
Als correctie op de ruime causaliteitstoets in de vestigingsfase wordt in de fase
van de omvang van aansprakelijkheid een tweede causaliteitstoets verricht.
Hiermee wordt de schadevergoedingsverplichting beperkt tot die schade die naar
redelijkheid aan de onrechtmatige gedraging is toe te rekenen (‘toerekening naar
redelijkheid’; art. 6:98 BW).
Causaliteit wordt dus getoetst in zowel de vestigings- als de omvangsfase van
aansprakelijkheid. In de vestigingsfase gaat het om de ‘condicio sine qua non’
toets en in de omvangsfase om de ‘toerekening naar redelijkheid’ toets. In de
eerste fase gaat het om de vraag of er aansprakelijkheid is, terwijl het in de
tweede fase gaat om de vraag hoever die aansprakelijkheid strekt.