Hoorcolleges internationaal privaatrecht
Week 1A
Inleiding
Voorbeelden
- Als Nederlander gaat werken voor bedrijf in Engeland, wat voor
vragen rijzen er dan? Bijv. welk recht is van toepassing op zijn
arbeidsovk. Als zijn ao moet worden ontslagen, naar welke rechter
kan hij dan?
- NL vrouw trouwt met Argentijnse vrouw, welke
huwelijksvermogensregime is van toepassing? ‘
- Huwelijk in las Vegas.
In NL hebben we geen punitive damages, dit kennen wij niet. wij geven
schadevergoeding om diegene terug te keren in zelfde staat, maar we
doen er niet nog wat bij op. HOF zegt het is ism openbare orde, dus extra
straf erkennen ze niet.
Onderdelen ipr
1. Is NL rechter bevoegd
2. Toepassen vreemd recht
3. Internationaal erkennings- en tenuitvoerleggingsrecht.
IPR is nationaal recht voor internationale gevallen, om dat rechtsverkeer
zo goed mogelijk te reguleren. Dit geven we vorm o.b.v. waarden, normen
en rechtsbeginselen. Het feit dat je NL ipr hebt en Chinees ipr hebt,
betekent dat rechtsposities kunnen verschillen. Dus het kan zo zijn dat
men in China zegt dat hun huwelijksvermogensrecht van toepassing is,
maar NL zegt dat ook.
Je hebt voor toepassing van IPR= grensoverschrijdend rechtsverkeer nodig
+ niet het zelfde recht. dit recht is verspreid over EU verordeningen,
verdragen, boek 10 BW en het wetboek van rechtsvordering. IPR kijkt
vooral wat de kwestie is, gaat het over bevoegdheid dan kijk je
verordening. Gaat het over toepassing kijk je naar rechtsvordering.
IPR is nationaal recht voor internationale gevallen. Ieder land heeft
zijn eigen IPR-regels
Geschiedenis
Buitenlands recht wordt toegepast om schappelijk te blijven. Bij de
Grieken had je pech als je buitenlands was. Bij de Romeinen werd een
nieuw stuk grond gewoon belast met Romeins recht. Bij de Germanen had
je gewoon het recht tot welke stam je behoorde. In Noord-Italië werd in de
12e eeuw het beste recht toegepast, was dus maar net wat het best
toepasselijk was. Bij de statutisten waren er twee vragen: kunnen eigen
wetten op vreemdelingen worden toegepast en gelden eigen wetten ook
buiten de stadsstaat? Het uitgangspunt was hier de interne rechtsregel. Er
werden rechtsregels in klassen ingedeeld. Zoals statuta personalia;
gekoppeld aan persoon (bv: persoon onder de 25 mag geen testament
opmaken. Deze regel geldt nog steeds indien de persoon naar een ander
,gebied gaat, omdat deze regel voordelig is voor die persoon. Indien het
nadelig is, gaat het niet mee naar het andere rechtsgebied. Dit had
uitsluitend betrekking op de reikwijdte van het eigen recht. Maar, daar
waar het eigen recht geen toepassing verlangt paste men dezelfde
conflictregels toe op vreemde statuten. Hierbij was er geen aandacht voor
de grondslag, dus waarom. Frans recht ging hier op door en er kwamen
drie categorieën; persoon, grondgebied en plaats van handelen.
Vervolgens is deze theorie naar NL gebracht. Hier was meer aandacht voor
de vraag waarom buitenlands recht moest worden toegepast. Bij de
republiek NL golden er in elke provincie andere rechtsregels. Voet kwam
met een oplossing naar welwillendheid. Huber stelde de volkenrechtelijke
verplichting, tenzij er strijd was met de belangen van de provincie zelf. Het
is een internationale rechtsplicht om rechtsregels uit andere landen te
aanvaarden. In de 19e eeuw werd de statutenleer gecodificeerd.
