difficulties’ – K. Cain & J. Oakhill (2006)
Samenvatting
Kinderen die vloeiend en accuraat kunnen lezen maar een zwak tekstbegrip hebben,
hebben moeite met een breed aantal lees-gerelateerde taken. Deze studie onderzocht de
consistentie van vaardigheidsvermindering van zwakke begrijpers om een fundamentele
zwakte in vaardigheden te identificeren die geassocieerd zou kunnen worden met slecht
tekstbegrip en/of zou kunnen leiden tot een verminderde leesontwikkeling. Een
bijkomend doel was om te bepalen of leesbegrip-problemen geassocieerd worden met
meer algemene onderwijsproblemen.
Er werd geen bewijs voor fundamentele vaardigheidszwakte gevonden. Een
zwakke woordenschat leidde wel tot een verminderde groei van het leesvermogen. Een
slecht cognitief vermogen leidde tot een verminderde groei van tekstbegrip. Deze
bevindingen geven aan dat 1 onderliggende bron van zwak tekstbegrip onwaarschijnlijk
is.
Inleiding
Vaardigheden op hoger niveau houden verband met tekstbegrip, omdat ze de lezer in
staat stellen de noodzakelijke integratieve en inferentiële koppelingen te maken om een
op betekenis gebaseerde weergave van de tekst te construeren. Efficiënte lexicale
vaardigheden op lager niveau vergemakkelijken het begrijpend lezen doordat er meer
middelen kunnen worden uitgetrokken voor processen op hoger niveau. Er zijn veel
taalfactoren die causaal verband kunnen houden met het begrijpend leesniveau en de
ontwikkeling van deze vaardigheid. Zwakke begrijpers hebben niet allemaal dezelfde
beperkingen in vaardigheden. Er zouden subtypen kunnen zijn van zwakke begrijpers
met verschillende beperkingen.
Er zijn centrale 3 kwesties die voortvloeien uit eerder werk:
1. Variaties in taal en cognitieve vaardigheden bij zwakke begrijpers
2. Relaties tussen verbale en vocabulaire vaardigheden en alfabetisering bij zwakke
begrijpers
3. Blijvende en educatieve implicaties van zwak tekstbegrip
Methode
Nauwkeurigheid van het lezen van woorden en begrijpend lezen werden beoordeeld met
de Neale-analyse van leesvaardigheid. Twee groepen kinderen, goede en zwakke
begrijpers, werden geselecteerd op basis van een aantal criteria. Er werden
gestandaardiseerde testen afgenomen waarin lees- en lees gerelateerde vaardigheden
gemeten werden. Onder andere woordenschat, werkgeheugen, algemene intelligentie en
specifiek begrijpend lezen vaardigheden.
Resultaten
Vaardigheden die goede en zwakke begrijpers van elkaar onderscheidden
De groepen verschilden op meerdere begrijpend lezen gerelateerde
vaardigheden namelijk: verbaal werkgeheugen, vermogen om verhalen te
structureren, kennis over het doel van de titel, gevolgrekking, integratie en
begripsbewaking (checken of je alles begrijpt). Er werd geen bewijs gevonden voor
verschillen in algemene taal- en verbale beperkingen. De groepen verschilden niet
significant op de mate van syntactische kennis. De goede begrijpers behaalden
significant hogere scores op de mate van receptieve woordenschat.
Variaties in taal en cognitieve vaardigheden bij zwakke begrijpers
Het merendeel van de zwakke begrijpers presteerde onder het steekproefgemiddelde op
alle metingen, op de 2 verbale maten en het performale IQ na, hier scoorden ze
hoger op. Op het werkgeheugen scoorden 9 van de 23 zwakke begrijpers een
ondergemiddelde score, en 12 van de 23 zwakke begrijpers haalden een