→ Van Steden (2017). Theorising and illustrating the collaborative practices of plural policing: an
analysis of three cases in the Netherlands and Belgium:
Dit artikel analyseert de samenwerkingspraktijken binnen plural policing. De auteur onderzoekt de
factoren (structuur, cultuur/relaties en bestuur) die de samenwerking tussen verschillende actoren
beïnvloeden in een netwerk (knooppuntbestuur en verankerd pluralisme).
→ Stoker (1998). Governance as theory: five propositions:
Dit artikel onderzoekt de verschuiving van traditioneel 'government' naar 'governance': van een
centrale hiërarchische overheid naar een meer gedecentraliseerde , netwerkgebaseeerde vorm.
Stoker benadrukt de complexiteit van governance en benoemt vijf aspecten die deze complexiteit
vergroten, elk met een bijbehorend dilemma of probleem.
→ Terpstra (2008). Police, local government, and citizens as participants in local security
networks:
Dit artikel onderzoekt lokale veiligheidsnetwerken waarin de politie, lokale overheden en burgers
samenwerken, en bespreekt de uitdagingen en spanningen die zich voordoen. De rollen en
onderlinge verhoudingen van de betrokken partijen worden geanalyseerd.
→ Whelan & Dupont (2017). Taking stock of networks across the security field: a review, typology
and research agenda:
Dit artikel bespreekt de groeiende rol van veiligheidsnetwerken (nodal
governance/knooppuntbestuur). De auteurs evalueren bestaand onderzoek en benadrukken de
conceptuele verwarring rondom de term 'netwerk'. Ze stellen dat onderzoekers zich meer moeten
richten op de kenmerken, doelen en structuur van individuele netwerken. Vervolgens introduceren
een herziene typologie van veiligheidsnetwerken (gebaseerd op geografische reikwijdte en functie) en
presenteren een agenda voor toekomstig onderzoek.
WEEK 2 – Samenwerken tussen zorg en veiligheid (LEPH)
→ Van Dijk (2022). Changing policing for communities: law enforcement and public health as an
emerging field of practices, concepts and research:
Dit proefschrift onderzoekt de interactie tussen wetshandhaving*** (politie) en volksgezondheid
(openbare/publieke gezondheidszorg***) als opkomend interdisciplinair veld, genaamd LEPH (Law
Enforcement and Public Health). Het doel is om inzicht te geven in hoe deze sectoren samenwerken
bij het aanpakken van sociale en gezondheidsproblemen.
- Hoofdstuk 1: De introductie introduceert het onderwerp: de toekomst van de politie in relatie tot
lokale gemeenschappen LEPH-perspectief. De spanning tussen de beperkende rol (handhaving)
en de ondersteunende rol (hulpverlening) van de politie staat centraal.
- Hoofdstuk 2: Dit hoofdstuk beschrijft de opkomst van LEPH als een nieuw interdisciplinair veld.
Hoewel rechtshandhaving en volksgezondheid van oudsher gescheiden domeinen met
verschillende achtergronden zijn, zijn er steeds meer raakvlakken met overlappende uitdagingen
(met name m.b.t. kwetsbare groepen).
- Hoofdstuk 4: Dit hoofdstuk onderzoekt de raakvlakken en kloof (van cultuur en werkmethoden)
tussen wetshandhaving en publieke gezondheidszorg, en beargumenteert dat volksgezondheid
een integraal onderdeel is van politiewerk. Erkenning hiervan is de eerste stap naar een
gezamenlijke aanpak. Het hoofdstuk bespreekt hoe dit eruit zou kunnen zien.
- Hoofdstuk 7: Conclusie. Hier wordt een samenhangende redenering opgezet over wat LEPH
karakteriseert als een opkomend veld. Hoe moet LEPH er in de praktijk uitzien, en specifiek voor
het politieoptreden?
