lOMoARcPSD|30824756
Fys. Samenvatting P2 - Toetsmatrijs Fysiologie Periode 2
Leerjaar 1 - 2017/2018
Fysiologie en anatomie jaar 1 (Avans Hogeschool)
Studeersnel wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
REFLEXMODEL
SEGMENTALE OPBOUW VAN HET ZENUWSTELSEL
Er is een neurologisch onderscheid in twee systemen:
1. Segmentale niveaus (transversaal/horizontaal)
Grijs stof van het ruggenmerg
Wortels
Plexus
Zenuwen
De geïnnerveerde structuren (spieren en sensoren)
2. Longitudinale systemen (verticaal)
Opstijgende banen
Afdalende banen
Verbindende de segmentale niveaus
MONOSEGMENTALE REFLEXEN
Een reactie dat tot één segment beperkt blijft. Dit soort reflexen zijn bijzonder:
Bijna alle reflexen via verschillende segmenten verlopen
Het brein een allesoverheersende invloed heeft op reflexen
Vele reacties op prikkels via het brein totstandkoming
Een reflex kan beschouwd worden als een soort kortsluiting tussen input en output die soms nuttig
kan zijn.
Een voorbeeld van een monosegmentale reflex: Knie-peesreflex. Door een tik
op de pees ontstaat er een korte rek van de spier (m. quadriceps), waardoor de
spierspoel wordt geprikkeld. Via snel geleidende afferente vezels (Ia en II-
vezels) worden de motoneuronen van de m. quadriceps geactiveerd. Een korte
contractie van de spier is het gevolg: het onderbeen ‘schopt’ naar voren (een
‘fasische’ reflex dus).
MULTISEGMENTALE REFLEXEN
De prikkel komt aan bij een bepaald segment, breidt zich in het ruggenmerg
longitudinaal uit over meer segmenten, zodat er een effect optreedt in
verschillende spieren. Voorbeelden zijn:
1. Terugtrekreflex/flexiereflex
2. Tonische halsreflex
Asymmetrisch
Symmetrisch
3. Labyrinthreflex
4. Nekoprichtreflex
Bovenstaande reflexen zijn meestal alleen in het eerste levensjaar gedurende enige tijd min of
meer geïsoleerd zichtbaar. Bij een normale ontwikkeling worden deze reflexen opgenomen bij de
houdings- en evenwichtsregulatie. De reflexen worden dan niet meer waargenomen, maar dit
betekent niet dat ze er niet meer zijn. Bij hersenletsel kunnen deze reflexen weer terugkomen of
zichtbaar blijven.
'LONG-LOOP' REFLEXEN
Reflexen verlopen slechts zeden geïsoleerd via ruggenmerg of hersenstam. Vrijwel altijd worden er
ook lange lussen (‘long loops’) geactiveerd die verlopen via de hogere regio’s in de hersenen.
Prikkels treden binnen, stijgen op naar de hersenschors en worden vandaar, al of niet via een
bewuste gewaarwording, verder vervoerd via afdalende banen en motoneuronen naar de spieren.
Indien er sprake is van een bewuste gewaarwording en intentie kan er niet meer over een reflex
gesproken worden.
PARALLELLE REFLEXROUTES
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
Een prikkel legt verschillende routes af, dit kan worden aangetoond met elektromyografie. De
spierafferenten van een spiergroep worden elektrisch geprikkeld en de elektrische activiteit wordt
geregistreerd. Er zijn na prikkeling drie responsen te zijn, die op verschillende niveaus verlopen:
1. De eerste respons is spinaal en verloopt over een of meer ruggen-mergsegmenten (soms
kan men een afzonderlijke mono- en multi-segmentale component onderscheiden).
2. De tweede respons verloopt over de hersenstam. Ook hier kan men soms meer
componenten onderscheiden: de medullaire respons laag, de pontiene respons hoog over
de hersenstam.
3. De derde respons verloopt over het cerebrum. Hiertoe behoort de corticale respons,
alsook responsen via het diencephalon (bijvoorbeeld thalamus), limbisch systeem of basale
kernen.
Een duidelijke scheiding is alleen zichtbaar in experimentele situaties, alleen bij elektrische
prikkeling en registratie. Tijdens het normaal functioneren vloeien de responsen in elkaar over. Er
is heel vaak een anticipatiereactie: voordat de prikkel feitelijk optreedt, is er al een reactie, dat
wil zeggen een voorbereiding, preparatie.