Statutisten/statutenleer: kunnen eigen wetten worden toegepast op
vreemdelingen / gelden eigen wetten buiten ons grondgebied. Dus
waren bezig met reikwijdte van het eigen recht. Volgt de persoon
niet als het buiten het gebied van de wetgever is als het nadelig is.
Geen aandacht voor de grondslag. 3 klassen.
Huber: territoriale werking van wetgeving. Waarom toepassen
buitenlandsrecht? het is een internationale rechtsplicht; staten zijn
soeverein en wetgeving geldt alleen binnen landsgrenzen, maar op
basis van de soevereiniteit moet soms ook vreemd recht worden
toegepast in je eigen land. Comitas-begrip
Von Savigny
Hij zorgde voor een omwenteling. Hij ging niet uit van soevereiniteit, maar
stelt dat landen gezamenlijk een volkenrechtelijke gemeenschap vormen.
Het recht wordt niet door de wetgever gemaakt, maar komt voort uit de
maatschappij. Voor de zetel kijk je naar het zwaartepunt, dus vaak waar
het plaats vindt. Er worden verwijzingsregels toegepast, waardoor beide
landen op hetzelfde recht uitkomen. Dit recht is dus indirect, neutraal en
abstract. Deze methode wordt nu nog steeds gebruikt en werd
gecodificeerd. Dus rechtstelsel vinden waar hij het nauwst mee is
verbonden. Dus je hebt een abstracte rechtsverhouding en dan kijken
waar nauwst mee verbonden. Dus los van de regels van de BW.
Bij de statutenleer keek je per rechtsregel naar de reikwijdte en dit werd
ingedeeld in categorieën. Als NL niet van toepassing is, keek men naar
waar het proces zich afspeelde. Dit was lastig, dus werden er nieuwe
theorieën bedacht. Eerst werd de statutenleer gecodificeerd.
Uitgangspunt is dus dat je telkens moet kijken wat de reikwijdte is, dus
moeilijk hanteerbaar. Von Savigny bedacht iets beters: het zwaartepunt
van de rechtsverhouding moest worden toegepast, dus de zetel. Dit recht
werd vervolgens toegepast. Dus waar het nauwst mee verbonden is. Het
comitas-begrip werd weggegooid en alle landen werden als een
gemeenschap gezien. De rechtsinstituten en beginsel van het privaatrecht
werden in alle landen gedeeld, dit was een voorwaarde voor deze theorie.
Het conflictenrecht wordt verwijzingsrecht, met aanknopingspunten zoals
,bijvoorbeeld plaats van levering. Het doel van deze theorie is de
beslissingsharmonie: iedere rechter zou op hetzelfde toepasselijke recht
moeten uitkomen. De verwijzingsregel werd dus van eenzijdig naar
meerzijdig gewijzigd. Eerst volgde de Nederlander de Nederlandse wet,
hierna dus de zetel.
Verwijzingsregel: regel die zegt dat van toepassing is het recht van het
land waar de ovk wordt gesloten, ook dat vind je in nauwst verbonden
recht. dit is ook los van het materiele recht. Dit is super simpel en
makkelijk toe te passen.
Omdat privaatrecht in al deze landen het zelfde is, zal men uiteindelijk in
al die landen dezelfde verwijzingsregel ontwikkelen. Je hebt
beslissingsharmonie, door dezelfde normen en waarden.
Von Savigny: inhoud, aard en strekking van het interne materiele
recht speelt geen rol meer bij het bepalen van het toepasselijke
recht. zoeken naar nauwst verbonden recht, dus zwaartepunt
Kenmerken conflictenrecht Von Savigny
- Indirect: een indirecte verwijzingsregel. Grensoverschrijdende
situatie, kijken waar zwaartepunt is en dat recht pas ik toe. (nauwst
verbonden recht zoeken ongeacht de inhoud)
- Neutraal*: tegenover recht, hij had geen voorkeur naar eigen recht
- Abstract: los van de concrete omstandigheden van het geval. Geldt
voor ieder huwelijk/ovk geldt die regel. Dus niet kijken naar
omstandigheden van het geval
Moderne IPR
Het huidige conflictenrecht is gebaseerd op zetel van
rechtsverhouding/nauwste verbondenheid van Von S. maar wij kennen
bescherming zwakkere partijen en dat sommige recht hebben op
alimentatie, dus het is niet meer 100 procent neutraal*. Die
verwijzingsregel is dus niet meer los van de inhoud.