→ Stephens et al. (2024). Boundary spanning in local governance: a scoping review:
Dit artikel onderzoekt 'boundary spanning' (grensoverschrijdend werken) in een lokale context. De
auteurs kijken wat ‘boundary spanning’ precies inhoudt en welke vaardigheden/benaderingen nodig
zijn voor effectieve boundary spanning (in lokale context). Het artikel benadrukt dat effectieve
boundary spanners diepgaande relaties moeten opbouwen en een goed begrip moeten hebben van
de gemeenschapsdynamiek.
→ Van Steden (2020). Governing through care: a qualitative assessment of team play between
police and nurses for people with mental illness:
1
, Dit artikel bestudeert de samenwerking tussen politie en wijkverpleging in Amsterdam met als doel te
onderzoeken hoe deze samenwerking kan bijdragen aan de ondersteuning van mensen met
psychische problemen (kwetsbare groep). Dit is een voorbeeld van LEPH op street-level.
→ Van Steden & Ter Woerds et al. (24). Met bruggen bouwen verschil maken: regisseurs Zorg &
Veiligheid in de eenheid Amsterdam:
Dit rapport evalueert de rol (uitdagingen en successen) van regisseurs Zorg & Veiligheid (Z&V) bij de
politie in Amsterdam. De regisseursfunctie is in het leven geroepen om de samenwerking tussen
zorg- en veiligheidspartners te verbeteren en escalaties te voorkomen bij personen met onbegrepen
gedrag en andere kwetsbare groepen.
WEEK 3 – Crisismanagement in het tijdperk van technologie en innovatie
→ Marincioni (2007) Information technologies and the sharing of disaster knowledge: The critical
role of professional culture:
Dit artikel stelt dat moderne IT de communicatie over rampenbeheersing makkelijker heeft gemaakt,
maar dat er barrières zijn die voortkomen uit professionele cultuurverschillen (in Italiaanse en
Amerikaanse rampenbestrijding agentschappen) en effectieve kennisoverdracht belemmeren. Het
artikel analyseert hoe cultuur, context en technologie de overdracht van kennis over
rampenbeheersing beïnvloeden.
→ Albris (2018). The switchboard mechanism: How social media connected citizens during the
2013 floods in Dresden:
Dit artikel onderzoekt hoe sociale media burgers hielpen om elkaar te ondersteunen en noodhulp te
organiseren tijdens overstromingen in Dresden. De auteur introduceert de term 'switchboard
mechanism' voor de rol van sociale media als schakelpunt dat mensen die hulp nodig hebben
verbindt met degenen die hulp willen bieden.
→ Broersma et al. (2024). Utilizing social media and crowdsourcing for crisis management and
communication: Proposing an integrative framework:
Dit artikel onderzoekt hoe sociale media en crowdsourcing (SMCS) kunnen worden gebruikt voor
crisismanagement en communicatie. De auteurs stellen dat SMCS de betrokkenheid van burgers kan
vergroten en de communicatie tijdens rampen kan verbeteren, maar benadrukken ook de
uitdagingen.
WEEK 4 – Disaster Risk Management (rampenbestuur) op regionaal niveau
→ Tierney (2012) Disaster Governance: Social, political, and economic dimensions:
Dit artikel introduceert het concept 'rampenbestuur', dat breder is dan rampenmanagement of
risicovermindering. Rampenbestuur omvat alle activiteiten die plaatsvinden binnen de
maatschappelijke en rampspecifieke bestuurlijke kaders en richt zich op samenwerking tussen
overheid, bedrijven en burgerorganisaties. Dit artikel beoogt een samenvatting te geven van dit
opkomende veld.
→ Schmidt et al. (2018). Are you Ready2Help? Conceptualizing the management of online and
onsite volunteer convergence:
Dit artikel onderzoekt hoe het Rode Kruis het platform Ready2Help gebruikt om vrijwillige burgerhulp
te organiseren. De focus ligt op het managen van burger en informatie convergentie (beweging van
mensen/informatie/middelen naar een rampgebied) van vrijwilligers, en hoe rampenorganisaties
deze convergentie van vrijwilligers kunnen beheren en integreren in hun operaties. Het benadrukt
hoe online platforms kunnen fungeren als een interface tussen verschillende groepen van
georganiseerd gedrag (van de DRC-typologie).
