Onderzoek in de gezondheidszorg
HOOFDSTUK 6 – METHODEN
6.1 – KIEZEN VAN DE METHODEN
Operationaliseren= het meetbaar maken van variabelen in je onderzoek. Je vertaalt de
variabelen in meetinstrumenten. Er zijn verschillende methoden, hieronder beschreven.
Kwantitatief onderzoek (3.3)= hierbij worden de uitkomsten in cijfers uitgedrukt en bestaat
dus vaak uit een gesloten vraag. Bijv. bloeddruk, spierkracht, lichaamsgewicht etc. Aantal
proefpersonen is meestal hoger, omdat je gebruik maakt van minder tijdrovende methoden.
Deze methode gebruik je vaak als je al wat meer informatie hebt, je stelt dan een hypothese
(een verwachting), dit onderzoek je dan kwantitatief.
Kwalitatief onderzoek (3.3)= hierbij gaat het om gegevens over de beleving, ervaringen of
verwachtingen en bestaat dus vaak uit een open vraag. Dit doe je vaak als je nog weinig van
iets weet. Het aantal proefpersonen is laag. Resultaten bevatten vaak uitgebreide en
gedetailleerde beschrijvingen.
6.1.1 – BESTAANDE GEGEVENS
Soms kun je gebruikmaken van bestaande gegevens, zoals de status/medisch dossier van
een patiënt.
Voordeel:
- Onderzoeksvraag is snel en efficiënt te beantwoorden, zonder dat je daar patiënten
mee lastigvalt.
Nadeel:
- Dossiers zijn niet speciaal voor het onderzoek aangelegd. Hierdoor zijn gegevens
niet nauwkeurig genoeg geregistreerd of voldoen metingen niet aan de operationele
definitie die je in het onderzoek hanteert.
- Er kan een onbekende selectie zijn opgetreden van de personen waarvan je de
gegevens in het onderzoek gebruikt.
- Verschillende behandelingen zijn niet zondermeer te vergelijken. Patiënten worden
niet aselect toegewezen aan een behandeling.
Als er geen goede informatie beschikbaar is, moet je de gegevens zelf verzamelen bij de
proefpersonen. Hier zijn verschillende methoden voor, hieronder beschreven.
6.1.2 – METHODEN VOOR KWANTITATIEF ONDERZOEK
Meest gebruikte methoden:
- Vragenlijsten: bijna in elk onderzoek, al dan niet i.c.m. andere methoden. Hiermee
snel en efficiënt een grote hoeveelheid gegevens verzamelen.
- Bestaande tests: voor meten van groot aantal variabelen. Proefpersonen voeren
opdrachten uit, deze uitvoering observeer je.
- Metingen aan het lichaam: bijv. klinisch onderzoek, lichamelijk onderzoek,
laboratoriumonderzoek.
- Diagnostische tests: voor vaststellen van aan- of afwezigheid van een bepaalde
aandoening. Vaak gebaseerd op metingen aan het lichaam en/of observaties van
gedrag door één of meerdere observatoren.
HOOFDSTUK 6 – METHODEN
6.1 – KIEZEN VAN DE METHODEN
Operationaliseren= het meetbaar maken van variabelen in je onderzoek. Je vertaalt de
variabelen in meetinstrumenten. Er zijn verschillende methoden, hieronder beschreven.
Kwantitatief onderzoek (3.3)= hierbij worden de uitkomsten in cijfers uitgedrukt en bestaat
dus vaak uit een gesloten vraag. Bijv. bloeddruk, spierkracht, lichaamsgewicht etc. Aantal
proefpersonen is meestal hoger, omdat je gebruik maakt van minder tijdrovende methoden.
Deze methode gebruik je vaak als je al wat meer informatie hebt, je stelt dan een hypothese
(een verwachting), dit onderzoek je dan kwantitatief.
Kwalitatief onderzoek (3.3)= hierbij gaat het om gegevens over de beleving, ervaringen of
verwachtingen en bestaat dus vaak uit een open vraag. Dit doe je vaak als je nog weinig van
iets weet. Het aantal proefpersonen is laag. Resultaten bevatten vaak uitgebreide en
gedetailleerde beschrijvingen.
6.1.1 – BESTAANDE GEGEVENS
Soms kun je gebruikmaken van bestaande gegevens, zoals de status/medisch dossier van
een patiënt.
Voordeel:
- Onderzoeksvraag is snel en efficiënt te beantwoorden, zonder dat je daar patiënten
mee lastigvalt.
Nadeel:
- Dossiers zijn niet speciaal voor het onderzoek aangelegd. Hierdoor zijn gegevens
niet nauwkeurig genoeg geregistreerd of voldoen metingen niet aan de operationele
definitie die je in het onderzoek hanteert.
- Er kan een onbekende selectie zijn opgetreden van de personen waarvan je de
gegevens in het onderzoek gebruikt.
- Verschillende behandelingen zijn niet zondermeer te vergelijken. Patiënten worden
niet aselect toegewezen aan een behandeling.
Als er geen goede informatie beschikbaar is, moet je de gegevens zelf verzamelen bij de
proefpersonen. Hier zijn verschillende methoden voor, hieronder beschreven.
6.1.2 – METHODEN VOOR KWANTITATIEF ONDERZOEK
Meest gebruikte methoden:
- Vragenlijsten: bijna in elk onderzoek, al dan niet i.c.m. andere methoden. Hiermee
snel en efficiënt een grote hoeveelheid gegevens verzamelen.
- Bestaande tests: voor meten van groot aantal variabelen. Proefpersonen voeren
opdrachten uit, deze uitvoering observeer je.
- Metingen aan het lichaam: bijv. klinisch onderzoek, lichamelijk onderzoek,
laboratoriumonderzoek.
- Diagnostische tests: voor vaststellen van aan- of afwezigheid van een bepaalde
aandoening. Vaak gebaseerd op metingen aan het lichaam en/of observaties van
gedrag door één of meerdere observatoren.