Structuur verwijzingsregels
1. Verwijzingscategorie (onderwerp)
2. Regel met de aanknopingsfactor (norm)
3. Toepasselijk recht (gevolg)
Voorbeelden
Artikel 4 Rome I-VO het recht dat van toepassing is op de overeenkomst
van roerende zaken wordt beheerst door land waar verkoper gewone
verblijfplaats heeft.
Artikel 4 Rome II-VO onrechtmatige daad, daar waar de schade zich
voordoet
*steeds is het uitgangspunt vinden van de nauwste verbondenheid.
Wat nou als het gaat om familierecht, wat is dan het meest geschikte
aanknopingsfactor waarmee de band en de nauw verbonden recht wordt
, gevonden? In familie kun je aanknopen bij nationaliteit of gewone
verblijfplaats. Kijken welke het meest geschikt is.
Wat is gewone verblijfplaats definitie is plaats waar iemand feitelijk zijn
hoofdverblijf heeft. Dat geeft al een band met dat land. Woonplaats uit
boek 1 is niet relevant, dat is waar je inschrijft bij de gemeente, nee het
gaat om feitelijk verblijf. Dus eerste stap is om te kijken waar de persoon
werkelijk, waar heeft hij bankrekening, waar studeert hij, worden z’n
abonnementen bezorgd, sportschool ect om te kijken met wat hij een
nauwe band heeft. Daarnaast is duur en intentie ook van belang.
- Mark Rutte: werkt en woont in Brussel, dus dat zijn verblijfplaats
- Floortje Dessing: WG is in nl, ze keert elke keer weer terug naar NL.
dus verblijfplaats in NL
- NederDuitsers: wonen in DE maar leven in NL, kijken naar duur en
intentie. Ze wonen al 10 jaar en dan gaan ze dood. Was de persoon
van plan daar lang te blijven, ja; dus grensbewoners wss
verblijfplaats in DE.
Woonplaats = feitelijk hoofdverblijf + duur + reden van verblijf+
intentie om verblijf voor te zetten
Aanknopingspunt nationaliteit
Dit is heel makkelijk, gewoon paspoort bekijken. Beter hanteerbaar dan
gewone verblijfsplaats. Artikel 10:8 BW toets of nationaliteit voldoende
aanknopingswaarde heeft. Lid 1: zegt berust op regelen met nauwste
verbondenheid en blijft buiten toepassing als meer is verbonden met
ander rechtstelsel.
- 2 nationaliteiten, per verwijzingscatergorie de juiste regel opzoeken,
en kijken of daar iets is over geregeld. Zie bijv. 10:11 BW. dus
Duitser die ook NL heeft, maar gewone verblijfplaats in DE, dan is DE
het nauwst verbonden recht.
- Staatlozen geldt 10:16: iemand die heeft geen nationaliteit, dan
recht van gewone verblijfplaats
- Meervoudig rechtsstelsel: bijv. als een verwijzingsregel zegt dat NL
van toepassing is en je hebt het Koninkrijk der Nederlanden, welk
recht pak je dan. Aruba…, dan geldt de hulpregel van @
Steeds verwijzingscategorie, dat kan ovk zijn, erfrecht, huwelijksvermogen
zijn, daar zit verwijzingsregel achter (recht van nationaliteit of gewone
verblijfsplaats).
Week 1B
Vandaag gaan we verder met theorie van Von savgini en hoe we dat gaan
toepassen.