→ UNDDR (2015). Sendai Framework for Disaster Risk Reduction 2015-2030:
Dit raamwerk betreft een richtlijn voor het verminderen van rampenrisico's. Het identificeert zeven
doelen en vier prioriteitsgebieden om deze doelen te bereiken, en zo de wereldwijde veerkracht tegen
rampen te vergroten.
WEEK 5 – Frontlijnsturing op lokaal niveau (NDM en street-level work)
2
,→ Groenendaal, Helsloot & Brugghemans (2014). Het benutten van onderzoek naar Naturalistic
Decision Making (NDM):
Dit artikel bespreekt frontlijnsturing, waarbij de nadruk ligt op hoe frontlijnleidinggevenden
beslissingen nemen in onvoorspelbare situaties. Het artikel introduceert het concept van
Naturalistic Decision Making (hoe mensen in werkomgevingen beslissingen nemen, zoals RPD, BOB
en FABCM) en hoe dit kan worden toegepast op frontlijnwerk bij politie/brandweer/defensie etc.
→ Klein (2008). Naturalistic Decision Making:
Dit artikel beschrijft Naturalistic Decision Making (NDM), een onderzoeksbenadering die bestudeert
hoe mensen beslissingen nemen in realistische situaties. Het gaat daarbij vooral om het snel nemen
van moeilijke beslissingen in moeilijke dynamische, onzekere omstandigheden. NDM benadrukt de
rol van ervaring, intuïtie en mentale modellen bij het beslissen onder tijdsdruk en onzekerheid. Het
artikel bestudeert NDM-modellen, en specifieker het RPD-model van Klein.
→ Møller & Grøn (2023). Street-level leadership: Re-conceptualizing the role of the manager:
Dit artikel introduceert het concept 'street-level leadership', een benadering die is afgestemd op het
managen van street-level werkers (die in direct contact staan met burgers). Dit artikel beoogt een rol
voor formele managers te definiëren die inspeelt op de specifieke kenmerken van street-level werk.
Zo kunnen zij de prestaties en het welzijn van hun medewerkers bevorderen.
→ Paanakker (2021). Perceptions of the frontline craft: Assessing value convergence between
policy makers, managers and street-level professionals in the prison sector:
Dit artikel onderzoekt de waardepercepties van street-level vakmanschap in de Nederlandse
gevangenissector. De auteur analyseert hoe convergent/divergent de waarden van beleidsmakers,
managers en gevangenisbewaarders zijn, aan de hand van twee tegengestelde verklarende theorieën
(roltheorie vs. professionele socialisatie). De perceptie van waarden blijkt niet te verschillen, maar
het prioriteren van waarden wel. Dit heeft gevolgen voor de samenwerking en dienstverlening.
WEEK 6 – Internationale politiesamenwerking & het politiebestel (in NL en andere landen)
→ Den Boer (2015). Police cooperation: a reluctant dance with supranational EU-institutions:
Dit hoofdstuk analyseert de ontwikkeling van EU-politiesamenwerking en de rol van supranationale
EU-instellingen. De auteur beschrijft de geleidelijke verschuiving van intergouvernementele
samenwerking naar meer geïnstitutionaliseerde vormen van samenwerking. Deze samenwerking en
verschuiving ligt gevoelig door nationale soevereiniteit.
→ Hills (2011). Policing the peace: the problems of 'police work' in peace operations:
Dit artikel bespreekt de problemen die zich voordoen bij de inzet van militairen voor politietaken in
vredesoperaties. Deze problemen zouden voortkomen uit het brede gebruik van het begrip ‘policing’.
