Hoorcollege 1: Introductie Toxicologie
Toxicologie kennis van dierlijke gifstoffen en plantenextracten voor jacht, oorlog en moord
toxicum = pijlgif (latijn)
- Welke stoffen zijn giftig?
- Hoe wordt de mens blootgesteld?
- Hoe werkt een giftige stof?
- Hoe zijn risico’s te vermijden?
> Voorbeelden van giftige stoffen:
- Geneesmiddelen (bijv. thalidomide, paracetamol..)
- Industriechemicaliën (bijv. benzeen (tussenproduct industrie))
- Oplosmiddelen (bijv. petroleumeter)
- Bestrijdingsmiddelen (ziekten en plagen in landbouw bestrijden)
- Additieven (bijv. kleurstoffen, PFAS)
- Stoffen uit de natuur (tetrodotoxine, Paddo’s)
> Intentionele vergiftigingen (bewuste blootstelling)
- Chemische oorlogvoering (bijv. mosterdgas)
- Verslavingen (bijv. heroïne, cocaïne, XTC)
- Zelfmoord en moord:
Geneesmiddelen (bijv. paracetamol)
Bestrijdingsmiddelen (bijv. paraquat)
Giftige metalen (bijv. arsenicum, lood)
Natuurproducten (bijv. ricine) politieke moord (londense paraplumoord) via pijltje uit
paraplu spuit ingediend werking op maag-darm stelsel
Voorbeeld: Novitsjok; vergiftiging aleksej navalny
werkte in op synaptische acetylcholine esterase prikkelgeleiding gaat niet meer goed spasmen
sterfte
> Paracelsus: alle stoffen zijn giftig, maar de dosis bepaalt
hoe ziek je er van wordt
basis voor dosis-effect relatie
* LD50: L = lethaal, D = Dosis
mediane letale dosis/concentratie = hoeveelheid die nodig is
om van een groep proefdieren de helft te laten overlijden
binnen een bepaalde periode
* ED50/EC50: Dosis/concentratie die 50% effect geeft, E =
effect
* NOEC = no observed effect concentratie
* NEL = no effect level
Duidelijk aangeven welke parameter is gemeten + Hoelang heeft blootstelling geduurd?
Eenheden verschillen:
,-LD50, ED50 = dosis in mg/kg lichaamsgewicht (oraal/dermaal)
- LC50 =, EC50, NOEC, LOEC = concentratie in medium
Dosis en concentratie zijn 2 begrippen die verschillende eenheden bevatten
Deze eindpunten geven maat voor giftigheid
Daarmee vergelijking mogelijk van toxische potentie (hoe giftig is een stof?)
Hoe giftig is een stof?
Welke stof is het meest giftig?
Hoe lager de waarde, hoe giftiger de stof hoe minder je nodig hebt om effect te bereiken
Terminologie voor toxische effecten:
- Acuut: Snelwerkend
- Chronisch: effect na lange tijd
- Hepatotoxisch: werkt op de lever
- Nefrotoxisch: werkt op de nier
- Neurotoxisch: werkt op het zenuwstelsel
- Allergeen: veroorzaakt allergieën
- Teratogeen: afwijkingen aan de vrucht
- Mutageen: veranderingen in het DNA
Hoe bepalen we de toxiciteit?
In vivo toxiciteitstesten met zoogdieren:
- Acuut (oraal, dermaal, inhalatie) test: 1 malige dosis overleving (LD50)
- Mutageniteit (Ames test; bacteriën)
- Huid sensitisatie
- Huid en oog-irritatie
,- 90-dagen toxiciteitstest (oraal): overleving, biochemische eindpunten (NOEC/NOAEL)
- 2-jaar dieetstudie: carcinogeniteit etc.
Liever langdurige studie dan acute studie
Voorbeeld:
Softenon-baby: zeer ernstige geboorteafwijkingen door gebruik van teratogeen slaapmiddel
(thalidomide) tijdens zwangerschap
Effecten van thalidomide tussen dag 20-36 na conceptie
Gevoeligheidsvenster in ontwikkeling:
Afwijkingen specifiek afhankelijk van moment van blootstelling
> Risicobeoordeling:
bevat 2 poten;
1. Blootstelling (wat is de dosis dat mensen binnenkrijgen) = PEC = predicted environmental
concentration
2. Hoe giftig is de stof? Hazard
Geen-effect-niveau PNEC = predicted no effect
concentration
Veiligheidsmarge: tussen blootstellingconcentratie
in het milieu (PEC) en geen-effect-niveau (PNEC)
PEC boven PNEC? Probleem/Risico
De dosis bepaalt het risico
> Normering van risico’s
Maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR): sterfkans per jaar – 1 op de 10.000.000
Verwaarloosbaar risico (VR): sterftekans per jaar – 1 op 100.000.000
> Toxicologie als vakgebied
1. Milieutoxicologie: effecten van stoffen in het milieu (bodem, water, lucht,
voeding) op mens
2. Ecotoxicologie: effecten van stoffen op het milieu (planten, dieren, micro-
organismen, ecosystemen)
> Conclusie:
- (Potentieel) toxische stoffen alom aanwezig grote behoefte aan toxicologische kennis
- Kennis over (natuurlijk) toxines al heel oud
- Moderne toxicologie: paracelsus <-> dosis-effect
- Toxicologie: effecten op menselijke gezondheid
- Ecotoxicologie: effecten op milieu/ecosysteem
- Blootstelling-effect vergelijking is basis voor toxicologische risicobeoordeling
, Hoorcollege 2: Stofeigenschappen en zware metalen
- Risico voor de mens van een stof hangt af van toxiciteit (hazard) + blootstelling
- Lotgevallen in milieu kunnen complex zijn
- Vorm waarin stof de mens bereikt kan verschillen van die waarin hij werd uitgestoten
- Houd rekening met accumulatie in voedselketen
- Houd rekening met voedselkeuze en andere gedragingen specifiek voor bepaalde groepen
Plaatje routes milieu:
Hoe verdeelt een stof zich over de milieu-compartimenten?
Partitie- of verdelingscoëfficiënten:
geven verhouding van concentraties van stof in 2 media, bijv. lucht-
water of water-bodem
geven beeld van verspreiding van stoffen in het milieu Zijn dus
belangrijk voor bepalen blootstelling
bijv. een stof wat heel goed oplosbaar is in water zal zich makkelijker
verspreiden
- Henry-constante (water- lucht)
vluchtigheid
- Octanol (model voor vet/vetbindendheid) – water – verdelingscoëfficiënt (water-vet)
lipofiliteit
- Zuurdissociatieconstante (zuur-H+)
afsplitsen van H+ of OH-
- Sorptiecoëfficiënt
hechting aan bodem of aan voedsel