Hoofdstuk 22 Strategische Keuzes
Het doel van marketing is afnemers ‘verleiden’ om jouw product/dienst te kopen. Marketing
heeft 3 hoofddoelen; informeren van de doelgroep, winnen van marktaandeel en het creëren
van een markt.
Voordat je alles kunt realiseren maak je een waardepropositie.
l> Waardepropositie;
- Functioneel; materieel (goede kwaliteit van kleding, het verplaatsen met OV)
- Emotioneel; immaterieel (leuk uitzien, duurzaam, status en imago)
Daarna bekijk je klantwaarde. De klantwaarde is de totale waarde wat de klant jouw
onderneming biedt op het moment dat de relatie tussen klant en bedrijf start. Hieruit volgt het
klantwaardepropositie en daarin staan eigenlijk je opbrengsten en wat een klant op alle
aspecten aan jou product wilt betalen.
Het vijfkrachtenmodel van Porter geeft je inzicht in of het aantrekkelijk is om toe te treden
binnen een bepaalde bedrijfstak. De aantrekkelijkheid is afhankelijk van substituten,
concurrentie binnen de bedrijfstak, kopers, leveranciers en potentiële toetreders.
Als leveranciers veel macht hebben is het minder aantrekkelijk toe te treden. Ook moet je
kijken of de klanten erg prijsgevoelig zijn, of er veel substituten voor jouw product zijn, hoe
moeilijk het is om toe te treden doordat het bijvoorbeeld kapitaalintensief is. En als laatste
moet je kijken hoeveel concurrentie er nou is.
Als het bedrijf eenmaal staat worden er regelmatig marktanalyses gedaan met het
zogenoemde 3C-model; customers, corporation en competition.
- Customers; hier gaat het om het type consument en op wat voor manier jouw product
wordt gebruikt door consumenten. (kant-en-klaarmaaltijden)
- Corporation; hier gaat het om het imago en kostenstructuur van jouw bedrijf.
- Competition; hier is het belangrijk dat jij je kan onderscheiden van al je concurrenten.
l> Waardestrategie model; wordt gebruikt om te kijken waar de onderneming staat en waar
de onderneming zich nog in kan verbeteren.
Bij het waardestrategie model wordt je beoordeeld op 3 verschillende vlakken;
- Productleiderschap; wil jij dat je product nieuwste technologie bevat etc.
(onderscheiden van anderen)
- Operationeel uitmuntendheid; focust jouw bedrijf zich op goede garantie, snelle
leveringen en goede services.
- Klant-partnerschap; klantvriendelijkheid, vaste en loyale klanten.
Succesvolle bedrijven blinken in 1 aspect uit en de andere zijn op basisniveau. Het verschil
tussen werkelijkheid en ambitie noem je de GAP.
, Hoofdstuk 23 Marketingbeleid
Het marketingbeleid bestaat uit 4 marketinginstrumenten; prijs, plaats, product, promotie
(personeel)
l> Marktonderzoek is het systematische onderzoek naar afzetmogelijkheden van een
bepaald product in een gebied gedurende een zekere periode, oftewel gaat jouw
product/dienst scoren in jouw gebied?
Je kunt op twee manieren een marktonderzoek doen;
- Deskresearch; gebeurt van achter het bureau. Gegevens die zijn gebruikt voor
andere doeleinden kunnen hier ook gebruikt worden. Via bepaalde sites kun je
bijvoorbeeld arbeidskosten berekenen etc.
- Fieldresearch; als de gegevens die je hebt niet genoeg zijn moet je nieuwe gegevens
gaan halen. Je kunt afnemers bijvoorbeeld een enquête laten afnemen.
Je kunt je als bedrijf richten op verschillende soorten marketing;
- B2C (business to consumer); is de verkoop van product/dienst aan consumenten
door ondernemingen (Albert Heijn, Zara etc.)
- B2B (business to business); is de verkoop van product/dienst aan ondernemingen
door ondernemingen (vrachtwagens, een merk dat in meerdere winkels te koop is)
- C2C (consumer to consumer); is de verkoop van producten tussen consumenten
(Marktplaats, vinted)
- C2B (consumer to business); reviews die klanten schrijven voor bedrijven
bijvoorbeeld of het mee doen bij producttesten of het delen van ideeën.
We kunnen aankoopgedrag onderscheiden in RAG, BPO en UPO
Routinematig aankoopgedrag(RAG); dit zijn producten zoals de boodschappen waar je niet
te veel over nadenkt en wat nodig is voor het huishouden bijvoorbeeld (=convenience
goods). Ook heb je producten die vaak in de bonus zijn bijvoorbeeld en die je zonder van te
voren bedacht gaat kopen die producten noem je unsought goods
Beperkt probleemoplossend aankoopgedrag(BPO); het product is niet nieuw maar het wordt
minder vaak gekocht dan bijvoorbeeld convenience goods. De consument weet wat voor
product hij zoekt maar niet welke kleur, kwaliteit, merk etc. (=shopping goods) voorbeelden
zijn kleding.
Uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag (UPO); dit is een belangrijke aankoop, vaak
is het een product die wat duurder is. De consument zal moeite doen voor research. Deze
producten noemen we specialty goods voorbeelden zijn auto’s, een huis, dure sieraden.
Je kunt de markt segmenteren.
Ongedifferentieerde marketing betekent dat je je niet op een specifieke groep richt.
Gedifferentieerde marketing betekent er meerdere soorten van een product op de mark
komen.
Geconcentreerde marketing betekent dat je je richt op één specifieke groep, met 1 specifieke
product of dienst (Volkswagen auto)