Literatuurgeschiedenis Samenvatting Hoofdstuk 4 Le Siècle des Lumières
De verlichting begint in 1715 na de dood van Louis XIV en duurt tot ongeveer eind 18e eeuw.
In de kunst/literatuur veranderd er veel. In de tijd van Louis XIV draaide het om het imago
van de koning en was er sprake van propaganda. Toen hij stierf was het allemaal vrijer en
werd het makkelijker om je eigen ideeën te uiten. De filosofen willen vrijheid van
meningsuiting, tolerantie en gelijkheid. Het vertrouwen in het menselijk verstand en de ‘rede’
wordt steeds groter. Alles wordt kritisch bekeken, zelfs het gezag van kerk en staat.
Toen Louis XIV nog aan de macht was lag alle macht in zijn handen. De vorst had erg veel
macht in die tijd. Toen hij stierf kwam er een tijdelijke regent die het land ging besturen. Louis
XV en Louis XVI waren veel soepeler en er ontstond een onstabiele monarchie -> la
monarchie déséquilibrée.
Doordat het land niet zo goed wordt bestuurd gaat Frankrijk eind 18e eeuw ten onder. Het
gaat financieel erg slecht. De bevolking moet steeds meer belasting betalen, maar die leeft al
in armoede. Ook komen er misoogsten waardoor er een voedseltekort ontstaat. De
verschillen tussen rijkdom en armoede worden steeds groter. De koning en de adel zijn zo
rijk en de bevolking leeft in armoede. Daarom komt de bevolking in opstand. In juli 1789
bestormen de Parijzenaren de Bastille, het symbool van de macht van de koning. Dat is het
begin van de Franse revolutie. Na 4 jaar komt er een einde als Louis XVI en zijn vrouw
Marie-Antoinette onder de guillotine gaan. De leus van de revolutie is; liberté, égalité,
fraternité (vrijheid, gelijkheid, broederschap)
De filosofen strijden in hun werken tegen onrecht. Zij vinden dat iedereen gelijk behandeld
moet worden. De schrijvers mogen alleen geen kritiek leveren op de kerk of de koning en
hun werken mogen alleen naar buiten gebracht worden als er een officieel koninklijke zegel
op staat. Anders riskeren ze de doodstraf. Veel schrijvers willen censuur voorkomen en
daarom brengen ze hun werken anoniem of pseudoniem uit. De werken hebben bijgedragen
aan de revolutie en de leus vrijheid, gelijkheid, broederschap komt altijd goed naar voren.
Montesquieu (1689-1755) is een belangrijke filosoof. Hij was jurist, natuurkundige en
medicus. Montesquieu heeft twee belangrijke werken. Hij keerde zich tegen de absolute
vorst en bedacht de Trias Politica, waarbij de uitvoerende, wetgeven en rechterlijke macht
gescheiden werden. Deze opvatting is ook doorgevoerd in de grondwet van 1791. Zijn 2
werken heten Lettres Persanes en L’esprit des loix. In l’esprit de lois schrijft hij over recht en
politiek en legt hij de Trias Politica uit. Dit boek heeft veel invloed gehad op de grondwet. In
Lettres Persanes gaat het over twee Perzen die naar Frankrijk gaan. Ze schrijven tijdens hun
reis brieven naar familie en vrienden. Hij maakt gebruik van het perspectief van de
buitenstaander, hierdoor kan hij kritiek geven op de staatsinrichting, paus en de gewoontes.
Hij schrijf in de vorm van een briefroman (Le roman épistolaire) om censuur te ontlopen. Zijn
werken zijn anoniem gedrukt in Amsterdam.
Voltaire (1694-1778) is een andere filosoof die ook erg belangrijk was. Voltaire uitten zich
over allerlei onderwerpen en werd daarom een aantal keer verbannen naar Engeland. Daar
komt hij in aanraking met politieke vrijheid en religieuze tolerantie. Toen hij terugkeerde naar
Frankrijk schreef hij zijn nieuwe ideeën uit. Voltaire vond het gebruik van het verstand
belangrijk en hij zag God als de horlogemaker van de aarde. De kerk was nog steeds erg
belangrijk. Zijn belangrijkste werk is Candide ou l’optimisme. Candide is een jongen die heeft
geleerd van zijn meeste Pangloss dat hij leeft in de beste wereld die er bestaat. Hij groeit op
in het kasteel van de baron, maar wordt verjaagd als hij zoenend wordt gespot met de
dochter van de baron. Buiten ontdekt hij de wreedheid en onrechtvaardigheid van de wereld.
Voltaire geeft kritiek op religie, monarchie en slavernij. Daarom brengt hij het pseudoniem uit.