Responsen kunnen per individu verschillen en zijn dan ook erg variabel. Dit geldt vooral voor de
supra spinale respons. Kennelijk speelt de omgevingssituatie en de individuele leerervaring een
belangrijke rol. De voorspelbaarheid, variabiliteit en ‘plasticiteit’ van de respons hangt dus samen
met het niveau waarop de prikkels verwerkt worden.
FEEDBACK EN FEEDFORWARD ; CORRECTIE EN ANTICIPATIE
De houdingsstabiliteit wordt in ons dagelijks leven op twee wezenlijk verschillende manieren
bedreigd:
1. Externe invloeden (verwacht of onverwacht). Wanneer deze houdings-verstoringen
onverwacht zijn, is er maar één manier om deze het hoofd te bieden: het waarnemen en
vervolgens corrigeren van de houdingsafwijking, dat wil zeggen via een
feedbackmechanisme. Vier zintuigsystemen (Evenwicht, Zicht, Propriocepsis, Stabiliteit)
kunnen een rol spelen bij de registratie van de houdingsafwijkingen. Feedback-systeem.
2. Eigen bewegingen. Iedere actieve bewegingen is een potentiele bedreiging voor de
stabiliteit van de houding. We kunnen ons evenwicht verliezen door middel van
verschillende dingen. In deze gevallen kan een andere strategie gekozen worden om de
houdingsveranderingen het hoofd te bieden. Na enige ervaringen ‘weten’ de hersenen dat
er een houdingsverstoring dreigt, door middel van een houdingsmaatregel gekoppeld wordt
kan dit verholpen worden. Feedforward-systeem.
DE SPIERSPOEL EN DE MYOTATISCHE REFLEX
Bij de houdingsregulatie neemt de spierspoel een sleutelpositie in. Spierspoelen zijn kleine
orgaantjes (enkele millimeters groot) die tussen de spiervezels liggen. De spierspoelen liggen
parallel aan de spiervezels, dat wil zeggen zij worden gerekt wanneer de spier gerekt wordt.
De zogenaamde ‘nuclear bag’- en ‘nuclear chain’- cellen zijn gevoelig voor rek. De mate van
rekking en rekkingsverandering wordt omgezet in actiepotentialenreeksen die via de Ia- en II-
vezels naar het ruggenmerg geleid worden. De Ia-vezels vertonen een fasisch-tonische respons,
dat wil zeggen ze registreren de lengte en de snelheid van de lengteverandering. De II-vezels
vertonen een tonische respons, dat wil zeggen ze geven de heersende lengte weer. Iedere lengte
en lengteverandering wordt op deze wijze via de spierspoel ‘vertaald’ in actiepotentialen.
Ruggenmerg en hersenen worden hierdoor op de hoogte gehouden van de lengte van de spieren.
Een lengtetoename van de spier veroorzaakt daardoor een
actieve contractie van de spier: myotatisch reflex. De lengte
van de spier wordt hiermee zo constant mogelijk gehouden, dit
gebeurt door middel van spanning. Je kan dit regelsysteem ook
wel een servo-systeem noemen. Een systeem dat ‘slaafs’ een
opgelegde lengte handhaaft.
Stimulus: lengte veranderingen.
Respons: Contractie in de spier.
Ia-afferenten horen bij de spierspoel.
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
H ET FUSIMOTORE SYSTEEM
Via de gamma-motoneuronen, het fusimotore systeem, kan de gevoeligheid van de spierspoel
worden ‘ingesteld’. Er blijken bovendien twee groepen gammamotoneuronen te bestaan:
De dynamische (fasische) gamma-1-motoneuronen. Maken de myotatische
reflexboog als het ware meer alert op lengteverandering
De statische (tonische) gamma-2-motoneuronen. Leidt ertoe dat de
spierspoelafferenten een hogere actiepotentiaalfrequentie afgeven bij dezelfde spierlengte.
Dit zal tot gevolg hebben dat de spier zich verkort, dat wil zeggen het spierspoelsysteem is
op een kortere lengte ingesteld.
Dynamisch/fasisch gamma-1-motoneuronen.
Statisch/tonisch gamma-2-motoneuronen.
