BPO1 micro-economie werkgroep 1, Femke Spijkers en Daniëlle Zonjee
a) marktevenwicht D=S, demand = supply.
dat betekent: a-2p = 1 + 3p
het marktevenwicht
het evenwicht ligt dan op: 5p = a -1 → p = (a-1) / 5
QD = a - 2* ((a-1) / 5)
= a - 2 * (⅕ a - ⅕)
=a-⅖a+⅖
=⅗a+⅖
dus Q = ⅗a + ⅖
prijselasticiteit van de vraag in het evenwicht
D = a - 2*p
Prijselasticiteit = dQ/dP * P/Q
= -2* ((a-1) / 5) / (⅗ a + ⅖ ))
= -2 * ((a-1) / 5) / (0.6a + 0.4))
= (-0.4a + 0.4) / (0.6a+0.4)
= -⅔ a + 1
dus de prijselasticiteit = -⅔ a + 1
b) (We snapten de vraagstelling niet volledig maar we hopen dat dit de bedoeling was)
In de economie is een vraagschok een plotselinge gebeurtenis die al of niet tijdelijk
leidt tot stijgingen of dalingen van de vraag naar goederen of diensten.
omdat da < 0 dus (a+da) (a + het min getal van da)
oude situatie: P=(a-1)/5
nieuwe situatie: P=(a+da-1)/5
Marktevenwicht
QD = (a+da) - 2* (((a+da)-1) / 5)
= (a+da) - 2 * (⅕(a+da) - ⅕)
= (a+da) - ⅖(a+da) + ⅖
= ⅗*(a+da) + ⅖
dus Q = ⅗(a+da) + ⅖
a) marktevenwicht D=S, demand = supply.
dat betekent: a-2p = 1 + 3p
het marktevenwicht
het evenwicht ligt dan op: 5p = a -1 → p = (a-1) / 5
QD = a - 2* ((a-1) / 5)
= a - 2 * (⅕ a - ⅕)
=a-⅖a+⅖
=⅗a+⅖
dus Q = ⅗a + ⅖
prijselasticiteit van de vraag in het evenwicht
D = a - 2*p
Prijselasticiteit = dQ/dP * P/Q
= -2* ((a-1) / 5) / (⅗ a + ⅖ ))
= -2 * ((a-1) / 5) / (0.6a + 0.4))
= (-0.4a + 0.4) / (0.6a+0.4)
= -⅔ a + 1
dus de prijselasticiteit = -⅔ a + 1
b) (We snapten de vraagstelling niet volledig maar we hopen dat dit de bedoeling was)
In de economie is een vraagschok een plotselinge gebeurtenis die al of niet tijdelijk
leidt tot stijgingen of dalingen van de vraag naar goederen of diensten.
omdat da < 0 dus (a+da) (a + het min getal van da)
oude situatie: P=(a-1)/5
nieuwe situatie: P=(a+da-1)/5
Marktevenwicht
QD = (a+da) - 2* (((a+da)-1) / 5)
= (a+da) - 2 * (⅕(a+da) - ⅕)
= (a+da) - ⅖(a+da) + ⅖
= ⅗*(a+da) + ⅖
dus Q = ⅗(a+da) + ⅖