Baldwin (2018). The concept of security.
Het concept 'veiligheid' wordt veel gebruikt, maar zelden goed uitgelegd. De term
wordt vaak opnieuw gedefinieerd, maar herdefinities richten zich meestal op
beleidsdoelen zoals mensenrechten, milieu of economische kwesties, in plaats van op
de kern van het begrip. Dit artikel probeert de conceptuele verwarring rondom
veiligheid te verminderen door het los te maken van normatieve en empirische
debatten. De auteur wil een gemeenschappelijke basis leggen voor verschillende
visies op veiligheid, om zo een gedeeld concept van veiligheid te vinden dat
verschillende interpretaties kan verbinden. Zo kan communicatie tussen
wetenschappers en beleidsmakers bevorderd worden. Hoewel de focus ligt op de
veiligheid van nationale staten, is de analyse toepasbaar op alle niveaus: individu,
familie, maatschappij, staat, internationaal systeem of de mensheid.
Conceptuele analyse
Conceptuele analyse is het verduidelijken van de betekenis van concepten zoals
‘veiligheid’ om misverstanden in wetenschappelijk onderzoek te voorkomen. Dit is
belangrijk omdat onduidelijke concepten leiden tot miscommunicatie en het moeilijk
maken om verschillende beleidsopties te vergelijken. Het doel is niet om hypotheses
te testen of theorieën te bouwen, maar om de logische structuur en gebruikswaarde
van een concept te specificeren.
Veiligheid als verwaarloosd concept
Ondanks het belang van veiligheid als beleidsdoel, heeft de wetenschap het concept
verwaarloosd. Er is weinig aandacht besteed aan het expliciet definiëren ervan. Zelfs
nu gebruiken veel academici de term zonder duidelijke definities, wat leidt tot
ambiguïteit en verwarring.
Veiligheid als betwist concept
Sommigen zien veiligheid als een begrip dat altijd betwist zal worden doordat het sterk
waardegeladen is. Dit betekent dat er nooit overeenstemming kan worden bereikt
over de 'juiste' definitie. Volgens Baldwin komt deze betwisting voort uit
misverstanden en onvoldoende verduidelijking, in plaats van onenigheid over het
concept.
Veiligheid voldoet volgens Baldwin mogelijk niet aan alle eisen voor een 'essentieel
betwist concept':
- Ten eerste moet het concept ‘appraisive’ zijn, oftewel het moet een
gewaardeerde prestatie aanduiden (bv. zoals een kampioen het beste team is).
Voor neorealisten, die veiligheid als het hoogste doel zien, is dit wellicht het
geval. Zij strijden voor veiligheid ten opzichte van andere staten zoals teams
strijden voor kampioenschap. Anderen, zoals Wolfers, zien veiligheid als een
relatieve waarde, die voor elke staat anders kan zijn.
1
, - Ten tweede is er weinig bewijs van serieus debat over de betekenis van
veiligheid. Verschillende auteurs gebruiken verschillende definities, maar
gaan zelden in debat met elkaar.
Zelfs als veiligheid een 'essentieel betwist concept' zou zijn, betekent dit niet dat we
geen pogingen moeten doen om het concept te verduidelijken.
Specificatie van de veiligheidsproblematiek
Wolfers definieert veiligheid als 'de afwezigheid van bedreigingen van verworven
waarden'. Dit kan worden geherformuleerd als 'een lage waarschijnlijkheid van schade
aan verworven waarden'. Wolfers stelt dat het nodig is om dit concept verder te
specificeren, om veiligheid te kunnen analyseren.
Om het begrip veiligheid nuttig te maken voor beleidsanalyse, worden zeven dimensies
geïntroduceerd:
- Veiligheid voor wie? Dit kan variëren, van individuen tot staten, tot het de
internationale gemeenschap.
- Veiligheid voor welke waarden? Dit kan fysieke veiligheid, economisch welzijn,
autonomie, psychologisch welzijn, etc. zijn.