Dynamische kernzakvezel, meet de snelheid van de
lengteverandering in een spier. Maar ook de lengteverandering.
Statische kernzakvezel, meet de lengteverandering van een spier.
Intrafusaal: de spierspoel (statisch en dynamisch)
Extrafusaal: de spier
Opbouw bepaalde lichaamshoudingen:
Via de myotatische reflex wordt de lengte van een spier zo constant mogelijk gehouden.
Deze lengte wordt ingesteld vanuit het ruggenmerg via activering van de corresponderende
gamma-motoneuronen.
De lengtes van spieren rond een bepaald gewricht bepalen de hoek die in dat gewricht
wordt gehandhaafd.
Alle gewrichtshoeken tezamen maken een bepaalde houding.
Iedere lichaamshouding wordt aldus opgelegd door een specifieke activiteit van gamma-
motoneuronen: men kan dit voorstellen als een soort ‘knoppenstand’ van een
‘bedieningspaneel’ in het ruggenmerg; ieder gammaneuron heeft een zekere activiteit, en
de bijbehorende spier een zekere lengte.
Het handhaven van deze houding is een actief proces: de spierspoel-feedback-systemen
zijn continu actief.
Een overgang van de ene naar de andere houding wordt bereikt doordat de ‘knoppenstand’
vanuit het cerebrum wordt gewijzigd. Allerlei basishoudingen kunnen op deze wijze
vloeiend en automatisch in elkaar overgaan: via de ‘wil’ worden de ‘knoppen’ in een nieuwe
stand gezet, de myotatische reflex doet de rest van het werk.
A LFA - GAMMA - KOPPELING
Er is eerst een indirecte activatie via de zogenaamde gamma-loop. Hierna volgt een de directe
activatie van de alfa-motoneuronen, dit gebeurt door middel van de Ia-activiteit uit de spierspoel.
Dit speelt vooral een rol bij snelle, ballistische bewegingen.
Er is gebleken dat er bijna altijd sprake is van een gecombineerde activatie van alfa- en gamma-
activiteit: alfa-gamma-co-activatie.
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
Fys. Samenvatting P2 - Toetsmatrijs Fysiologie Periode 2
Leerjaar 1 - 2017/2018
Fysiologie en anatomie jaar 1 (Avans Hogeschool)
Studeersnel wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
REFLEXMODEL
SEGMENTALE OPBOUW VAN HET ZENUWSTELSEL
Er is een neurologisch onderscheid in twee systemen:
1. Segmentale niveaus (transversaal/horizontaal)
Grijs stof van het ruggenmerg
Wortels
Plexus
Zenuwen
De geïnnerveerde structuren (spieren en sensoren)
2. Longitudinale systemen (verticaal)
Opstijgende banen
Afdalende banen
Verbindende de segmentale niveaus
MONOSEGMENTALE REFLEXEN
Een reactie dat tot één segment beperkt blijft. Dit soort reflexen zijn bijzonder:
Bijna alle reflexen via verschillende segmenten verlopen
Het brein een allesoverheersende invloed heeft op reflexen
Vele reacties op prikkels via het brein totstandkoming
Een reflex kan beschouwd worden als een soort kortsluiting tussen input en output die soms nuttig
kan zijn.
Een voorbeeld van een monosegmentale reflex: Knie-peesreflex. Door een tik
op de pees ontstaat er een korte rek van de spier (m. quadriceps), waardoor de
spierspoel wordt geprikkeld. Via snel geleidende afferente vezels (Ia en II-
vezels) worden de motoneuronen van de m. quadriceps geactiveerd. Een korte
contractie van de spier is het gevolg: het onderbeen ‘schopt’ naar voren (een
‘fasische’ reflex dus).
MULTISEGMENTALE REFLEXEN
De prikkel komt aan bij een bepaald segment, breidt zich in het ruggenmerg
longitudinaal uit over meer segmenten, zodat er een effect optreedt in
verschillende spieren. Voorbeelden zijn:
1. Terugtrekreflex/flexiereflex
2. Tonische halsreflex
Asymmetrisch
Symmetrisch
3. Labyrinthreflex
4. Nekoprichtreflex
Bovenstaande reflexen zijn meestal alleen in het eerste levensjaar gedurende enige tijd min of
meer geïsoleerd zichtbaar. Bij een normale ontwikkeling worden deze reflexen opgenomen bij de
houdings- en evenwichtsregulatie. De reflexen worden dan niet meer waargenomen, maar dit
betekent niet dat ze er niet meer zijn. Bij hersenletsel kunnen deze reflexen weer terugkomen of
zichtbaar blijven.