Herhaling
Uitgangspunt van de statutenleer waren de regels in het BW en dan
bepalen wat het ruimtelijke toepassingsgebied is. welke regels van NL
recht zouden die persoon moeten volgen. Uitgangspunt was eigenrecht,
Week 1A
Inleiding
Voorbeelden
- Als Nederlander gaat werken voor bedrijf in Engeland, wat voor
vragen rijzen er dan? Bijv. welk recht is van toepassing op zijn
arbeidsovk. Als zijn ao moet worden ontslagen, naar welke rechter
kan hij dan?
- NL vrouw trouwt met Argentijnse vrouw, welke
huwelijksvermogensregime is van toepassing? ‘
- Huwelijk in las Vegas.
In NL hebben we geen punitive damages, dit kennen wij niet. wij geven
schadevergoeding om diegene terug te keren in zelfde staat, maar we
doen er niet nog wat bij op. HOF zegt het is ism openbare orde, dus extra
straf erkennen ze niet.
Onderdelen ipr
1. Is NL rechter bevoegd
2. Toepassen vreemd recht
3. Internationaal erkennings- en tenuitvoerleggingsrecht.
IPR is nationaal recht voor internationale gevallen, om dat rechtsverkeer
zo goed mogelijk te reguleren. Dit geven we vorm o.b.v. waarden, normen
en rechtsbeginselen. Het feit dat je NL ipr hebt en Chinees ipr hebt,
betekent dat rechtsposities kunnen verschillen. Dus het kan zo zijn dat
men in China zegt dat hun huwelijksvermogensrecht van toepassing is,
maar NL zegt dat ook.
Je hebt voor toepassing van IPR= grensoverschrijdend rechtsverkeer nodig
+ niet het zelfde recht. dit recht is verspreid over EU verordeningen,
verdragen, boek 10 BW en het wetboek van rechtsvordering. IPR kijkt
vooral wat de kwestie is, gaat het over bevoegdheid dan kijk je
verordening. Gaat het over toepassing kijk je naar rechtsvordering.
IPR is nationaal recht voor internationale gevallen. Ieder land heeft
zijn eigen IPR-regels
Geschiedenis
Buitenlands recht wordt toegepast om schappelijk te blijven. Bij de
Grieken had je pech als je buitenlands was. Bij de Romeinen werd een
nieuw stuk grond gewoon belast met Romeins recht. Bij de Germanen had
je gewoon het recht tot welke stam je behoorde. In Noord-Italië werd in de
12e eeuw het beste recht toegepast, was dus maar net wat het best
toepasselijk was. Bij de statutisten waren er twee vragen: kunnen eigen
wetten op vreemdelingen worden toegepast en gelden eigen wetten ook
buiten de stadsstaat? Het uitgangspunt was hier de interne rechtsregel. Er
werden rechtsregels in klassen ingedeeld. Zoals statuta personalia;
gekoppeld aan persoon (bv: persoon onder de 25 mag geen testament
opmaken. Deze regel geldt nog steeds indien de persoon naar een ander
,gebied gaat, omdat deze regel voordelig is voor die persoon. Indien het
nadelig is, gaat het niet mee naar het andere rechtsgebied. Dit had
uitsluitend betrekking op de reikwijdte van het eigen recht. Maar, daar
waar het eigen recht geen toepassing verlangt paste men dezelfde
conflictregels toe op vreemde statuten. Hierbij was er geen aandacht voor
de grondslag, dus waarom. Frans recht ging hier op door en er kwamen
drie categorieën; persoon, grondgebied en plaats van handelen.
Vervolgens is deze theorie naar NL gebracht. Hier was meer aandacht voor
de vraag waarom buitenlands recht moest worden toegepast. Bij de
republiek NL golden er in elke provincie andere rechtsregels. Voet kwam
met een oplossing naar welwillendheid. Huber stelde de volkenrechtelijke
verplichting, tenzij er strijd was met de belangen van de provincie zelf. Het
is een internationale rechtsplicht om rechtsregels uit andere landen te
aanvaarden. In de 19e eeuw werd de statutenleer gecodificeerd.
