Hoofdstuk 4 Geheugen
4.1 wat is het geheugen
Geheugen is een systeem dat informatie codeert, opslaat en weer terughaalt.
Breinleren betekend dat je leert op de manier die goed werkt voor je hersenen.
Het informatieverwerkingsmodel is een interpretatie systeem dat informatie opneemt, bepaalde
details verwijderd en de rest in betekenisvolle patronen (woorden, zinnen en begrippen)
reorganiseert.
De drie functies van het geheugen:
- Coderen: Als eerst moet je een stimulus (zorgt ervoor dat je reageert of iets doet) selecteren
uit een immens grote brei met prikkels die vanuit je zintuigen zijn binnengekomen en een
eerste classificatie maken. Wat is het, een geluid, geur, smaak, pijn of beeld. Vervolgens
moet je deze identificeren, is het een hard, zacht of scherp geluid. Dan kijk je waar het bij
past. Is het een naam, een melodie of een roep om hulp. Heb je dit geluid eerder gehoord?
Wanneer je dit allemaal hebt gedaan, plak je er een label aan om hem betekenis vol te
maken (oh het is mijn moeder). Vaak gebeurt dit zo snel dat je het niet door hebt.
- Opslaan: Dit heeft te maken met het langdurig bewaren van het gecodeerde materiaal.
Herinneringen wordt gedurende een bepaalde tijd opgeslagen in een bepaalde vorm.
- Terughalen: ook wel een beloning voor eerdere inspanning die heb hebt gehad van het
coderen en opslaan. In een fractie van een seconde kan een herinnering opgezocht worden
en terug gestuurd worden naar het bewustzijn. Zo kunnen we ook heel snel beïnvloed
hierdoor raken. Het terughalen werkt niet altijd goed doordat het geheugen soms fouten
maakt, informatie vertekent of zelfs volkomen tekort schiet.
4.2 Hoe vormen we herinneringen
Om iets in je permanente geheugen te laten komen met je 3 stadia bij langs. Sensorisch geheugen,
het werkgeheugen (korte termijngeheugen) en het langetermijngeheugen.
Sensorisch geheugen: beelden, geuren, geluiden, texturen en andere sensorische indrukken blijven
kort, niet langer dan een paar seconden. Je zintuigen nemen veel meer informatie op die je kunt
gebruiken. De belangrijkste taak van het sensorisch geheugen is de stroom van sensorische
informatie vast te houden tot dat je hersenen besloten hebben welke informatie jouw aandacht
verdient. Voor elk zintuig heeft het sensorisch geheugen een aparte opslag, waar het na een selectie
wordt door gestuurd.
Het werkgeheugen (korte termijn geheugen): Dit is een tijdelijke buffer waarin je de naam van
iemand vasthoud met wie je zojuist hebt gesproken of de letters nog weet die je net hebt gelezen.
Het werkgeheugen is een verwerker van bewuste informatie, inclusief de informatie uit het
sensorisch geheugen en teruggehaalde info uit het langer termijngeheugen. Het is ook wel een
psychische werkplaats om info te sorteren en coderen voordat het wordt opgeslagen in je langer
termijngeheugen.
,Er zijn verschillende manier om informatie langer dan 30 sec in je werkgeheugen te houden:
- Chunks: manieren om iets overzichtelijker te maken bijvoorbeeld een telefoonnummer van
0657007728 is moeilijker te onthouden dan 065 - 007 – 728.
- Repeteren: Het blijven herhalen.
Manieren om info beter te transporteren naar het langer termijn geheugen:
- Actief herhalen door verbanden te leggen
- Elaboratie: extra details of uitleg toevoegen. Zoals (niet: de planten hebben zonlicht nodig)
(wel: de planten maken eigen voedsel door zonlicht, zoals ik mijn energie van eten krijg.)
Het langer termijngeheugen: De ontvangt info uit het werkgeheugen en kan dit voor een langere tijd
opslaan en later zelfs terug halen. Sommige informatie wordt zelfs levenslang bewaard. Door een
speciale eigenschap van het langer termijngeheugen kan er heel veel worden opgeslagen. Woorden
en concepten worden gecodeerd naar hun betekenis en op die manier zijn ze weer verbonden met
andere items die een gelijke betekenis hebben. Het LTG is dus eigenlijk een enorm netwerk van
onderling verbonden associaties.
Het LTG bestaat uit twee onderdelen. Het Procedureel geheugen (weten hoe) en het declaratief
geheugen (weten wat).
Procedureel geheugen (weten hoe): Deze gebruiken we als we fietsen, veters strikken of een
muziekinstrument bespelen. Alleen in de eerste fase van training moeten we nog nadenken over hoe
iets moet, maar later gaat dit automatisch.
