- UvA
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
A1: Yin
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 1
Hoe noemen we de soort case study, waarbij we geen theorie hebben en die willen vormen
vanuit het niets?
a. verklarend
b. beschrijvend
c. onderzoekend
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 2:
We onderzoeken of vijf kinderen van 5 jaar goed reageren op een specifiek element uit een
behandeling voor ADHD. In welke dimensie bevindt dit onderzoek zich?
a. holistic single case design
b. holistic multiple case design
c. embedded single case design
d. embedded multiple case design
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 3:
Stelling:
1. Bij analytische generalisatie wordt geprobeerd de case naar de theorie te
generaliseren.
2. Bij letterlijke replicatie wordt de theorie opnieuw getoetst in hetzelfde geval.
a. stelling 1 is waar
b. stelling 2 is waar
c. beide stellingen zijn onwaar
d. beide stellingen zijn waar
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Morley - Hoofdstuk 1
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 4:
In welke soort case wordt niet formeel gemanipuleerd?
a. single case experiment
b. case study
c. single case kwalitatieve analyse
d. single case kwantitatieve analyse
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 5:
zelfgemaakt oefententamen - géén document vanuit UvA 1
,Stelling:
1. Een doelmaatregel wordt niet per se vaker gemeten
2. Een procesmaatregel is altijd gestandaardiseerd.
a. stelling 1 is waar
b. stelling 2 is waar
c. beide stellingen zijn onwaar
d. beide stellingen zijn waar
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 6:
Wat betekent reactieve interventie ?
a. Verandering door afnemen van de test op effect van de behandeling.
b. De invloed van het beloop van de tijd, er is sprake van spontaan herstel.
c. Het echte effect is niet te onderscheiden van de werkelijkheid, er is sprake van een
natuurlijke schommeling.
d. Het behandelings element wordt overgedragen naar een andere fase.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 7:
Welk van de onderstaande handelingen heeft een positieve invloed op (het in kaart brengen
van) de construct validiteit?
a. Meerdere maatregelen nemen
b. Meer bronnen van bewijs gebruiken
c. Chain of evidence beschrijven
d. Al het bovenstaande
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Morley - Hoofdstuk 2
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 8:
Bereken de betrouwbaarheid ( r ) van de test met behulp van de volgende gegevens:
- de variantie van de meetfout is 5.9
- de variantie van de betrouwbare score is 7.5
- de variantie van de testscore is 3.2
Rond af op twee decimalen.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 9:
Bereken met de volgende gegevens of de gemiddelde toetsingsgrootheid significant is:
- de gemiddelde standaardfout is 0.12
- gemiddelde toetsingsgrootheid is 0.33
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 10:
Bereken met de gegevens uit vraag 8 de standaardmeetfout. Rond af op twee decimalen.
zelfgemaakt oefententamen - géén document vanuit UvA 2
, ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 11:
Koen behaalde op de nameting van de behandeling een score van 6 en in de voormeting
een score van 11. Is er sprake van een significant verschil als er gebruik gemaakt wordt van
een SD van 4.5 en een betrouwbaarheid van de test van .75?
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 12:
Stelling:
1. Criterium b houdt rekening met verschillende varianties in beide groepen
2. criterium a wordt gebruikt bij veel overlap
a. alleen stelling 1 is waar
b. alleen stelling 2 is waar
c. beide stellingen zijn waar
d. beide stellingen zijn onwaar
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 13:
Welke soort meta analyse is het meest geschikt als er geen verschillende onderzoekers en
settings betrokken zijn tussen de onderzoeken?
a. willekeurig effect
b. gestandaardiseerd effect
c. gemiddeld effect
d. vast effect
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 14:
Bereken de mate van betrouwbaarheid (Cronbach’s Alpha) voor de volgende testgegevens.
Is de betrouwbaarheid volgens de geldende normen voor individueel onderzoek hoog
genoeg?
items 1 2 3 4
1 1 0.3 0.8 0.7
2 0.3 1 0.5 0.7
3 0.8 0.5 1 0.3
4 0.7 0.7 0.3 1
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vraag 15:
Bereken de betrouwbaarheidscoëfficiënt voor de hele test met de volgende gegevens:
- de correlatie tussen de twee test helften is 0.87
zelfgemaakt oefententamen - géén document vanuit UvA 3