Statutisten/statutenleer: kunnen eigen wetten worden toegepast op
vreemdelingen / gelden eigen wetten buiten ons grondgebied. Dus
waren bezig met reikwijdte van het eigen recht. Volgt de persoon
niet als het buiten het gebied van de wetgever is als het nadelig is.
Geen aandacht voor de grondslag. 3 klassen.
Huber: territoriale werking van wetgeving. Waarom toepassen
buitenlandsrecht? het is een internationale rechtsplicht; staten zijn
soeverein en wetgeving geldt alleen binnen landsgrenzen, maar op
basis van de soevereiniteit moet soms ook vreemd recht worden
toegepast in je eigen land. Comitas-begrip
Von Savigny
Hij zorgde voor een omwenteling. Hij ging niet uit van soevereiniteit, maar
stelt dat landen gezamenlijk een volkenrechtelijke gemeenschap vormen.
Het recht wordt niet door de wetgever gemaakt, maar komt voort uit de
maatschappij. Voor de zetel kijk je naar het zwaartepunt, dus vaak waar
het plaats vindt. Er worden verwijzingsregels toegepast, waardoor beide
landen op hetzelfde recht uitkomen. Dit recht is dus indirect, neutraal en
abstract. Deze methode wordt nu nog steeds gebruikt en werd
gecodificeerd. Dus rechtstelsel vinden waar hij het nauwst mee is
verbonden. Dus je hebt een abstracte rechtsverhouding en dan kijken
waar nauwst mee verbonden. Dus los van de regels van de BW.
Bij de statutenleer keek je per rechtsregel naar de reikwijdte en dit werd
ingedeeld in categorieën. Als NL niet van toepassing is, keek men naar
waar het proces zich afspeelde. Dit was lastig, dus werden er nieuwe
theorieën bedacht. Eerst werd de statutenleer gecodificeerd.
Uitgangspunt is dus dat je telkens moet kijken wat de reikwijdte is, dus
moeilijk hanteerbaar. Von Savigny bedacht iets beters: het zwaartepunt
van de rechtsverhouding moest worden toegepast, dus de zetel. Dit recht
werd vervolgens toegepast. Dus waar het nauwst mee verbonden is. Het
comitas-begrip werd weggegooid en alle landen werden als een
gemeenschap gezien. De rechtsinstituten en beginsel van het privaatrecht
werden in alle landen gedeeld, dit was een voorwaarde voor deze theorie.
Het conflictenrecht wordt verwijzingsrecht, met aanknopingspunten zoals
,bijvoorbeeld plaats van levering. Het doel van deze theorie is de
beslissingsharmonie: iedere rechter zou op hetzelfde toepasselijke recht
moeten uitkomen. De verwijzingsregel werd dus van eenzijdig naar
meerzijdig gewijzigd. Eerst volgde de Nederlander de Nederlandse wet,
hierna dus de zetel.
Verwijzingsregel: regel die zegt dat van toepassing is het recht van het
land waar de ovk wordt gesloten, ook dat vind je in nauwst verbonden
recht. dit is ook los van het materiele recht. Dit is super simpel en
makkelijk toe te passen.
Omdat privaatrecht in al deze landen het zelfde is, zal men uiteindelijk in
al die landen dezelfde verwijzingsregel ontwikkelen. Je hebt
beslissingsharmonie, door dezelfde normen en waarden.
Von Savigny: inhoud, aard en strekking van het interne materiele
recht speelt geen rol meer bij het bepalen van het toepasselijke
recht. zoeken naar nauwst verbonden recht, dus zwaartepunt
Kenmerken conflictenrecht Von Savigny
- Indirect: een indirecte verwijzingsregel. Grensoverschrijdende
situatie, kijken waar zwaartepunt is en dat recht pas ik toe. (nauwst
verbonden recht zoeken ongeacht de inhoud)
- Neutraal*: tegenover recht, hij had geen voorkeur naar eigen recht
- Abstract: los van de concrete omstandigheden van het geval. Geldt
voor ieder huwelijk/ovk geldt die regel. Dus niet kijken naar
omstandigheden van het geval
Moderne IPR
Het huidige conflictenrecht is gebaseerd op zetel van
rechtsverhouding/nauwste verbondenheid van Von S. maar wij kennen
bescherming zwakkere partijen en dat sommige recht hebben op
alimentatie, dus het is niet meer 100 procent neutraal*. Die
verwijzingsregel is dus niet meer los van de inhoud.
