Literatuurgeschiedenis Samenvatting Hoofdstuk 6 Le Réalisme et le
Naturalisme
Er ontstaan twee stromingen die bezig zijn met de objectieve waarneming van de
werkelijkheid. Realistische en naturalistische schrijvers proberen een zo betrouwbaar en
compleet beeld uit het alledaagse leven te beschrijven. De alwetende verteller komt steeds
minder vaak voor. De verhalen worden steeds vaker vanuit het hij/zij-perspectief geschreven
of uit de ik-perspectief. Je kijkt dus mee met de personages en mensen moeten nu zelf hun
standpunt ontwikkelen i.p.v. die van de schrijver over te nemen. Een voorbeeld van een
schrijver is Gustave Flaubert en zijn verhaal Madame Bovary. Hierin maakt hij gebruik van de
vrije indirecte reden, hierbij worden de gedachten of woorden van het personage in de 3de
persoon verteld.
Na de revolutie blijft de politieke situatie in Frankrijk erg onstabiel. Pas met de instelling van
de Derde Republiek ontstaat er een stabiele democratische regeringsvorm. De middenklasse
(bourgeoisie) krijgt steeds meet macht en de adel juist minder. De burgerij emancipeert zich
dankzij het onderwijs en de industriële revolutie. De arbeidersklasse is het niet eens met de
klassensamenleving. De arbeiders moeten hard werken voor weinig geld en er is sprake van
kinderarbeid. De socialisten komen in opstand en de politieke beweging wilt dat er een eind
komt aan de klassensamenleving.
De levensstandaard is na de industriële revolutie verbeterd. Er rijden treinen, auto’s,
daarnaast worden winkelen en films bekijken ook steeds normaler. Parijs ontwikkelt zich tot
een internationaal cultureel centrum. In de wetenschap worden nieuwe onderzoeksmethoden
ontwikkeld. De ontdekkingen uit de experimenten leiden tot een groot
vooruitgangsoptimisme. Dat betekent, dat men denkt dat er binnen een bepaalde tijd veel
problemen opgelost kunnen worden. Er ontstaan nieuwe takken van wetenschap, sociologie
en psychologie bijvoorbeeld. Dit kun je ook veel terugvinden in de literatuur.
De literatuur gaat in deze tijd een veel groter publiek bereiken, omdat meer mensen kunnen
lezen en schrijven. Veel mensen gaan lezen als vermaak. Kranten drukken bijvoorbeeld
romans in afleveringen (feuilletons) om de spanning bij de lezers erin te houden.
In deze tijd komen er schrijvers die het dagelijkse leven gedetailleerd gaan beschrijven in
hun werken. Bekende schrijvers zijn Stendhal (Henri Beyle) en Honoré de Balzac. Zij
schrijven ook nog wel iets over de romantiek, maar zijn vooral interessant voor het realisme.
Het gaat vaak over de ontwikkeling van een jong persoon, die zijn weg moet zien te vinden in
de Franse standenmaatschappij. Ze geven daarbij erg gedetailleerde beschrijvingen van de
wereld in die tijd.
Honoré de Balzac heeft een bekend literair werk, dat heet La Comédie humaine. Het is een
reeks aan ongeveer 100 verhalen. Samen geven ze een compleet beeld van de Franse
maatschappij. Balzac schrijft zoveel omdat hij zelf in geldnood zit. Hij is ook een van de
eerste schrijvers die het feuilleton toepast. Een ander voorbeeld van een verhaal van Balzac
is Le Père Goriot. Een voorbeeld van Stendhal is Le rouge et le noir. In het verhaal van
stendhal is sprake van een autobiografisch roman.
Het naturalisme is een verhevigde vorm van het realisme. Het beschrijft de problemen van
de maatschappelijke onderklasse. Émile Zola beschrijft in zijn werk Le Roman expérimental
de belangrijkste kenmerken van deze stroming. Hij plaatst personages met een bepaalde
sociale en erfelijke achtergrond in een situatie waarbij de omstandigheden bepalen wat er
gebeurd. Hierbij wordt gedrag van mensen bepaald door hun genen en omgeving, dat noem
je het determinisme.