Echter, de militaire rol is op zijn best ‘politiegerelateerd’ en slechts ondersteunend (niet vervangend).
De auteur pleit voor een duidelijker onderscheid tussen traditioneel 'politiewerk' en 'policing' in
vredesoperaties. De belangrijkste uitdaging is zorgen voor eenheid van inspanning (tussen militairen,
politie en gendarmerie) in vredesoperaties.
→ Lutterbeck (2004). Between police and military: the new security agenda and the rise of
gendarmes:
Dit artikel bespreekt de opkomst van gendarmerie-eenheden (veiligheidstroepen die kenmerken van
zowel politie als militaire krachten combineren). Lutterbeck analyseert de historische ontwikkeling
van gendarmeries en factoren die hun groeiende rol in hedendaagse veiligheid (bij bv. grensbewaking
en vredesmissies) verklaren, zoals de vervaging van grenzen tussen interne en externe veiligheid.
→ Schaap & Terpstra (2018). Het turbulente politiebestel:
Dit boek analyseert de ontwikkeling van het Nederlandse politiebestel vanaf de jaren '80 tot heden.
De auteurs beschrijven de verschillende reorganisaties die hebben plaatsgevonden en bespreken de
belangrijkste thema's en spanningen in het bestel.
- Hoofdstuk 1: introduceert het centrale thema: de ontwikkeling van het Nederlandse politiebestel
(naar het nationale politiebestel), haar institutionele context en het functioneren van het bestel
in de praktijk. Het doel is inzicht geven in de mate waarin het nationale bestel een breuk is met
het verleden of juist voortbouwt op eerdere ervaringen. De auteurs bespreken daarbij
'padafhankelijkheid' (keuzes uit het verleden beïnvloeden de mogelijkheden en beperkingen van
de toekomst) en neo-institutionalisme (institutionele veranderingsprocessen).
3
, - Hoofdstuk 6: Dit hoofdstuk beschrijft de komt, invoering, structuur en organisatie van de
Nationale Politie. De auteurs analyseren de verschillende bestuurslagen, de verdeling van taken
en verantwoordelijkheden en de instrumenten voor sturing en controle.
- Hoofdstuk 8: Dit hoofdstuk gaat in op drie belangrijke terugkerende thema’s van discussies over
het Nederlandse politiebestel: centralisatie vs. decentralisatie, (be)sturing in het bestel, en
democratische inbedding. Door dit nader te bestuderen gaan de auteurs in op de kernelementen
van institutionele veranderingsprocessen: de belangrijkste actoren en hun onderlinge relaties,
de gebruikte argumenten en redeneringen, en de manier van sturing.
→ Van Duijneveldt (2024). De maatschappelijke integratie van de politie.
Dit artikel schrijft over de maatschappelijke integratie van de politie in samenleving. De politie heeft
een eigenstandige rol en verantwoordelijkheid, en staat tussen de overheid en de burgers in.
Maatschappelijke integratie is nog steeds relevant (de legitimiteit van de politie moet voortdurend
worden verdiend), maar er zijn verschillende ontwikkelingen die hierbij een extra uitdaging vormen.
→ Sluis et al (2013). Chapter 8: Explaining changes in police systems:
Dit hoofdstuk onderzoekt de verschillende veranderingen in politiesystemen in vijf Europese landen.
De auteurs analyseren of er een bepaald patroon te volgen is en door welke factoren deze
veranderingen het beste verklaard kunnen worden, waaronder rationele, politieke, sociale en
institutionele aspecten (prestatieproblemen, politieke verschuiving, sociale behoeften van burgers,
institutionele druk/verandering).
WEEK 7 – Intelligence op nationaal en internationaal niveau
→ Phytian (2012). Policing uncertainty: intelligence, security and risk:
Dit artikel analyseert hoe onzekerheid en risico's binnen veiligheidsintelligentie worden begrepen en
hoe een gedeeld framework (van Beck, Knight en Phytian) kan bijdragen aan effectievere
risicobeheersing. Phythian betoogt dat veiligheidsintelligentie niet alleen risico's identificeert en
onzekerheden beheert, maar ook onbedoeld kan bijdragen aan de creatie van nieuwe risico's.