- Hoeveel veiligheid? Absolute veiligheid is onhaalbaar, dus we moeten
specificeren hoeveel veiligheid gewenst is.
- Van welke bedreigingen? Bedreigingen kunnen van verschillende bronnen
komen, zoals andere staten, natuurrampen, etc.
- Met welke middelen? Veiligheid kan met verschillende middelen worden
nagestreefd, niet alleen militaire middelen.
- Tegen welke kosten? Veiligheid heeft altijd een prijs, namelijk het opofferen van
andere doelen.
- In welke tijdsperiode? Beleid voor veiligheid op korte termijn kan verschillen
van beleid op lange termijn.
De mate van specificatie hangt af van de onderzoeksvraag. Voor systematische
vergelijking van beleidsopties, moeten middelen, kosten en tijdsperiode
gespecificeerd worden.
De waarde van veiligheid
Veiligheid is belangrijk, maar niet het enige wat mensen waarderen. De vraag is dus
hoe belangrijk veiligheid is ten opzichte van andere waarden?
- De 'primaire waarde'-benadering stelt dat veiligheid de belangrijkste waarde is.
Deze benadering is problematisch omdat absolute veiligheid onhaalbaar is.
Bovendien offeren mensen in de praktijk vaak veiligheid op voor andere
waarden.
- De 'kernwaarde'-benadering stelt dat veiligheid één van de belangrijkste
waarden is. Deze benadering lost het probleem van absolute veiligheid niet op,
en zelfs dit leidt niet tot rationele keuzes tussen veiligheid en andere doelen.
- De 'marginale waarde'-benadering stelt dat veiligheid één van vele doelen is en
moet worden afgewogen tegen andere belangen. De waarde van veiligheid
hangt af van hoeveel veiligheid iemand al heeft. Deze benadering erkent dat de
2
, waarde van een extra beetje veiligheid afneemt naarmate men meer
veiligheid heeft. Rationele beleidsmakers zullen alleen middelen aan veiligheid
besteden zolang het marginale rendement groter is dan voor andere doelen.
De marginale waarde-benadering is de enige die een oplossing biedt voor het
probleem van middelenallocatie.
Veiligheid en neorealisme
Neorealisten zien veiligheid als de belangrijkste drijfveer van staten, maar bieden
weinig verduidelijking over de betekenis van veiligheid.
Zo is volgens Waltz (neorealist) veiligheid het hoogste doel in een anarchie. Alleen als
er zekerheid van overleving is, kunnen staten andere doelen nastreven.
Baldwin stelt dat deze simplificatie te ver gaat, omdat het niet de verschillende
niveaus, bedreigingen en kosten van veiligheid erkent. De simplificatie zou juist alleen
maar ruimte voor verwarring laten. Hij wijst dan ook op zijn eerdergenoemde lijst met
specificaties.
Nieuwe veiligheidsconcepten?
Volgens Baldwin zijn de laatste jaren zijn veel pogingen gedaan om het
veiligheidsconcept te herzien. Echter, veel van deze ‘nieuwe ideeën’ zijn niet
fundamenteel nieuw. Het zijn varianten van hetzelfde concept:
- De multidimensionaliteit van veiligheid is al lang bekend.
- Veiligheid op andere niveaus dan de nationale staat is ook al lang bekend.
- Identiteitspolitiek is ook geen nieuwe uitdaging voor het veiligheidsconcept.
De 'nieuwe' veiligheidsconcepten kunnen grotendeels worden beschreven met het
conceptuele kader van Wolfers uit 1952. Een conceptuele doorbraak is niet per sé
nodig, maar we moeten volgens Baldwin de dimensies van bestaande concepten wel
specifieker maken.
Conclusie
Het veiligheidsconcept is verwaarloosd en misbruikt. Baldwin geeft geen strikte
definitie van veiligheid, maar dat is precies zijn punt: veiligheid is niet makkelijk in een
enkelvoudige definitie te vangen. In plaats daarvan biedt hij een raamwerk met
specificaties die helpen om het begrip bruikbaar en toepasbaar te maken in
verschillende contexten.