De verlichting begint in 1715 na de dood van Louis XIV en duurt tot ongeveer eind 18e eeuw.
In de kunst/literatuur veranderd er veel. In de tijd van Louis XIV draaide het om het imago
van de koning en was er sprake van propaganda. Toen hij stierf was het allemaal vrijer en
werd het makkelijker om je eigen ideeën te uiten. De filosofen willen vrijheid van
meningsuiting, tolerantie en gelijkheid. Het vertrouwen in het menselijk verstand en de ‘rede’
wordt steeds groter. Alles wordt kritisch bekeken, zelfs het gezag van kerk en staat.
Toen Louis XIV nog aan de macht was lag alle macht in zijn handen. De vorst had erg veel
macht in die tijd. Toen hij stierf kwam er een tijdelijke regent die het land ging besturen. Louis
XV en Louis XVI waren veel soepeler en er ontstond een onstabiele monarchie -> la
monarchie déséquilibrée.
Doordat het land niet zo goed wordt bestuurd gaat Frankrijk eind 18e eeuw ten onder. Het
gaat financieel erg slecht. De bevolking moet steeds meer belasting betalen, maar die leeft al
in armoede. Ook komen er misoogsten waardoor er een voedseltekort ontstaat. De
verschillen tussen rijkdom en armoede worden steeds groter. De koning en de adel zijn zo
rijk en de bevolking leeft in armoede. Daarom komt de bevolking in opstand. In juli 1789
bestormen de Parijzenaren de Bastille, het symbool van de macht van de koning. Dat is het
begin van de Franse revolutie. Na 4 jaar komt er een einde als Louis XVI en zijn vrouw
Marie-Antoinette onder de guillotine gaan. De leus van de revolutie is; liberté, égalité,
fraternité (vrijheid, gelijkheid, broederschap)
De filosofen strijden in hun werken tegen onrecht. Zij vinden dat iedereen gelijk behandeld
moet worden. De schrijvers mogen alleen geen kritiek leveren op de kerk of de koning en
hun werken mogen alleen naar buiten gebracht worden als er een officieel koninklijke zegel
op staat. Anders riskeren ze de doodstraf. Veel schrijvers willen censuur voorkomen en
daarom brengen ze hun werken anoniem of pseudoniem uit. De werken hebben bijgedragen
aan de revolutie en de leus vrijheid, gelijkheid, broederschap komt altijd goed naar voren.
Montesquieu (1689-1755) is een belangrijke filosoof. Hij was jurist, natuurkundige en
medicus. Montesquieu heeft twee belangrijke werken. Hij keerde zich tegen de absolute
vorst en bedacht de Trias Politica, waarbij de uitvoerende, wetgeven en rechterlijke macht
gescheiden werden. Deze opvatting is ook doorgevoerd in de grondwet van 1791. Zijn 2
werken heten Lettres Persanes en L’esprit des loix. In l’esprit de lois schrijft hij over recht en
politiek en legt hij de Trias Politica uit. Dit boek heeft veel invloed gehad op de grondwet. In
Lettres Persanes gaat het over twee Perzen die naar Frankrijk gaan. Ze schrijven tijdens hun
reis brieven naar familie en vrienden. Hij maakt gebruik van het perspectief van de
buitenstaander, hierdoor kan hij kritiek geven op de staatsinrichting, paus en de gewoontes.
Hij schrijf in de vorm van een briefroman (Le roman épistolaire) om censuur te ontlopen. Zijn
werken zijn anoniem gedrukt in Amsterdam.
Voltaire (1694-1778) is een andere filosoof die ook erg belangrijk was. Voltaire uitten zich
over allerlei onderwerpen en werd daarom een aantal keer verbannen naar Engeland. Daar
komt hij in aanraking met politieke vrijheid en religieuze tolerantie. Toen hij terugkeerde naar
Frankrijk schreef hij zijn nieuwe ideeën uit. Voltaire vond het gebruik van het verstand
belangrijk en hij zag God als de horlogemaker van de aarde. De kerk was nog steeds erg
belangrijk. Zijn belangrijkste werk is Candide ou l’optimisme. Candide is een jongen die heeft
geleerd van zijn meeste Pangloss dat hij leeft in de beste wereld die er bestaat. Hij groeit op
in het kasteel van de baron, maar wordt verjaagd als hij zoenend wordt gespot met de
dochter van de baron. Buiten ontdekt hij de wreedheid en onrechtvaardigheid van de wereld.
Voltaire geeft kritiek op religie, monarchie en slavernij. Daarom brengt hij het pseudoniem uit.