In de 19e eeuw was China in handen van de Qing-dynastie, zij heersten op
absolutistische wijze, volgens het Hemels Mandaat. Het centrale gezag was
volgens het confuciansime, bedacht door Confucius. Met deze leer wordt er van
uit gegaan dat wanneer mensen hun positie in de maatschappij accepteerden en
zich gedroegen naar de gedragsregels er harmonie en orde was in de
maatschappij. Lager geplaatsen moesten zich gehoorzamen aan hoger
geplaatsten. De hierachie in China was erg duidelijk. Toch ging het mis.
China kreeg te maken met natuurrampen dat zorgde voor grote hongersnoden.
Daarnaast had China last van corrupte ambtenaren, zo werd het land niet juist
bestuurd. Het modern imperialisme houdt in dat landen hun macht willen
uitbreiden en nieuwe gebieden willen veroveren. China zag zichzelf echter als
superieur.
In de 19e eeuw waren veel Chinezen verslaafd aan opium. Britten leverden opium
en verdienden er veel geld aan. De Chinese overheid wilde deze handel stoppen
en daarom verbrandde de keizer al het opium. De Britten grepen militair in en de
Eerste Opiumoorlog startte (1839-1842). China werd verslagen. Hieruit volgde
het Verdrag van Nanking:
- Britten mochten handelen met China, via vijf handelssteden.
- Hongkong werd een Britse kolonie.
- Britste handelaren moeten gecompenseerd worden
Dit was een vernedering voor China. De Chinezen kwamen de afspraken niet na
omdat ze de verdragen ongelijk vonden en toen brak er een Tweede Opiumoorlog
uit (1856-1860). Toch werd China weer uitgeschakeld. Gevolgen:
- 10 havens openstellen
- Opiumhandel gelegaliseerd
- Er ontstonden concessies(= apart gebied waar ze onder rechtsspraak van
hun moederland vielen)
De bevolking was ontevreden door de slechte economische situatie en de
hongersnoden. Er ontstonden opstanden zoals de Taipingopstand(1850-1864).
Han-Chinezen kwamen in opstand. Ze wilden een soort christendom.
- Privébezit afschaffen
- Tegen luxe en genotszucht
- Man en vrouw gelijk
- Opheffen ongelijke verdragen
Samen met de Britten en Fransen werd de Taiping verslagen.
Ook was er een Nianopstand (1851-1868) deze was in het noorden. De Nian wilde
de rijkdom van het centrale gezag afpakken, dit wilden ze verdeleen over zichzelf
en arme boeren. De Nian gaf een flinke klap, toch werden ze verslagen.
China stond er economisch slecht voor en het centrale gezag was verzwakt. Zo
kwam de Zelfversterkingsbeweging. Het doel was China op militair en
bestuurvlak moderniseren met het behoud van confucianisme en cultuur. Er werd
geïnvesteerd in fabrieken en infrastructuur. Het was geen succes doordat China
oorlogen voerde en konden geen geld investeren.