Naturalisme
Er ontstaan twee stromingen die bezig zijn met de objectieve waarneming van de
werkelijkheid. Realistische en naturalistische schrijvers proberen een zo betrouwbaar en
compleet beeld uit het alledaagse leven te beschrijven. De alwetende verteller komt steeds
minder vaak voor. De verhalen worden steeds vaker vanuit het hij/zij-perspectief geschreven
of uit de ik-perspectief. Je kijkt dus mee met de personages en mensen moeten nu zelf hun
standpunt ontwikkelen i.p.v. die van de schrijver over te nemen. Een voorbeeld van een
schrijver is Gustave Flaubert en zijn verhaal Madame Bovary. Hierin maakt hij gebruik van de
vrije indirecte reden, hierbij worden de gedachten of woorden van het personage in de 3de
persoon verteld.
Na de revolutie blijft de politieke situatie in Frankrijk erg onstabiel. Pas met de instelling van
de Derde Republiek ontstaat er een stabiele democratische regeringsvorm. De middenklasse
(bourgeoisie) krijgt steeds meet macht en de adel juist minder. De burgerij emancipeert zich
dankzij het onderwijs en de industriële revolutie. De arbeidersklasse is het niet eens met de
klassensamenleving. De arbeiders moeten hard werken voor weinig geld en er is sprake van
kinderarbeid. De socialisten komen in opstand en de politieke beweging wilt dat er een eind
komt aan de klassensamenleving.
De levensstandaard is na de industriële revolutie verbeterd. Er rijden treinen, auto’s,
daarnaast worden winkelen en films bekijken ook steeds normaler. Parijs ontwikkelt zich tot
een internationaal cultureel centrum. In de wetenschap worden nieuwe onderzoeksmethoden
ontwikkeld. De ontdekkingen uit de experimenten leiden tot een groot
vooruitgangsoptimisme. Dat betekent, dat men denkt dat er binnen een bepaalde tijd veel
problemen opgelost kunnen worden. Er ontstaan nieuwe takken van wetenschap, sociologie
en psychologie bijvoorbeeld. Dit kun je ook veel terugvinden in de literatuur.
De literatuur gaat in deze tijd een veel groter publiek bereiken, omdat meer mensen kunnen
lezen en schrijven. Veel mensen gaan lezen als vermaak. Kranten drukken bijvoorbeeld
romans in afleveringen (feuilletons) om de spanning bij de lezers erin te houden.
In deze tijd komen er schrijvers die het dagelijkse leven gedetailleerd gaan beschrijven in
hun werken. Bekende schrijvers zijn Stendhal (Henri Beyle) en Honoré de Balzac. Zij
schrijven ook nog wel iets over de romantiek, maar zijn vooral interessant voor het realisme.
Het gaat vaak over de ontwikkeling van een jong persoon, die zijn weg moet zien te vinden in
de Franse standenmaatschappij. Ze geven daarbij erg gedetailleerde beschrijvingen van de
wereld in die tijd.
Honoré de Balzac heeft een bekend literair werk, dat heet La Comédie humaine. Het is een
reeks aan ongeveer 100 verhalen. Samen geven ze een compleet beeld van de Franse
maatschappij. Balzac schrijft zoveel omdat hij zelf in geldnood zit. Hij is ook een van de
eerste schrijvers die het feuilleton toepast. Een ander voorbeeld van een verhaal van Balzac
is Le Père Goriot. Een voorbeeld van Stendhal is Le rouge et le noir. In het verhaal van
stendhal is sprake van een autobiografisch roman.
Het naturalisme is een verhevigde vorm van het realisme. Het beschrijft de problemen van
de maatschappelijke onderklasse. Émile Zola beschrijft in zijn werk Le Roman expérimental
de belangrijkste kenmerken van deze stroming. Hij plaatst personages met een bepaalde
sociale en erfelijke achtergrond in een situatie waarbij de omstandigheden bepalen wat er
gebeurd. Hierbij wordt gedrag van mensen bepaald door hun genen en omgeving, dat noem
je het determinisme.