Declaratief geheugen (weten wat): Dit gebruiken we voor het opslaan van feiten, indrukken en
gebeurtenissen. In tegenstelling van het procedureel geheugen heeft het declaratief geheugen een
mate van mentale inspanning nodig. Dit geheugen heeft twee onderafdelingen:
- Episodisch geheugen: hierin zitten persoonlijke informatie opgeslagen zoals herinneringen
aan gebeurtenissen ook wel ‘episodes’ genoemd. Dit bevat ook bepaalde labels zodat je weet
wanneer en waar iets plaats vond.
- Semantisch geheugen: bevat de betekenissen van woorden en concepten. Dit geheugen lijkt
op een database of encyclopedie waarin grote hoeveelheden feiten over namen, gezichten,
grammatica, geschiedenis, manieren, muziek etc. zijn opgeslagen.
4.3 hoe halen we herinneringen terug
Het systeem van het terughalen van herinneringen laat ons soms voor verassingen staan. Ze halen
soms herinneringen terug waarvan je niet wist dat je deze had. Ze kunnen ook herinneringen
terughalen waarvan je zeker bent dat het klopt, maar dit niet het geval is.
Impliciete herinneringen: herinneringen hebben zonder dat je weet dat ze bestaan. Ze kunnen je dus
ook beïnvloeden zonder dat jij dat door hebt. Voorbeelden zijn opslaan zonder dat je daarbij hoeft na
te denken of het gebruiken van het rem- of gaspedaal.
Expliciete herinneringen: duidelijk weten wat je weet.
, Herinneringscues: ‘zoektermen’ die noodzakelijk zijn om herinneringen op te halen vanuit je langer
termijngeheugen. Bijvoorbeeld de geur van versgebakken koekjes als je naar oma gaat of een emotie
die je voelt en je terug brengt naar een herinnering. Soms kan het ook moeilijker zijn om
herinneringen terug te halen zoals bij een tentamen waarbij je een moeilijke formule moest
onthouden, maar nu in een ander context staat.
Priming: is een methode die bestaat uit het aanbieden van cues die het terughalen van herinneringen
stimuleren zonder dat je dat beseft.
Expliciete herinneringen terughalen: Alles wat in het LTG is opgeslagen wordt aan de hand van een
betekenis of patroon gearchiveerd (gelabeld en in vakjes geplaatst). Daardoor kan dit materiaal,
terwijl het nog in het werkgeheugen zit, verbonden worden met het materiaal dat al in het LTG zit.
Door veel van deze verbindingen zijn er ook veel invalshoeken om deze herinneringen terug te halen.
Zie het als meerdere wegen die naar Rome lijden.
Soms onthoud je niet de precieze zin, maar wel de intentie. Het kan dan zijn dat je denkt dat de zin
die je zegt dan juist is, ondanks dat dit niet zo is.
2 methodes om expliciete herinneringen uit het geheugen op te halen:
- Ophalen: hierbij gebruik je open vragen en heb je heel weinig cues die je helpen om de
herinnering op te halen. Bijvoorbeeld bij een toets met de vraag hoe werkt het oog. Dan
moet je met heel weinig cues zelf een antwoord zien te vormen.
- Herkenning: hierbij maak je gebruik van meerkeuze vragen. Hierbij moet je stimulus alleen
bepalen welk antwoord klopt en welke je dan ook eerder bent tegen gekomen. Wel kan dit
lastiger gemaakt worden wanneer er alle antwoorden staan die je hebt moeten leren, maar
er maar 1 juist is.
Factoren die invloed hebben op het opslaan van informatie zijn: alertheid, medicatie gebruik, stress
niveau en algemene ontwikkeling. Ook zijn er invloeden die verband houden met de context waarin
je de herinnering heb gecodeerd of terughaalt. Voorbeelden zijn:
- Principe van specificiteit van codering: Als je 1 persoon altijd op school ziet en nooit
daarbuiten, dan is het ook moeilijker te herkennen. Zo zou het veel langer duren om die
persoon te herkennen als je in de winkel loopt.
- Stemmingscongruente herinnering: Wanneer je bijvoorbeeld de slappe lach hebt en alle
idiote ideeën dan triggers kunnen zijn. Of wanneer iemand depressief is, alle gedachtes
somber kunnen zijn.
- Prospectief geheugen: geheugentaken die iemand zich moet herinneren om een bepaalde
handeling uit te voeren. Zoals een afspraak niet vergeten of het vuilnis buiten zetten.
4.4 Waarom laat ons geheugen ons soms in de steek?
De meeste problemen wie we hebben met ons geheugen ontstaan door de zeven zonden:
Vluchtigheid: een groot deel van het verbale materiaal vergeten we weer. In het begin ben je al snel
veel kwijt, maar later gaat dit met hele kleine stapjes.