Samenvatting
Formeel Strafrecht
Universiteit van Amsterdam
Rechtsgeleerdheid BA
Studiejaar 2019/2020
Studieboek: Keulen & Knigge ‘’Strafprocesrecht’’, serie Ons Strafrecht 2 (dertiende druk)
- In deze samenvatting zitten ook de werkgroep-aantekeningen en hoorcollege-
aantekeningen verwerkt
- In deze samenvatting zit ook de jurisprudentie verwerkt
Pagina 1 van 36
,Universiteit van Amsterdam
Week 1: verhoor, nemo-tenetur en EVRM
Behandelde literatuur: H3, H7 (§7.3, 7.4 en 7.7)
Behandelde jurisprudentie:
- HR Nalatige inspecteur
- EHRM Jalloh
- EHRM Gäfgen II
- HR Salduz anno 2019 (gepubliceerd op Canvas, niet in bundel)
Wat zijn de doelen van strafprocesrecht?
Het hoofddoel = verzekeren van een juiste toepassing van het abstracte materiële strafrecht
- Bewerkstelliging dat de schuldigen worden gestraft
- Voorkomen van straffen van onschuldigen
Bijkomende doelen:
- Voorzien in adequate regeling zodat een juridische reactie kan volgen
- Eerbiediging van rechten en vrijheden van de verdachte en andere betrokkenen
- Procedurele rechtvaardigheid —> het proces moet eerlijk zijn
- Demonstratiefunctie —> je moet kunnen laten zien wat er in het proces is gedaan
- Generale en speciale preventie
- Voorkomen eigenrichting
Het EVRM in het strafprocesrecht
Het EVRM is het belangrijkste mensenrechtenverdrag dat gesloten is na WO II. Door middel
van het EHRM heeft een individu een klachtrecht omtrent de schending van de in het verdrag
genoemde vrijheden en rechten (mits de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput)
Ook in Nederland heeft het EVRM een belangrijke plaats; op grond van artikel 93 en 94 Gw gaat
een verdrag (dus ook EVRM) boven de wet.
Res interpretata-werking = de Nederlandse (straf)rechter is gebonden aan de door het EHRM
gegeven uitleg van begrippen uit het EVRM.
Opgemerkt dient te worden dat veel rechten voortvloeiende uit het EVRM relatief zijn; er kan
en mag in bepaalde gevallen van worden afgeweken. Daarnaast is het uitgangspunt bij artikel
6 EVRM (recht op een eerlijk proces) dat het proces als geheel ‘’fair’’ moet zijn geweest.
Pagina 2 van 36
,Universiteit van Amsterdam
Het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM)
- Kan worden gezien als een uitvloeisel van ‘the rule of law’
- Het biedt bescherming tegen een willekeurige overheid
- Gaat over de gehele strafrechtspleging (dus ook het voorbereidend onderzoek)
- Niet limitatief —> het is niet zeker wat er allemaal onder valt en kan dus worden aangevuld
- EHRM beoordeelt een schending in het licht van het proces als geheel
Welke rechten vallen onder artikel 6 EVRM?
- Beoordeling binnen een redelijke termijn (wat redelijk is, is relatief)
- Het recht om jezelf niet te incrimineren (nemo-tenetur)
- Wordt ingelezen in het eerste lid (expliciet erkend in EHRM Saunders)
- Dit recht is in zeker opzicht relatief; bijvoorbeeld het afnemen van DNA
- Onafhankelijke en onpartijdige rechters
- Onschuldpresumptie
- Op de hoogte worden gebracht over beschuldigingen
- Verdediging en recht op rechtsbijstand
- Ondervraging van getuigen
Nemo tenetur
Het EHRM heeft in de Saunders zaak expliciet nog gemeld dat ‘’the right to silence and the right
not to incriminate oneself’’ de kern zijn van een recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6
EVRM. Het is niet een absoluut recht, nu verdachten verplicht mogen worden hun medewerking
te verlenen aan een bloedproef of een ademanalyse.
Om te bepalen of er in strijd met het nemo tenetur beginsel is gehandeld moeten de Jalloh
criteria worden toegepast, deze zijn:
1. De aard en de hoeveelheid dwang dat is gebruikt om het bewijs te vergaren
2. Het bestaan van ‘relevant safeguards’ in de procedure
3. Het gebruik dat van het gevonden materiaal is gemaakt.
Pagina 3 van 36
, Universiteit van Amsterdam
Inbreuk met artikel 3 EVRM (Gäfgen II) :
Om te bepalen of artikel 3 EVRM ook geschonden is maakt het EHRM in de eerste plaats
onderscheid tussen de drie categorieën voor een zogeheten ‘minimum level of severity’
1. De foltering
1. Een opzettelijk toegebrachte onmenselijke behandeling die zeer ernstig en wreed lijden
teweeg brengt met het doel om informatie te verkrijgen, te straffen of te bedreigen
(Gafgen II r.o. 90).
2. De onmenselijke behandeling
1. Een opzettelijke behandeling die uren aaneengesloten duurt en daadwerkelijk
lichamelijke verwonding oplevert of intens fysiek lijden of psychisch lijden veroorzaakt
(Gafgen II, r.o. 89). Dreigen met folteren is een onmenselijke behandeling (Gafgen II, r.o.
91)
3. De vernederende behandeling
1. De behandeling bij het slachtoffer gevoelens van angst en minderwaardigheid
veroorzaakt waardoor het slachtoffer vernederd wordt en mogelijk zijn fysieke en morele
weerstand breekt, of als de behandeling zodanig was dat het slachtoffer wordt gedreven
tot handelingen tegen zijn wil of geweten (Gafgen II, r.o. 89).
Als er een inbreuk is artikel 3 wordt al snel het proces als geheel niet meer als eerlijk gezien,
toch hoeft een inbreuk niet te betekenen dat er sprake is van een schending van artikel 6 EVRM
als de inbreuk niet heeft gebruikt om de verdachte te veroordelen.
Het verhoor
Artikel 29 Sv regelt de voorschriften met betrekking tot het verhoren van een verdachte. In HR
Nalatige Inspecteur (r.o. 5) wordt door de HR gesteld wat we moeten verstaan onder een
verhoor. Het zijn ‘’alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdachte
aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar
feit’’.
Een verklaring die dus niet in vrijheid is verkregen mag niet worden gebruikt. Dit is het
pressieverbod. Daarnaast wordt uitdrukkelijk gesteld dat de verdachte niet tot antwoorden
verplicht is, hierop moet de verdachte voor zijn verhoor op worden gewezen (=cautieplicht).
Het artikel geeft hiermee dus ook uitdrukking aan het nemo tenetur-beginsel.
Pagina 4 van 36