1. Wanneer is er sprake van een octrooi?
Een recht op een gedachte, vormgegeven in een bepaald stuk techniek. De octrooigerechtigde kan
een ander verbieden die uitvinding na te maken, te verkopen of in te voeren, zelfs als die ander die
uitvinding zelf ook gedaan zou hebben.
Octrooirecht is geregeld in de Rijksoctrooiwet (ROW) en in een aantal internationale regelingen,
zoals het Europees Octrooiverdrag (EOV).
2. Wat is het doel van het verlenen van een octrooi?
De binnenlandse afzet wordt beschermd en op grond van de ROW kan worden opgetreden tegen
concurrenten die hetzelfde product op de markt brengen, ook als het een geïmporteerd product
betreft, dat met toepassing van de geoctrooieerde techniek is vervaardigd.
Art. 2 ROW: om als octrooi geregistreerd te kunnen worden moet de uitvinding nieuw zijn, op
uitvinderswerkzaamheid berusten en toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid. Het
moet gaan om een product of productieproces met technische kenmerken.
Art. 4 ROW: wordt als nieuw beschouwd indien de uitvinding geen deel uitmaakt van de stand van de
techniek.
De uitvinding mag vóór de datum van indiening van de octrooiaanvraag nergens te wereld openbaar
bekend zijn, ook niet door toedoen van de octrooiaanvrager zelf.
Het octrooi wordt met terugwerkende kracht verleend tot de datum van indiening van het verzoek
om octrooiverlening (art. 24 ROW).
3. Hoe lang wordt een octrooi maximaal verleend?
Het octrooi wort maximaal 20 jaar verleend (art. 36 lid 6 ROW).
Art. 31 ROW: 18 maanden na indiening van de octrooiaanvraag wordt deze gepubliceerd en wordt
het octrooi ingeschreven in het octrooiregister.
De octrooigerechtigde moet zelf tegen inbreuk optreden. Omdat procedures vaak in verscheidene
landen moeten worden gevoerd, wordt dikwijls per land een licentie verleend aan een plaatselijke
producent (art. 56 ROW).
4. Wat wordt onder een licentie verstaan?
Mogelijkheid om geld te verdienen in een markt waar de octrooigerechtigde zelf niet actief is. Ook is
het mogelijk om niet zelf te produceren en de gehele productie aan licentiehouders te laten.
Voor de instandhouding van het octrooi moet de octrooihouder in ieder land waarin hij het octrooi in
stand wil houden, instandhoudingstaksen betalen. Is dit bedrag na 6 maanden nog niet ontvangen
door het octrooibureau, dan vervalt het octrooi (art. 62 ROW).
5. Op welke wijze kan een octrooirecht worden overgedragen
Door middel van een onderhandse akte. Tegenover derden werkt de overdracht eerst na inschrijving
van de overdracht in het octrooirecht (art. 65 ROW).
, 6. Wat is de functie van het Benelux-bureau?
Registreert merken, modellen en tekeningen in de Benelux. De houder heeft een exclusief
gebruiksrecht van het ingeschreven merk of model en kan andere verbieden om bepaalde goederen
of diensten aan te bieden onder het merk of model.
Het recht ontstaat pas na registratie: het registreerde merk wordt aangegeven door het R-symbool.
Art. 2.1 BIE: begripsbepaling merken (blauwe stickers na octrooirecht).
Geldigheidsduur merk: 10 jaar
Geldigheidsduur model: 25 jaar
7. Kan het merkenrecht worden overgedragen?
Ja, op dezelfde wijze als het octrooirecht, onafhankelijk van de overdracht van der onderneming.
8. Geef een omschrijving van het auteursrecht?
Een absoluut recht dat de eigenaar het recht geeft om het werkt openbaar te maken of te
verveelvoudigen, behoudens beperkingen bij de Auteurswet gesteld.
Het geeft de maker zeggenschap onder het door hem gemaakte werk van letterkunde, wetenschap of
kunst.
Verbonden aan het auteursrecht is het naburig recht. Verschaft geen bescherming aan de maker,
maar aan de uitvoerende artiest. Auteursrechtelijke bescherming wordt automatische verkregen door
het scheppen van een werk.
9. Wanneer vervalt het auteursrecht in ieder geval?
Volgens de auteurswet, zeventig jaar na overlijden van de auteur.
10. Wat is het doel van de Handelsnaamwet?
(Zie roze tabje)
Handelsnaam: de naam waaronder een onderneming gedreven wordt (art. 1 Hnw).
De ondernemer is in beginsel vrij om een naam te kiezen, de Handelsnaamwet kent wel enige
verbodsbepalingen om verwarring bij het publiek te voorkomen en beschermen tegen misbruik van
naamsbekendheid door concurrerende bedrijven.
Het geeft geen exclusief recht zoals een merk wel doet. Het is toegestaan dat een andere dezelfde
naam voert, mits er geen verwarring ontstaat.
11. Welke officiële besluiten kent de EG?
- richtlijnen: vormt een bindende instructie aan een lidstaat en is voornamelijk bedoeld om
harmonisatie van wetgeving te bereiken. Bij een richtlijn blijft de nationale wetgeving wel bestaan,
maar dient overeenkomstig de richtlijn te worden gewijzigd.
- verordeningen: zijn rechtstreeks binden voor alle personen in de EG.
- beschikkingen: zijn rechtstreeks verbindend voor wie het betreft en worden gegeven door de
Europese Commissie. Vaak zijn dit door de EC opgelegde boeten aan bedrijven of lidstaten, die de
vrijhandelsbepalingen van het EG-verdragen schenden.
- aanbevelingen: adviezen aan de regeringen van lidstaten, die geen bindende werking hebben.