Fysiologie 4 colleges
Motoriek 1
Open loop – feedforward
Closed loop- feedback
M1 respons = 30-50ms
M2 respons = 50-80ms
M3 respons = 120-180ms
Looptijd beweging is belangrijk voor de respons die je moet kiezen een m1 respons kan je
niet doen op een beweging met een te lange looptijd
Motoriek 2
Hiërarchisch model vanaf boven
Heteracisch model meer zijwaarts, veel diffentitie mogelijkheden wel top down maar niet
alleen serieel maar ook parallel
Model van Smidt
stimulus identificatie
respons selectie
respons programming
Gegeneraliseerd motorisch programma
Parametrisatie
Spier initiatie
Zenuwtransmissie
Kracht generalisatie
Inleiding motorisch leren
Motorisch leren = het proces dat leidt tot een relatief duurzame verandering in het
gedragspotentieel als gevolg van specifieke ervaringen met de omgeving.
Het oefeneffect is iets anders dan het leereffect
oefeneffect hoe goed kan je iets na een periode oefenen op dezelfde manier
leereffect hoe goed sla je dit op in lange termijn geheugen hoe goed kan je het dus na een
paar dagen nog.
Een oefeneffect kan zonder leereffect optreden namelijk een half uur dezelfde oefening doen
kan je na een halfuur waarschijnlijk de oefening dromen. Maar het leereffect is dan klein kan
je dit na een week dan nog.
Andersom als je gevarieerd oefent is je oefeneffect laag waarschijnlijk mislukt elke oefening
omdat je dit maar één keer doet, maar je leereffect ligt hier wel hoger
, Motorisch leren meten?
Transfer test = test na een tijd van stoppen van behandeling maar dan met andere
omstandigheden
retention test = test een tijd na het stoppen van de behandeling hiermee wordt duidelijk
dat je echt geleerd hebt.
Observatie na een tijdje na de behandeling let hier dan wel vooral op kwaliteit IPV
kwantiteit
Performance meten
observatie
0-meting en effectmeting
Tijdens therapie voor motorisch leren letten op
hoge frequentie en korte duur hoge time on task
varied practice
Specifiek oefenen
leren meten pas na een pauze na de therapie
Architectuur geheugen-sensorisch geheugen
Je hebt 3 systemen in het geheugen namelijk
sensorisch geheugen: hier komt alles binnen kan het korts de info vasthouden, het is een
soort buffer om de nieuwe info even vast te houden. Je ziet dus van alles de basis alles wat
goed is om te onthouden gaat door naar het kortetermijngeheugen. Het sensorisch
geheugen kan heel goed filteren het geeft dus alleen de belangrijke dingen waar je op focust
vast.
Kortetermijngeheugen: hierin kan je alles ophalen uit sensorisch en lange termijn
geheugen om het als dit nodig is aan te passen en door te geven
Lange termijn geheugen: hierin sla je alle geautomatiseerde processen op, als je dit nodig
hebt wordt het hieruit gehaald en naar je kortetermijngeheugen gestuurd.
Onthouden voor tijdens therapie!!!