→ Heazle (2010). Policy lessons from Iraq on managing uncertainty in intelligence assessment:
why the strategic/tactical distinction matters:
Dit artikel beargumenteert dat de invasie van Irak eerder een beleidsfalen dan een inlichtingenfalen
was. Beleidsmakers negeerden de onzekerheden rond Iraakse massavernietigingswapens en
manipuleerden inlichtingen om de oorlog te rechtvaardigen. Ze gebruiken wetenschappelijke
adviezen die het beste hun standpunten ondersteunen, terwijl feiten in de post-normale wetenschap
onzeker zijn maar politici wel eenduidige adviezen verwachten. Wetenschappers kunnen dan wel een
strategische beoordeling (wat wordt aangenomen te bestaan) geven, maar geen betrouwbare
tactische beoordeling (wat er echt bestaat). Beleidsmakers dienen hier onderscheid tussen te
maken, en te begrijpen wat inlichtingenanalyses wel en niet kunnen vertegenwoordigen of bereiken.
Hervormingen zijn nodig om de kans op toekomstige beleidsfouten, gedreven door een vertekende
perceptie van onzekerheid, te verkleinen.
→ Hennessy (2014). The safety of the realm since 2001:
Dit hoofdstuk bespreekt de Britse veiligheidsstrategie wat betreft nationale veiligheid en de nieuwe
transnationale dreiging van terrorisme, die zich verplaatst heeft naar niet-statelijke actoren met
toegang tot geavanceerde technologieën. De dreiging van massavernietigingswapens is een
bijzondere zorg. Hennessy analyseert de aard van de dreiging, de reactie van de Britse regering
(CONTEST, JTAC en herziene structuur veiligheidsdiensten), en benadrukt het belang van
voortdurende aanpassing, evaluatie, internationale samenwerking en het aanpakken van
onderliggende oorzaken in de toekomst.
4
,Samenwerking in Veiligheid – Week 1
Van Steden (2017). Theorising and illustrating the collaborative practices of plural
policing: an analysis of three cases in the Netherlands and Belgium.
Openbare goederen, zoals politiewerk en veiligheid, zijn niet uitsluitend de
verantwoordelijkheid van de staat. Dergelijke openbare goederen vereisen
samenwerking tussen overheidsinstanties, commerciële bedrijven, non-
profitorganisaties en soms zelf (groepen) burgers.
Plural policing verwijst naar de samenwerking tussen verschillende actoren, zowel
publieke als private, in het waarborgen van veiligheid en het handhaven van de
openbare orde. Het gaat om een netwerk van samenwerking, waarbij de politie niet
langer de enige verantwoordelijke is. Deze samenwerking is met name belangrijk bij de
bescherming van zogenaamde ‘soft targets’: locaties die, vanwege hun openbare
karakter, grote aantallen mensen, moeilijk te beveiligen zijn en kwetsbaar zijn voor
criminaliteit of terroristische aanslagen.
Dit artikel analyseert de samenwerkingspraktijken binnen plural policing, met een
focus op de bescherming van soft targets in Nederland en België. Van Steden
onderzoekt de factoren die de samenwerking tussen verschillende actoren
beïnvloeden, en hoe professionals deze samenwerking ervaren.
Hiervoor worden drie casestudies gepresenteerd: de Johan Cruijff ArenA, de Nijmeegse
Vierdaagse en het Diamantkwartier in Antwerpen. De auteur interviewde 18
professionals van verschillende organisaties, waaronder de politie, private
beveiligingsbedrijven, gemeenten en evenementorganisaties.
