Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting alle literatuur Goed Bestuur/Good Governance 24/25

Rating
4.0
(1)
Sold
6
Pages
70
Uploaded on
05-02-2025
Written in
2024/2025

Dit betreft een samenvatting van alle literatuur voor het vak Goed Bestuur of Good Governance aan de VU (Master Bestuurskunde). De literatuur is verwerkt met dezelfde structuur als de artikelen, zodat alles makkelijk terug is te vinden bij het maken van de eindopdracht. Literatuur: Beauchamp, De Graaf, Ringeling, De Graaf & Van Asperen, Van der Wal, Rhodes, Paanakker, Morrell, Elcock, Moore, O'Flynn, Meynhardt, Beck Jørgensen & Bozeman, Rothstein & Teorell

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Good governance – Week 1A

Beauchamp (1991). Philosophical ethics. An introduction to moral philosophy.

HFD4 – Mill en Utilitaristische theorieën

Gezondheidsbeleid voor hypertensie
In de jaren '70 van de vorige eeuw bestudeerden twee hoogleraren aan Harvard,
Weinstein en Stason, de hoge bloeddruk in de Amerikaanse samenleving. Deze twee
onderzoekers concludeerden dat 17% van de volwassen Amerikanen, oftewel 24
miljoen mensen, problemen met hoge bloeddruk had. Destijds was er al veel bekend
over behandelingen en medicatie, maar slechts ongeveer de helft van de groep die
behandeling nodig had, was zich bewust van hun aandoening.

Weinstein en Stason wilden de meest kosteneffectieve manieren bepalen om
hypertensie in Amerika te behandelen. Data uit eerdere onderzoeken onthulden dat
het niet kosteneffectief was om iedereen in de bevolking te screenen en hen te
informeren over hun problemen (tenzij ze al onder controle van een arts waren).
Weinstein en Stason ontdekten verder dat het meer kosteneffectief was om drie
specifieke groepen te behandelen om dit gezondheidsprobleem tegen te gaan: jonge
mannen, oudere vrouwen en bekende patiënten met een hele hoge bloeddruk. Zo
concludeerden ze dat een gemeenschap met beperkte middelen er beter aan zou doen
om zich te concentreren op screening van patiënten die al in de praktijk worden
behandeld. Dit zou veel kosteneffectiever zijn.

Impliciet betekent dit dat er niet geconcentreerd zou worden op de armste sector van
de samenleving. Publieke screening zou dan worden opgeofferd voor het grotere goed
van gehele gemeenschap. Als iedereen de screening en behandeling zou krijgen die
werd aanbevolen, zouden de kosten voor de samenleving als geheel enorm zijn. Maar
dit is zorgelijk, omdat het onrechtvaardig zou zijn voor armen en minderheden om
alleen de economisch bevoordeelden (die al onder controle van een arts staan) te
behandelen.

De onderzoekers bevelen daarom een utilaristische set van criteria aan voor
toewijzing van geld in de publieke gezondheidszorg. De auteurs gebruiken de
aanbevolen aanpak als een voorbeeld van utilitaristisch denken in verhouding tot
morele waarden in het vervolg van dit hoofdstuk.

De doelstellingen van normatieve theorieën
Er is een groeiend aantal morele theorieën omdat er een behoefte is aan een manier
om morele oordelen te rechtvaardigen. Een morele theorie probeert aan te geven hoe
we in morele kwesties tot een oordeel moeten komen. Dergelijke theorieën richten
zich op morele principes, principes die op zichzelf staan. Dit hoofdstuk concentreert
zich op twee theorieën: utilitarisme en deontologie. Deze discussie is bedoeld om
een inleidend overzicht te geven van deze ethische systemen.




1

,Het vervolg van dit document gewoon gelezen en gehighlight.

HFD5 – Kant en Deontologische theorieën

Een geval van bedrog in de psychologie
Om de morele theorieën in dit hoofdstuk te illustreren, beginnen we met een
onderzoeksprogramma door Milgram van de Yale University in de vroege jaren 1960.
Milgram was geïnteresseerd in de psychologie van gehoorzaamheid. Hij ontwierp een
experiment dat was bedoeld om inzicht te geven in de bereidheid van individuen om
te gehoorzamen aan autoriteitsfiguren, zelfs als hen werd gevraagd immorele
handelingen te verrichten.

