Samenvatting personen- en familierecht begrepen 1.2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 inleiding Nederlands personen- en familierecht............................3
1.3 het mensenrechtelijke kader.....................................................................3
Hoofdstuk 2 het afstammingsrecht.................................................................4
2.1 inleiding................................................................................................... 4
2.2 ontstaan moederschap.............................................................................5
2.3 Ontstaan vaderschap................................................................................6
2.4 vervangende toestemming erkenning........................................................7
2.4 gerechtelijke vaststelling..........................................................................7
2.7 terugdraaien ouderschap..........................................................................8
2.8 gezag en ouderschap................................................................................8
Hoofdstuk 4 naamrecht..................................................................................9
4.1 inleiding................................................................................................... 9
4.3 wijzigen van voornamen...........................................................................9
4.4 verkrijging van een geslachtsnaam..........................................................10
4.5 wijzigen geslachtsnaam..........................................................................11
4.6 de bevoegdheid om de geslachtsnaam van een ander te voeren...............11
Hoofdstuk 7 huwelijk en geregistreerd partnerschap.....................................12
7.1 inleiding................................................................................................. 12
7.2 huwelijksvereisten..................................................................................12
7.3 huwelijksvoltrekking...............................................................................13
7.4 stuiting en nietigverklaring.....................................................................13
7.5 geregistreerd partnerschap....................................................................15
Hoofdstuk 8 ouderlijk gezag en voogdij.........................................................16
8.1 inleiding................................................................................................. 16
8.2 ouderlijk gezag van rechtswege..............................................................16
8.3 gezamenlijk ouderlijk gezag ongehuwden................................................17
8.4 ouderlijk gezag na verbreking van de (huwelijks) relatie..........................17
,8.5 gezag door een ouder en een niet-ouder..................................................17
8.6 beëindiging van ouderlijk gezag..............................................................18
8.7 voogdij................................................................................................... 19
Hoofdstuk 9 echtscheiding en beëindiging geregistreerd partnerschap..........20
9.1 inleiding................................................................................................. 20
9.2 ouderschapsplan....................................................................................21
9.3 afspraken na scheiding...........................................................................22
9.6 beëindiging geregistreerd partnerschap..................................................27
Hoofdstuk 10 contact, omgang en informatie na de scheiding........................27
10.2 geschillenbeslechting bij gezamenlijk gezag..........................................27
10.4 geschillen over de wijziging van de hoofdverblijfplaats...........................27
10.5 recht op informatie van de ouders met gezag.........................................27
10.6 recht op omgang van de ouder zonder gezag en van derden...................28
10.7 recht op informatie en consultatie ouder zonder gezag...........................29
Hoofdstuk 11 curatele, onderbewindstelling en mentorschap.........................29
11.1 inleiding............................................................................................... 29
11.6 verzoekers tot oplegging van een beschermingsmaatregel.....................31
11.7 benoeming van de belangenbehartiger..................................................31
11.8 verslaglegging en verantwoording.........................................................31
11.9 einde van de beschermingsmaatregel....................................................32
Hoofdstuk 16 Nederlands begrepen erfrecht.................................................32
16.2 wettelijk overzicht................................................................................32
16.3 bescherming van de echtgenoot............................................................33
16.4 testament............................................................................................. 33
16.5 Opstellen testament:............................................................................34
16.6 legitieme portie....................................................................................34
16.7 aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap......................................35
16.8 Afwikkeling van de nalatenschap...........................................................35
16.9 Levenstestament..................................................................................35
Hoofdstuk 3 praktisch personen- en familierecht...........................................36
2
,3.5 rechten en verplichtingen van echtgenoten en partners...........................36
Hoofdstuk 4 praktisch personen en familierecht............................................37
4.1 gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden..........................37
4.2 ontbinding gemeenschap........................................................................38
4.3 huwelijkse voorwaarden..........................................................................39
Hoofdstuk 7 praktisch personen en familierecht............................................40
Hoofdstuk 1 inleiding Nederlands personen- en familierecht
1.3 het mensenrechtelijke kader
Een verdragsbepaling die als eenieder verbindend moet worden beschouwd, heeft voorrang boven
het nationale recht. Art 94 grondwet. ‘’Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften
vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende
bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties’’.