Deze vraag is relevant vanwege twee theoretische perspectieven die de complexe
verhoudingen tussen publieke en private actoren in plural policing proberen te
verklaren:
- Knooppuntbestuur (nodal governance) benadrukt de decentrale en
netwerkgerichte aard van plural policing. De staat wordt beschouwd als één
knooppunt onder vele in een netwerk van actoren die samenwerken om
veiligheid te waarborgen. Er wordt geen analytische prioriteit gegeven aan de
overheid, maar de focus ligt op de interactie tussen de verschillende
knooppunten in het netwerk.
- Verankerd pluralisme (anchored pluralism) erkent weliswaar de diversiteit van
actoren in plural policing, maar benadrukt tegelijkertijd de onmisbare rol van de
staat. De staat wordt gezien als het anker van het netwerk, die de kader schept
waarbinnen private actoren opereren. De staat heeft de legitimiteit en de
middelen om de samenwerking te reguleren, te coördineren en te waarborgen
dat de belangen van burgers worden beschermd.
Theoretisch kader
De auteur gebruikt een theoretisch kader dat drie belangrijke factoren identificeert die
de samenwerking beïnvloeden:
5
, - Structuur en technologieën: de formele structuur van het netwerk, inclusief
contracten, overeenkomsten en wetgeving, en de technologische infrastructuur,
zoals CCTV en communicatiesystemen.
- Cultuur en relaties: gedeelde waarden, normen en vertrouwen tussen de
actoren.
- Governance en beleid: de coördinatie van het netwerk, inclusief de rol van een
leidende organisatie en de beleidsrichtlijnen die de samenwerking sturen.
Bevindingen
De casestudies laten zien dat de mate van samenwerking en het succes ervan sterk
variëren:
- Johan Cruijff ArenA: de samenwerking is hier minder effectief dan in de andere
twee gevallen. De politie en private beveiligers in burger ervaren spanningen,
vooral vanwege de onduidelijkheid over de juridische bevoegdheden van private
beveiligers in de openbare ruimte rondom het stadion. Er ontbreekt een formeel
contract, wat de informatie-uitwisseling belemmert. Hoewel er een gevoel van
teamwork bestaat, is het vertrouwen tussen de actoren niet optimaal. De politie
fungeert als de belangrijkste anker van het netwerk, met de meeste
verantwoordelijkheid en bevoegdheden.
- Nijmeegse Vierdaagse: de samenwerking is hier zeer succesvol. De ‘4DAAGSE-
Stichting’ fungeert als een centraal knooppunt voor de uitwisseling van
informatie en de coördinatie van activiteiten. Een formele overeenkomst
tussen de gemeente, de stichting en het Ministerie van Defensie zorgt voor
duidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden. De netwerkpartners
hebben een sterke vertrouwensband opgebouwd door jarenlange
samenwerking en gedeelde waarden. De burgemeester, politie en het Openbaar
Ministerie hebben de leiding over het netwerk, terwijl de 4DAAGSE Stichting een
belangrijke coördinerende rol vervult.
- Diamantkwartier Antwerpen: ook hier is de samenwerking effectief. De AWDC
Security Office, de politie en de gemeente Antwerpen hebben een formele
overeenkomst die de samenwerking regelt. De partners delen een sterk gevoel
van urgentie en verantwoordelijkheid vanwege eerdere terroristische aanslagen
in België. De AWDC Security Office vervult een leidende rol in het netwerk, maar
de politie behoudt de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid.
Conclusies
De auteur concludeert dat een duidelijke structuur, wederzijds vertrouwen en een
sterke coördinerende rol cruciaal zijn voor effectieve samenwerking binnen plural
policing.
- Formele overeenkomsten dragen bij aan de stabiliteit en effectiviteit van het
netwerk.
- Sterke vertrouwensbanden tussen de actoren zijn essentieel voor succesvolle
samenwerking.
- De aanwezigheid van een centrale coördinator (publiek, privaat, hybride) is
belangrijk om de samenwerking te sturen.
6