developmental disorders’ – K. Nation & C.F. Norbury (2005)
Samenvatting
Dit onderzoek richt zich op de aard van problemen bij het begrijpend lezen,
onderverdeeld in 3 groepen kinderen: kinderen met specifieke beperkingen in het
begrijpend lezen, kinderen met ASS en kinderen met een specifieke taalstoornis. Zwak
tekstbegrip is vaak geassocieerd met moeilijkheden in de gesproken taal. Model dat
variaties ziet in fonologische en niet-fonologische taalvaardigheden m.b.t.
verschillende leesgedragspatronen: voor het begrijpen van de complexe relatie
tussen taal en lezen bij kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Biedt ook een basis voor
het identificeren van zwakke begrijpers en voor het plannen van gerichte interventies.
Inleiding
Betekenis uit tekst halen vereist een aantal cognitieve processen, van het herkennen van
letters en woorden tot het interpreteren van de boodschap met betrekking tot
wereldkennis.
Componenten van leesvaardigheden
Het begrijpen van mondelinge taal is een zeer interactief proces dat een aantal
vaardigheden omvat. Definitie van taal: kan worden beschreven door ten minste 5
parameters; fonologisch, morfologisch, syntactisch, semantisch en pragmatisch. Ook het
lezen van geschreven taal is een zeer interactief en complex proces. Het vraagt
verschillende vaardigheden:
1. Processen die te maken hebben met het herkennen of ontcijferen van gedrukte
woorden (decodering)
2. En processen die zich bezighouden met het begrijpen van de boodschap
(begrijpend lezen)
Bij de meeste kinderen verlopen deze processen gelijkwaardig, maar dit hoeft niet altijd.
Simple view of reading: begrijpend lezen wordt gezien als het product van de
hierboven genoemde vaardigheden. Deze eenvoudige weergave is een handig
hulpmiddel voor het classificeren van leesstoornissen bij kinderen. De meest voor de
hand liggende oorzaak van zwak tekstbegrip: problemen met decodering en
woordherkenning. Problemen met decodering kunnen niet de enige bron van problemen
zijn voor het zwakke tekstbegrip, sommige kinderen kunnen nauwkeurig decoderen,
maar begrijpen toch niet wat ze lezen. Zwakke begrijper: kinderen die
decoderingsvaardigheden vertonen die binnen het normale bereik liggen voor hun
leeftijd, maar waarvan het tekstbegrip aanzienlijk onder het gemiddelde ligt.
Zwak tekstbegrip bij kinderen met specifieke beperkingen in het begrijpend
lezen
Kinderen met specifieke beperkingen in het begrijpend lezen kunnen gemakkelijk
geïdentificeerd worden omdat ze een leeftijdsadequate leesnauwkeurigheid hebben,
maar een aanzienlijk lager tekstbegrip. Kinderen met een zwak tekstbegrip hebben
moeite met het maken van gevolgtrekkingen (inferences). Hiernaast hebben zwakke
begrijpers de neiging om oppervlakkig te lezen, en ze voeren minder spel constructieve
processen uit tijdens het lezen (tussendoor checken of je de tekst begrijpt).
Een belangrijke vraag is of de moeilijkheden bij zwakke begrijpers specifiek gelden
voor het domein van begrijpend lezen, of dat ze meer algemene problemen met taal
weerspiegelen.
Zwakke begrijpers toonden in onderzoek geen verschil met het gemiddelde op het gebied
van fonologische taken (bijv. kunnen bedenken dat touw en flauw op elkaar lijken), maar
wel op het gebied van semantische taken (bijv. synoniemen kunnen beschrijven). Ze
hadden problemen in de morfosyntactische ontwikkeling: foutieve woordvolgorde,
foute functiewoorden, verbuigingen en vervoegingen niet correct toepassen, en in