Omdat veiligheid namelijk strijdt met andere doelen voor schaarse middelen, moet het
te onderscheiden, maar ook te vergelijken, zijn van deze andere doelen. Dit betekent
dat de relatieve belangrijkheid van veiligheid opengelaten dient te worden, maar dat
specificaties wel nodig zijn (zoals Wolfers al stelde) om het bruikbaar te maken voor
beleidsanalyse en theorievorming.
Baldwin stelt dat mogelijk de criteria voor het evalueren van wetenschappelijke
concepten van Oppenheim ook gebruikt kan worden voor het evalueren van zijn eigen
veiligheidsconcept. Op basis van deze criteria concludeert Baldwin dat veiligheid
inderdaad een bruikbaar en veelzijdig concept is, mits het goed gespecificeerd
3
, wordt. Het kan dienen als een analytisch hulpmiddel in zowel wetenschappelijke als
beleidsmatige contexten, zolang het flexibel blijft en empirische vragen niet bij
voorbaat uitsluit.
Lamond (2007). What is a Crime?
1. Introductie
Dit artikel richt zich op de vraag wat een misdaad is. Hoewel advocaten, criminologen
en filosofen elk een eigen perspectief hebben, probeert Lamond een filosofisch
begrip te ontwikkelen van wat misdaden uniek maakt binnen de wet. Hij betoogt
daarbij dat het strafrecht zowel ‘fault-based crimes’ (op schuld gebaseerde
misdaden) als ‘strict liability offences’ (misdrijven zonder vereiste schuld, maar de
dader niet aansprakelijk is) bevat, en dat deze twee verschillende paradigma's van
aansprakelijkheid vertegenwoordigen.
Eenvoudig gezegd is een wettelijk verbod een strafrechtelijk verbod wanneer het
onderworpen is aan strafrechtelijke procedures. De reikwijdte van het strafrecht kan
alleen in procedurele termen worden vastgesteld omdat er simpelweg te veel variatie
is in zaken die onderworpen zijn aan strafrechtelijke verboden. Bijna alles kan onder
het strafrecht worden verboden, en daarom is er geen inhoudelijke eenheid van het
soort dat bijvoorbeeld in het contractenrecht wordt aangetroffen.
Criminologen benadrukken de noodzaak van een bredere, sociale context. Misdaden
zijn niet alleen kunstmatige creaties van de wet. In plaats daarvan heeft het strafrecht
een cruciale sociale dimensie. Een succesvolle vervolging resulteert er niet alleen in
dat een verdachte aansprakelijk wordt gehouden voor het overtreden van een
wettelijk verbod - in plaats daarvan wordt hij of zij veroordeeld voor het plegen van een
misdaad - hij of zij wordt schuldig bevonden aan de aanklacht tegen hem of haar. Dit
zijn sociaal expressieve termen. Het strafrecht vervult een belangrijke veroordelende
functie in het sociale leven - het markeert bepaald gedrag als bijzonder verwerpelijk,
zodat de machinerie van de staat ertegen moet worden gemobiliseerd.
In dit artikel wordt gezocht naar een filosofisch begrip van de aard van criminaliteit.
Lamond betoogt dat misdaden speciale juridische en sociale kenmerken hebben die
rechtvaardigen dat de staat deze behandelt en bestraft. Hij introduceert het idee van
misdaden als "publieke onrechten", wat inhoudt dat de gemeenschap
verantwoordelijk is voor hun berechting, zelfs als het onrecht zich slechts richt op een
individu. Hij analyseert daarnaast waarom sommige onrechten straf verdienen en
waarom andere beter met civiele middelen kunnen worden aangepakt.
2. Fault-based crimes & strict liability offences
Lamond maakt een belangrijk onderscheid tussen twee typen strafrechtelijke
aansprakelijkheid:
1. Fault-based crimes: schuldmisdrijven. Hier moet worden aangetoond dat de
dader intentioneel of nalatig handelde. Bv. moord en diefstal, waarbij de intentie
of nalatigheid essentieel is.
4