'LONG-LOOP' REFLEXEN
Reflexen verlopen slechts zeden geïsoleerd via ruggenmerg of hersenstam. Vrijwel altijd worden er
ook lange lussen (‘long loops’) geactiveerd die verlopen via de hogere regio’s in de hersenen.
Prikkels treden binnen, stijgen op naar de hersenschors en worden vandaar, al of niet via een
bewuste gewaarwording, verder vervoerd via afdalende banen en motoneuronen naar de spieren.
Indien er sprake is van een bewuste gewaarwording en intentie kan er niet meer over een reflex
gesproken worden.
PARALLELLE REFLEXROUTES
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
Een prikkel legt verschillende routes af, dit kan worden aangetoond met elektromyografie. De
spierafferenten van een spiergroep worden elektrisch geprikkeld en de elektrische activiteit wordt
geregistreerd. Er zijn na prikkeling drie responsen te zijn, die op verschillende niveaus verlopen:
1. De eerste respons is spinaal en verloopt over een of meer ruggen-mergsegmenten (soms
kan men een afzonderlijke mono- en multi-segmentale component onderscheiden).
2. De tweede respons verloopt over de hersenstam. Ook hier kan men soms meer
componenten onderscheiden: de medullaire respons laag, de pontiene respons hoog over
de hersenstam.
3. De derde respons verloopt over het cerebrum. Hiertoe behoort de corticale respons,
alsook responsen via het diencephalon (bijvoorbeeld thalamus), limbisch systeem of basale
kernen.
Een duidelijke scheiding is alleen zichtbaar in experimentele situaties, alleen bij elektrische
prikkeling en registratie. Tijdens het normaal functioneren vloeien de responsen in elkaar over. Er
is heel vaak een anticipatiereactie: voordat de prikkel feitelijk optreedt, is er al een reactie, dat
wil zeggen een voorbereiding, preparatie.
Responsen kunnen per individu verschillen en zijn dan ook erg variabel. Dit geldt vooral voor de
supra spinale respons. Kennelijk speelt de omgevingssituatie en de individuele leerervaring een
belangrijke rol. De voorspelbaarheid, variabiliteit en ‘plasticiteit’ van de respons hangt dus samen
met het niveau waarop de prikkels verwerkt worden.
FEEDBACK EN FEEDFORWARD ; CORRECTIE EN ANTICIPATIE
De houdingsstabiliteit wordt in ons dagelijks leven op twee wezenlijk verschillende manieren
bedreigd:
1. Externe invloeden (verwacht of onverwacht). Wanneer deze houdings-verstoringen
onverwacht zijn, is er maar één manier om deze het hoofd te bieden: het waarnemen en
vervolgens corrigeren van de houdingsafwijking, dat wil zeggen via een
feedbackmechanisme. Vier zintuigsystemen (Evenwicht, Zicht, Propriocepsis, Stabiliteit)
kunnen een rol spelen bij de registratie van de houdingsafwijkingen. Feedback-systeem.
2. Eigen bewegingen. Iedere actieve bewegingen is een potentiele bedreiging voor de
stabiliteit van de houding. We kunnen ons evenwicht verliezen door middel van
verschillende dingen. In deze gevallen kan een andere strategie gekozen worden om de
houdingsveranderingen het hoofd te bieden. Na enige ervaringen ‘weten’ de hersenen dat
er een houdingsverstoring dreigt, door middel van een houdingsmaatregel gekoppeld wordt
kan dit verholpen worden. Feedforward-systeem.
DE SPIERSPOEL EN DE MYOTATISCHE REFLEX
Bij de houdingsregulatie neemt de spierspoel een sleutelpositie in. Spierspoelen zijn kleine
orgaantjes (enkele millimeters groot) die tussen de spiervezels liggen. De spierspoelen liggen
parallel aan de spiervezels, dat wil zeggen zij worden gerekt wanneer de spier gerekt wordt.