De proefpersonen werd verteld dat ze deelnamen aan een "geheugenexperiment". Eén
van de deelnemers, de leraar, moest de ander, de leerling, testen op het onthouden
van woordparen. De leraar was in werkelijkheid de enige echte proefpersoon. De
leraar kreeg de taak om een lijst met woordparen aan de leerling te leren. De leerling
zat in een aparte kamer, vastgebonden aan een stoel met elektroden op zijn arm. De
leraar werd verteld dat hij de leerling bij elk fout antwoord een elektrische schok
moest toedienen. Telkens wanneer de leerling een fout antwoord gaf, moest de leraar
hem een elektrische schok toedienen. De intensiteit van de schokken werd met elk
fout antwoord verhoogd.

Tijdens het experiment begon de leerling te protesteren tegen de schokken, eerst met
kreunen en gemor, vervolgens met geschreeuw en smeekbeden om te stoppen, en
uiteindelijk viel het stil. De onderzoeker, die tijdens het experiment aanwezig was,
moedigde de leraar aan om door te gaan met het toedienen van schokken, zelfs toen de
leerling niet meer reageerde.
Verrassend genoeg ging een groot percentage van de leraren door met het toedienen
van schokken, zelfs tot het hoogste voltage, ondanks het feit dat ze dachten dat ze de
leerling ernstige pijn of zelfs de dood toebrachten.

Sommige critici veroordeelden het onderzoek als onethisch, omdat de proefpersonen
(de leraren) onderworpen waren aan extreme stress en mogelijk psychologisch
trauma opliepen. De proefpersonen ervoeren morele conflicten en werden onder druk
gezet om te handelen tegen hun eigen geweten in. De resultaten van het onderzoek
toonden echter aan dat gewone mensen in bepaalde omstandigheden bereid zijn om
immorele handelingen te verrichten wanneer ze door een autoriteitsfiguur daartoe
worden opgedraaid.

De deontologische conceptie van moraliteit
In hoofdstuk 4 zagen we dat een fundamenteel onderscheid is gemaakt in morele en
ethische theorieën tussen consequentialistische (gericht op de consequenties) of
teleologische theorieën (gericht op het doel).

Sommige deontologen hebben het consequentialisme bekritiseerd of verwerpen het.
Zowel consequentialisten als deontologen zijn het er echter over eens dat de
moraliteit van een handeling afhangt van eigenschappen van die handeling.


2

,Deontologen zijn van mening dat morele acties a priori zijn - dat wil zeggen, ze zijn
moreel juist, ongeacht de gevolgen.

De deontologen bekritiseren Milgrams experiment. Ze beweren dat sommige
handelingen, zoals laster, altijd verkeerd zijn, zelfs als ze tot een groter goed (kennis in
dit geval) leiden. De deontologen zijn van mening dat de moraliteit van een handeling
niet afhangt van de maximalisatie van het goede. In het geval van Milgrams experiment
beweren de deontologen dat het bedriegen van de deelnemers altijd verkeerd is,
ongeacht de resultaten.

Anderen veroordeelden het onderzoek als triviaal, op grond van het argument dat de
proefpersonen zich welbewust aanmeldden, tevreden waren met de vergoeding, en in
15 procent van de gevallen zelfs aangaven "blij te zijn met hun deelname. Slechts 1
procent stelde negatieve gevoelen te hebben.

Sommige deontologen erkennen dat het liegen tegen iemand in sommige gevallen
gerechtvaardigd kan zijn, bijvoorbeeld als het iemands leven redt, maar ze
benadrukken dat liegen in principe verkeerd is. De bezwaren die zijn geuit tegen het
experiment van Milgram zijn een goed voorbeeld van de bezwaren die in het algemeen
tegen utilitaristische redeneringen worden ingebracht.

Deontologen pleiten ervoor dat morele overwegingen altijd prioriteit moeten krijgen
boven utilitaristische overwegingen. Ze zijn van mening dat bepaalde handelingen,
zoals liegen of moorden, intrinsiek verkeerd zijn en dat geen enkel gevolg deze
handelingen goed kan praten.