Art 8 EVRM family life luidt als volgt:
Eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn
correspondentie.
3
, Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor
zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de
nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen
van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of
voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Art 14 EVRM discriminatieverbod luidt:
Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder
enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere
mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid,
vermogen, geboorte of andere status.
Family life bestaat tussen:
- Een moeder en het uit haar geboren kind
- De juridische vader en zijn kind
- Een biologische vader (niet zijnde een juridische vader), maar alleen als er sprake is van
bijkomende omstandigheden
- Echtgenoten en ongehuwden die duurzaam samenleven
- Grootouders/andere familieleden en het kind, afhankelijk van de omstandigheden
- Pleegouders, stiefouders of andere verzorgers en het dor hen verzorgde kind, afhankelijk van
de omstandigheden
Wanneer eenmaal is vastgesteld dat er tussen 2 of meer personen een band bestaat die als family life
kan worden aangemerkt, kan daarmee worden getracht worden om diverse rechten of plichten af te
dwingen bij de rechter. Overigens kan het eenmaal ontstane family life later ook weer tenietgaan.
Hoofdstuk 2 het afstammingsrecht
2.1 inleiding
Een kind kan nooit meer dan 2 ouders hebben.
De band tussen een kind en zijn ouders heet een ‘familierechtelijke betrekking’ Art 1:197 BW
Een kind en zijn ouders zijn ‘bloedverwanten’ in de eerste graad. Art 1:3 BW. Als 2 personen
rechtstreeks van elkaar afstammen dan spreekt men van ‘bloedverwantschap in de rechte lijn’.
Is dat niet het geval maar hebben 2 personen dezelfde voorouders dan spreekt men van een
‘bloedverwantschap in de zijlijn’.
Relatie Lijn Graden Toelichting
Jijzelf - 0 Je bent geen
bloedverwant met
jezelf
Ouders Rechte lijn 1e graad Ouders staan boven je
4
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 inleiding Nederlands personen- en familierecht............................3
1.3 het mensenrechtelijke kader.....................................................................3
Hoofdstuk 2 het afstammingsrecht.................................................................4
2.1 inleiding................................................................................................... 4
2.2 ontstaan moederschap.............................................................................5
2.3 Ontstaan vaderschap................................................................................6
2.4 vervangende toestemming erkenning........................................................7
2.4 gerechtelijke vaststelling..........................................................................7
2.7 terugdraaien ouderschap..........................................................................8
2.8 gezag en ouderschap................................................................................8
Hoofdstuk 4 naamrecht..................................................................................9
4.1 inleiding................................................................................................... 9
4.3 wijzigen van voornamen...........................................................................9
4.4 verkrijging van een geslachtsnaam..........................................................10
4.5 wijzigen geslachtsnaam..........................................................................11
4.6 de bevoegdheid om de geslachtsnaam van een ander te voeren...............11
Hoofdstuk 7 huwelijk en geregistreerd partnerschap.....................................12
7.1 inleiding................................................................................................. 12
7.2 huwelijksvereisten..................................................................................12
7.3 huwelijksvoltrekking...............................................................................13
7.4 stuiting en nietigverklaring.....................................................................13
7.5 geregistreerd partnerschap....................................................................15
Hoofdstuk 8 ouderlijk gezag en voogdij.........................................................16
8.1 inleiding................................................................................................. 16
8.2 ouderlijk gezag van rechtswege..............................................................16
8.3 gezamenlijk ouderlijk gezag ongehuwden................................................17
8.4 ouderlijk gezag na verbreking van de (huwelijks) relatie..........................17
,8.5 gezag door een ouder en een niet-ouder..................................................17
8.6 beëindiging van ouderlijk gezag..............................................................18
8.7 voogdij................................................................................................... 19
Hoofdstuk 9 echtscheiding en beëindiging geregistreerd partnerschap..........20
9.1 inleiding................................................................................................. 20