De zogenaamde ‘nuclear bag’- en ‘nuclear chain’- cellen zijn gevoelig voor rek. De mate van
rekking en rekkingsverandering wordt omgezet in actiepotentialenreeksen die via de Ia- en II-
vezels naar het ruggenmerg geleid worden. De Ia-vezels vertonen een fasisch-tonische respons,
dat wil zeggen ze registreren de lengte en de snelheid van de lengteverandering. De II-vezels
vertonen een tonische respons, dat wil zeggen ze geven de heersende lengte weer. Iedere lengte
en lengteverandering wordt op deze wijze via de spierspoel ‘vertaald’ in actiepotentialen.
Ruggenmerg en hersenen worden hierdoor op de hoogte gehouden van de lengte van de spieren.
Een lengtetoename van de spier veroorzaakt daardoor een
actieve contractie van de spier: myotatisch reflex. De lengte
van de spier wordt hiermee zo constant mogelijk gehouden, dit
gebeurt door middel van spanning. Je kan dit regelsysteem ook
wel een servo-systeem noemen. Een systeem dat ‘slaafs’ een
opgelegde lengte handhaaft.
Stimulus: lengte veranderingen.
Respons: Contractie in de spier.
Ia-afferenten horen bij de spierspoel.
Gedownload door Tristen Van Olffen ()
, lOMoARcPSD|30824756
H ET FUSIMOTORE SYSTEEM
Via de gamma-motoneuronen, het fusimotore systeem, kan de gevoeligheid van de spierspoel
worden ‘ingesteld’. Er blijken bovendien twee groepen gammamotoneuronen te bestaan:
De dynamische (fasische) gamma-1-motoneuronen. Maken de myotatische
reflexboog als het ware meer alert op lengteverandering
De statische (tonische) gamma-2-motoneuronen. Leidt ertoe dat de
spierspoelafferenten een hogere actiepotentiaalfrequentie afgeven bij dezelfde spierlengte.
Dit zal tot gevolg hebben dat de spier zich verkort, dat wil zeggen het spierspoelsysteem is
op een kortere lengte ingesteld.
Dynamisch/fasisch gamma-1-motoneuronen.
Statisch/tonisch gamma-2-motoneuronen.
Dynamische kernzakvezel, meet de snelheid van de
lengteverandering in een spier. Maar ook de lengteverandering.
Statische kernzakvezel, meet de lengteverandering van een spier.
Intrafusaal: de spierspoel (statisch en dynamisch)
Extrafusaal: de spier
Opbouw bepaalde lichaamshoudingen:
Via de myotatische reflex wordt de lengte van een spier zo constant mogelijk gehouden.
Deze lengte wordt ingesteld vanuit het ruggenmerg via activering van de corresponderende
gamma-motoneuronen.
De lengtes van spieren rond een bepaald gewricht bepalen de hoek die in dat gewricht
wordt gehandhaafd.
Alle gewrichtshoeken tezamen maken een bepaalde houding.
Iedere lichaamshouding wordt aldus opgelegd door een specifieke activiteit van gamma-
motoneuronen: men kan dit voorstellen als een soort ‘knoppenstand’ van een
‘bedieningspaneel’ in het ruggenmerg; ieder gammaneuron heeft een zekere activiteit, en
de bijbehorende spier een zekere lengte.
Het handhaven van deze houding is een actief proces: de spierspoel-feedback-systemen
zijn continu actief.
Een overgang van de ene naar de andere houding wordt bereikt doordat de ‘knoppenstand’
vanuit het cerebrum wordt gewijzigd. Allerlei basishoudingen kunnen op deze wijze
vloeiend en automatisch in elkaar overgaan: via de ‘wil’ worden de ‘knoppen’ in een nieuwe
stand gezet, de myotatische reflex doet de rest van het werk.
A LFA - GAMMA - KOPPELING
Er is eerst een indirecte activatie via de zogenaamde gamma-loop. Hierna volgt een de directe
activatie van de alfa-motoneuronen, dit gebeurt door middel van de Ia-activiteit uit de spierspoel.
Dit speelt vooral een rol bij snelle, ballistische bewegingen.
Er is gebleken dat er bijna altijd sprake is van een gecombineerde activatie van alfa- en gamma-
activiteit: alfa-gamma-co-activatie.
Gedownload door Tristen Van Olffen ()