Aandacht richten op de cues
Vanuit omgeving meer cue-gestuurd laten bewegen
Na de cue direct een actie
Niet relevante stimuli zoveel mogelijke weghalen
Kortetermijngeheugen of werkgeheugen
Het kortetermijngeheugen werkt als een soort kladblok, waar je de info kan opslaan en als je
wilt ook bewerken. De ruimte wel beperkt en kan je dus niet veel vasthouden namelijk
slechts.7 bits. In je werkgeheugen houd je de informatie ongeveer 10-15 seconden vast door
de info te herhalen kan dit wel langer worden. Nieuwe info duwt ouder eruit daarom zijn
dubbeltaken vaak zo lastig. Ezelsbruggentjes werken hierdoor wel goed omdat dit minder is
om te onthouden dit noemen we ook wel chunking. Kortom chunking vergoot de capaciteit
van het kortetermijngeheugen
Motoriek 1
Open loop – feedforward
Closed loop- feedback
M1 respons = 30-50ms
M2 respons = 50-80ms
M3 respons = 120-180ms
Looptijd beweging is belangrijk voor de respons die je moet kiezen een m1 respons kan je
niet doen op een beweging met een te lange looptijd
Motoriek 2
Hiërarchisch model vanaf boven
Heteracisch model meer zijwaarts, veel diffentitie mogelijkheden wel top down maar niet
alleen serieel maar ook parallel
Model van Smidt
stimulus identificatie
respons selectie
respons programming
Gegeneraliseerd motorisch programma
Parametrisatie
Spier initiatie
Zenuwtransmissie
Kracht generalisatie
Inleiding motorisch leren
Motorisch leren = het proces dat leidt tot een relatief duurzame verandering in het
gedragspotentieel als gevolg van specifieke ervaringen met de omgeving.
Het oefeneffect is iets anders dan het leereffect
oefeneffect hoe goed kan je iets na een periode oefenen op dezelfde manier
leereffect hoe goed sla je dit op in lange termijn geheugen hoe goed kan je het dus na een
paar dagen nog.
Een oefeneffect kan zonder leereffect optreden namelijk een half uur dezelfde oefening doen
kan je na een halfuur waarschijnlijk de oefening dromen. Maar het leereffect is dan klein kan
je dit na een week dan nog.
Andersom als je gevarieerd oefent is je oefeneffect laag waarschijnlijk mislukt elke oefening
omdat je dit maar één keer doet, maar je leereffect ligt hier wel hoger
, Motorisch leren meten?
Transfer test = test na een tijd van stoppen van behandeling maar dan met andere
omstandigheden
retention test = test een tijd na het stoppen van de behandeling hiermee wordt duidelijk
dat je echt geleerd hebt.
Observatie na een tijdje na de behandeling let hier dan wel vooral op kwaliteit IPV
kwantiteit
Performance meten
observatie
0-meting en effectmeting
Tijdens therapie voor motorisch leren letten op
hoge frequentie en korte duur hoge time on task
varied practice
Specifiek oefenen
leren meten pas na een pauze na de therapie
Architectuur geheugen-sensorisch geheugen
Je hebt 3 systemen in het geheugen namelijk
sensorisch geheugen: hier komt alles binnen kan het korts de info vasthouden, het is een
soort buffer om de nieuwe info even vast te houden. Je ziet dus van alles de basis alles wat
goed is om te onthouden gaat door naar het kortetermijngeheugen. Het sensorisch
geheugen kan heel goed filteren het geeft dus alleen de belangrijke dingen waar je op focust
vast.
Kortetermijngeheugen: hierin kan je alles ophalen uit sensorisch en lange termijn
geheugen om het als dit nodig is aan te passen en door te geven
Lange termijn geheugen: hierin sla je alle geautomatiseerde processen op, als je dit nodig
hebt wordt het hieruit gehaald en naar je kortetermijngeheugen gestuurd.
Onthouden voor tijdens therapie!!!
Aandacht richten op de cues
Vanuit omgeving meer cue-gestuurd laten bewegen
Na de cue direct een actie
Niet relevante stimuli zoveel mogelijke weghalen
Kortetermijngeheugen of werkgeheugen
Het kortetermijngeheugen werkt als een soort kladblok, waar je de info kan opslaan en als je
wilt ook bewerken. De ruimte wel beperkt en kan je dus niet veel vasthouden namelijk
slechts.7 bits. In je werkgeheugen houd je de informatie ongeveer 10-15 seconden vast door
de info te herhalen kan dit wel langer worden. Nieuwe info duwt ouder eruit daarom zijn
dubbeltaken vaak zo lastig. Ezelsbruggentjes werken hierdoor wel goed omdat dit minder is
om te onthouden dit noemen we ook wel chunking. Kortom chunking vergoot de capaciteit
van het kortetermijngeheugen