9.2 ouderschapsplan....................................................................................21
9.3 afspraken na scheiding...........................................................................22
9.6 beëindiging geregistreerd partnerschap..................................................27
Hoofdstuk 10 contact, omgang en informatie na de scheiding........................27
10.2 geschillenbeslechting bij gezamenlijk gezag..........................................27
10.4 geschillen over de wijziging van de hoofdverblijfplaats...........................27
10.5 recht op informatie van de ouders met gezag.........................................27
10.6 recht op omgang van de ouder zonder gezag en van derden...................28
10.7 recht op informatie en consultatie ouder zonder gezag...........................29
Hoofdstuk 11 curatele, onderbewindstelling en mentorschap.........................29
11.1 inleiding............................................................................................... 29
11.6 verzoekers tot oplegging van een beschermingsmaatregel.....................31
11.7 benoeming van de belangenbehartiger..................................................31
11.8 verslaglegging en verantwoording.........................................................31
11.9 einde van de beschermingsmaatregel....................................................32
Hoofdstuk 16 Nederlands begrepen erfrecht.................................................32
16.2 wettelijk overzicht................................................................................32
16.3 bescherming van de echtgenoot............................................................33
16.4 testament............................................................................................. 33
16.5 Opstellen testament:............................................................................34
16.6 legitieme portie....................................................................................34
16.7 aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap......................................35
16.8 Afwikkeling van de nalatenschap...........................................................35
16.9 Levenstestament..................................................................................35
Hoofdstuk 3 praktisch personen- en familierecht...........................................36
2
,3.5 rechten en verplichtingen van echtgenoten en partners...........................36
Hoofdstuk 4 praktisch personen en familierecht............................................37
4.1 gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden..........................37
4.2 ontbinding gemeenschap........................................................................38
4.3 huwelijkse voorwaarden..........................................................................39
Hoofdstuk 7 praktisch personen en familierecht............................................40
Hoofdstuk 1 inleiding Nederlands personen- en familierecht
1.3 het mensenrechtelijke kader
Een verdragsbepaling die als eenieder verbindend moet worden beschouwd, heeft voorrang boven
het nationale recht. Art 94 grondwet. ‘’Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften
vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende
bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties’’.
Art 8 EVRM family life luidt als volgt:
Eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn
correspondentie.
3
, Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor
zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de
nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen
van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of
voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Art 14 EVRM discriminatieverbod luidt:
Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder
enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere
mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid,
vermogen, geboorte of andere status.
Family life bestaat tussen:
- Een moeder en het uit haar geboren kind
- De juridische vader en zijn kind
- Een biologische vader (niet zijnde een juridische vader), maar alleen als er sprake is van
bijkomende omstandigheden
- Echtgenoten en ongehuwden die duurzaam samenleven
- Grootouders/andere familieleden en het kind, afhankelijk van de omstandigheden
- Pleegouders, stiefouders of andere verzorgers en het dor hen verzorgde kind, afhankelijk van
de omstandigheden
Wanneer eenmaal is vastgesteld dat er tussen 2 of meer personen een band bestaat die als family life
kan worden aangemerkt, kan daarmee worden getracht worden om diverse rechten of plichten af te
dwingen bij de rechter. Overigens kan het eenmaal ontstane family life later ook weer tenietgaan.
Hoofdstuk 2 het afstammingsrecht
2.1 inleiding
Een kind kan nooit meer dan 2 ouders hebben.
De band tussen een kind en zijn ouders heet een ‘familierechtelijke betrekking’ Art 1:197 BW
Een kind en zijn ouders zijn ‘bloedverwanten’ in de eerste graad. Art 1:3 BW. Als 2 personen
rechtstreeks van elkaar afstammen dan spreekt men van ‘bloedverwantschap in de rechte lijn’.
Is dat niet het geval maar hebben 2 personen dezelfde voorouders dan spreekt men van een
‘bloedverwantschap in de zijlijn’.
Relatie Lijn Graden Toelichting
Jijzelf - 0 Je bent geen
bloedverwant met
jezelf
Ouders Rechte lijn 1e graad Ouders staan boven je
4