Deontologen erkennen dat utilitaristische redeneringen soms van toepassing kunnen
zijn, maar ze benadrukken dat deze redeneringen altijd ondergeschikt moeten zijn aan
morele verplichtingen. Een arts mag bijvoorbeeld niet liegen tegen een patiënt, zelfs als
de leugen het lijden van de patiënt zou verminderen. Deontologen stellen dat het
respecteren van de autonomie en waardigheid van het individu altijd prioriteit moet
hebben.

De deontologie is een complexe en genuanceerde theorie, maar de kern ervan is het
idee dat er morele principes zijn die universeel en absoluut zijn. Deze principes zijn
gebaseerd op de rede en zijn niet afhankelijk van de gevolgen. Deontologen geloven in
de kracht van morele intuïtie en benadrukken het belang van eerlijkheid,
rechtvaardigheid en respect voor anderen.

HFD6 – Aristoteles en Deugdethiek

De deugden van Jane Addams
Dit hoofdstuk beschrijft het leven van Jane Addams, een vrouw die opmerkelijk was
vanwege haar toewijding aan sociale rechtvaardigheid en haar belichaming van
deugden. Addams had een bevoorrechte jeugd. Haar vader was een succesvol
zakenman en politicus. Addams was intelligent en idealistisch en had al op jonge



3

, leeftijd een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ze was echter ook kwetsbaar en onzeker.
Ze verlangde ernaar "iets nuttigs” te doen met haar leven.

Na haar afstuderen reisde ze naar Europa en bezocht ze Toynbee Hall in Londen, een
instelling die sociale hulp bood aan de armen. Deze ervaring inspireerde haar om een
soortgelijke instelling in de Verenigde Staten op te richten.
In 1889 richtte Addams Hull House op in Chicago, een nederzetting in een arme
immigrantenwijk. Hull House bood een breed scala aan diensten aan de lokale
bevolking, waaronder kinderopvang, onderwijs, medische zorg en sociale activiteiten.
Addams was toegewijd aan het verbeteren van de levensomstandigheden van de
armen en werkte onvermoeibaar om sociale hervormingen te bevorderen.
Addams was een voorstander van vrede en werkte actief aan het promoten van
internationale samenwerking. Ze was een van de oprichters van de Women's
International League for Peace and Freedom en ontving in 1934 de Nobelprijs voor de
Vrede.

Het concept van deugd
Deugdethiek, in tegenstelling tot regel- of actie-gebaseerde theorieën (zoals
deontologie en utilitarisme), richt zich op het karakter en de kwaliteiten van een
persoon. Addams, met haar toewijding aan sociale rechtvaardigheid en haar
belichaming van deugden zoals mededogen en rechtvaardigheid, dient als een
uitstekend voorbeeld van deugdethiek. In plaats van te focussen op specifieke
handelingen of regels, benadrukt deugdethiek het belang van het ontwikkelen van
een deugdzaam karakter.

Aristoteles, een invloedrijke filosoof uit de klassieke oudheid, wordt beschouwd als
de grondlegger van de deugdethiek. Hij belegde de nadruk op het nastreven van
eudaimonia, wat vaak vertaald wordt als "geluk" of "bloei". Eudaimonia, volgens
Aristoteles, is niet simpelweg een gevoel van welzijn, maar eerder een staat van zijn
waarin een persoon zijn volledige potentieel realiseert door middel van deugdelijk
handelen.

De definitie van deugd
Een deugd, volgens Aristoteles, is een karaktereigenschap die ons in staat stelt om op
de juiste manier te handelen. Het is een dispositie om op een bepaalde manier te
denken, te voelen en te handelen. Deugden zijn niet aangeboren; ze worden
ontwikkeld door oefening en gewoonte.

Voorbeelden van deugden zijn moed, rechtvaardigheid, wijsheid, matigheid en
vrijgevigheid. Elke deugd vertegenwoordigt een gulden middenweg tussen twee
extremen. Moed, bijvoorbeeld, is de middenweg tussen lafheid en roekeloosheid.
Deugdethiek benadrukt dat de ontwikkeling van deugden essentieel is voor een goed
en zinvol leven. Deugden leiden tot eudaimonia, omdat ze ons in staat stellen om op
een harmonieuze manier met anderen om te gaan en ons potentieel te realiseren.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 5, 2025
Number of pages
70
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$10.75
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
4 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
BS123456 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
64
Member since
8 year
Number of followers
1
Documents
34
Last sold
21 hours ago

4.4

9 reviews

5
5
4
3
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions