neuro oncologie &
longtumoren
(inclusief aantekeningen lessen)
Opleiding tot oncologie verpleegkundige van het Erasmus MC
Gebruikt boek:
“Oncologie handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners”
,Inhoudsopgave
1. Neurologie oncologie................................................................................................................................. 3
1.1 Neuro oncologie..............................................................................................................................................7
2. Longtumoren............................................................................................................................................. 9
2.1 Long tumoren...............................................................................................................................................14
2
, 1. Neurologie oncologie
(Hoofdstuk 21, handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners)
Neuro-oncologie concentreert zich op
- Primaire hersentumoren,
- Metastatische complicaties van kanker (hersenmetastasen, spinale epidurale
metastasen en leptomeningeale metastasen),
- Niet-metastatische complicaties van kanker en kankerbehandeling (bijwerkingen van
radiotherapie en chemotherapie op het zenuwstelsel zoals demyelinaisatie en
polyneuropathie) en
- De zeldzame paraneoplastische neurologische aandoeningen.
Bij hersentumoren wordt er een indeling gemaakt tussen:
- Primaire hersentumoren
Kunnen goedaardig zijn; meningeoom of hypofyseadenoom.
- Secundaire hersentumoren (hersenmetastasen)
Primaire maligne hersentumoren
Meest voorkomende soort is een glioom, deze gaat uit van het steunweefsel van het
centrale zenuwstelsel, de gliacellen.
Gliomen hebben een diffuus infiltratieve groeiwijze in het hersenweefsel.
Gliomen worden onderverdeeld in;
- Astrocytomen (meest voorkomend)
- Oligodendrogliomen
- Oligoastrocytomen
- Menggliomen
- Ependymomen (zeldzaam, uitgaande van de bekledingswand van de ventrikels van
de hersenen)
De mate van maligniteit wordt bepaald door;
- Mitosen
- Vaatproliferatie (angiogenese)
- Necrose
Hiermee wordt bepaald of het om een laaggradig of hooggradig glioom gaat.
Risicofactoren:
- Bestraling
- Erfelijk
Symptomen;
- Hangen af van de plaats van de tumor en de ruimte die hij inneemt
- Hoofdpijn
- Misselijkheid en braken
- Sufheid
- Visusklachten (ten gevolge van intracraniële drukverhoging)
- Epilepsie
- Uitvalsverschijnselen (afhankelijk van de plaats van de tumor)
- Cognitieve en gedragsstoornissen
Afasie = niet kunnen spreken of woordvindstoornissen
Apraxie = het niet uit kunnen voeren van handelingen
Hemiparese = halfzijdig spierzwakte, halfzijdig krachtverlies of halfzijdig verlamming
3