Structuur verwijzingsregels
1. Verwijzingscategorie (onderwerp)
2. Regel met de aanknopingsfactor (norm)
3. Toepasselijk recht (gevolg)
Voorbeelden
Artikel 4 Rome I-VO het recht dat van toepassing is op de overeenkomst
van roerende zaken wordt beheerst door land waar verkoper gewone
verblijfplaats heeft.
Artikel 4 Rome II-VO onrechtmatige daad, daar waar de schade zich
voordoet
*steeds is het uitgangspunt vinden van de nauwste verbondenheid.
Wat nou als het gaat om familierecht, wat is dan het meest geschikte
aanknopingsfactor waarmee de band en de nauw verbonden recht wordt
, gevonden? In familie kun je aanknopen bij nationaliteit of gewone
verblijfplaats. Kijken welke het meest geschikt is.
Wat is gewone verblijfplaats definitie is plaats waar iemand feitelijk zijn
hoofdverblijf heeft. Dat geeft al een band met dat land. Woonplaats uit
boek 1 is niet relevant, dat is waar je inschrijft bij de gemeente, nee het
gaat om feitelijk verblijf. Dus eerste stap is om te kijken waar de persoon
werkelijk, waar heeft hij bankrekening, waar studeert hij, worden z’n
abonnementen bezorgd, sportschool ect om te kijken met wat hij een
nauwe band heeft. Daarnaast is duur en intentie ook van belang.
- Mark Rutte: werkt en woont in Brussel, dus dat zijn verblijfplaats
- Floortje Dessing: WG is in nl, ze keert elke keer weer terug naar NL.
dus verblijfplaats in NL
- NederDuitsers: wonen in DE maar leven in NL, kijken naar duur en
intentie. Ze wonen al 10 jaar en dan gaan ze dood. Was de persoon
van plan daar lang te blijven, ja; dus grensbewoners wss
verblijfplaats in DE.
Woonplaats = feitelijk hoofdverblijf + duur + reden van verblijf+
intentie om verblijf voor te zetten
Aanknopingspunt nationaliteit
Dit is heel makkelijk, gewoon paspoort bekijken. Beter hanteerbaar dan
gewone verblijfsplaats. Artikel 10:8 BW toets of nationaliteit voldoende
aanknopingswaarde heeft. Lid 1: zegt berust op regelen met nauwste
verbondenheid en blijft buiten toepassing als meer is verbonden met
ander rechtstelsel.
- 2 nationaliteiten, per verwijzingscatergorie de juiste regel opzoeken,
en kijken of daar iets is over geregeld. Zie bijv. 10:11 BW. dus
Duitser die ook NL heeft, maar gewone verblijfplaats in DE, dan is DE
het nauwst verbonden recht.
- Staatlozen geldt 10:16: iemand die heeft geen nationaliteit, dan
recht van gewone verblijfplaats
- Meervoudig rechtsstelsel: bijv. als een verwijzingsregel zegt dat NL
van toepassing is en je hebt het Koninkrijk der Nederlanden, welk
recht pak je dan. Aruba…, dan geldt de hulpregel van @
Steeds verwijzingscategorie, dat kan ovk zijn, erfrecht, huwelijksvermogen
zijn, daar zit verwijzingsregel achter (recht van nationaliteit of gewone
verblijfsplaats).
Week 1B
Vandaag gaan we verder met theorie van Von savgini en hoe we dat gaan
toepassen.
Herhaling
Uitgangspunt van de statutenleer waren de regels in het BW en dan
bepalen wat het ruimtelijke toepassingsgebied is. welke regels van NL
recht zouden die persoon moeten volgen. Uitgangspunt was eigenrecht,